Recensie

Recensie Theater

‘Noem het maar liefde’ biedt een eclectische kijk op liefde en verlangen

Theater Toneelgroep Maastricht speelt ‘Noem het maar liefde’ van Ilja Leonard Pfeijffer: zowel hartenkreet als een briljante pastiche op Reigen van Arthur Schnitzler, én een hedendaagse moraliteit.

Noem Het Maar Liefde van Toneelgroep Maastricht
Noem Het Maar Liefde van Toneelgroep Maastricht Foto Ben van Duin

‘Dat is nog eens narcisme: demonstratief niet op Tinder zitten en toch liefde zoeken”, zegt een van de personages uit Noem het maar liefde, het nieuwe toneelstuk van Ilja Leonard Pfeijffer voor Toneelgroep Maastricht. Zijn tekst is losjes gebaseerd op Reigen (1896-1897) van Arthur Schnitzler. Een keur aan personages bevolkt zowel het stuk van Schnitzler als de komedie van Pfeijffer, en hun doel is hetzelfde: seks, of eerder nog liefde. Maar waar eindigt het smachtende verlangen naar liefde en waar begint seksuele drift? Of is het andersom?

De luxueuze ambiance van Majestic Imperial Hotel biedt plaats aan anonieme, vluchtige ontmoetingen. Decorontwerper Michiel Voet maakt van de bar een imposante ruimte, met projecties van een Amerikaanse skyline, een zwembad op het hoteldak en loom zwemmende haaien.

Jeroen Spitzenberger en Anniek Pheifer vormen als oude rocker en zijn eega een van de pijlers: ooit was zij de gewillige groupie van de legendarische ster, van wie Spitzenberger een schitterende Mick Jagger-lookalike maakt. Nu zijn ze oud en is de rocker zijn legendarische verleden vergeten. Pheifer is ontroerend als de toegewijde echtgenote.

Noem Het Maar Liefde van Toneelgroep Maastricht Foto Ben van Duin

Vanuit dit tweetal en de bandleden waaiert de voorstelling uiteen met tal van dubbelrollen. Jan-Paul Buijs is zowel oversekste bassist als eenzame homoseksuele barman. Tot slot vindt hij de ware liefde in Harmony, een gefantaseerde droomvrouw, door Jouman Fattal voorbeeldig vertolkt als vrouw met een blanco lichaam dat de man geheel kan programmeren. Hier raakt Pfeijffers taalspel over liefde op slimme wijze aan #MeToo-achtige thematiek.

Naar de vorm is Noem het maar liefde muziektheater: de acteurs treden op als een heuse band met Spitzenberger als bezeten drummer, Elisabeth De Loore als verrukkelijke barpianiste en Viktor Griffioen als gedreven gitarist. De acteurs leven zich uit, komen tot hun recht, geven swing en debiteren en passant liefdespoëzie.

Regisseur Michel Sluysmans geeft uitstekend vorm aan Pfeijffers tekst. Hij bedient zich, zoals in al zijn werk, van vele registers: Noem het maar liefde is zowel hartenkreet als een briljante pastiche op Reigen uit het fin de siècle. Het is tegelijk een hedendaagse moraliteit over onze omgang met liefde in tijden van #MeToo, internetdating en robotliefde. Buijs heeft het laatste woord, bij wijze van epiloog: het zoeken naar liefde is wat de mens bindt. En eenzaam maakt. Met zijn aarzelende dictie laat hij prachtig horen dat liefde nooit onder één noemer is te vangen.