Duitsland hekelt uitwijzing van drie journalisten uit Turkije

Persvrijheid Opnieuw botsen Ankara en Berlijn over de behandeling van buitenlandse journalisten. Nergens ter wereld zitten zoveel journalisten vast als in Turkije.

De Duitse journalist Jörg Brase verlaat het kantoor van zijn werkgever ZDF in Istanbul na een persconferentie afgelopen zondag. Hij kreeg van de Turkse autoriteiten net als een collega geen verlenging van zijn accreditatie.
De Duitse journalist Jörg Brase verlaat het kantoor van zijn werkgever ZDF in Istanbul na een persconferentie afgelopen zondag. Hij kreeg van de Turkse autoriteiten net als een collega geen verlenging van zijn accreditatie. Foto Ozan Kose/AFP

De weigering van Turkije om de accreditaties te verlengen van drie Duitse journalisten, waarna twee van hen het land moesten verlaten, heeft de Duits-Turkse betrekkingen opnieuw zwaar onder druk gezet. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Heiko Maas, noemde het Turkse besluit „onacceptabel” en „niet verenigbaar met ons idee van persvrijheid”.

Dat Turkije de getroffen Duitse media heeft voorgesteld nu maar ándere journalisten te sturen, maakt de zaak in Duitse ogen alleen nog maar erger. De regering in Ankara zou zo invloed willen uitoefenen op het personeelsbeleid van de Duitse pers.

Het gaat om de correspondenten van televisiezenders ZDF en NDR, en van de krant Der Tagesspiegel. Die laatste bericht al 22 jaar vanuit Turkije. Samen met zijn collega van ZDF is hij zondag teruggekeerd in Duitsland. Omdat hun verblijfsvergunning aan hun accreditatie als journalist verbonden is, komt de maatregel neer op uitzetting. De derde journalist heeft een langlopende verblijfsvergunning en hoeft niet te vertrekken.

De twee in Duitsland teruggekeerde journalisten zeiden allebei dat ze over Turkije zullen blijven berichten. De hoofdredacteur van ZDF beschuldigde Turkije van „intimidatie” van de Duitse media. In de Duitse politiek is het Turkse besluit van links tot rechts scherp veroordeeld.

Vorige week hebben de Duitse ministeries van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken nog geprobeerd de Turkse regering over te halen om terug te komen op haar besluit, dat de betrokken journalisten op 1 maart per email was meegedeeld.

Ernstig beschadigde betrekkingen

De betrekkingen tussen Duitsland en Turkije zijn de afgelopen drie jaar ernstig beschadigd door een reeks conflicten – onder meer over de resolutie waarin de Bondsdag de moord op en verdrijving van Armeniërs in de Eerste Wereldoorlog volkerenmoord noemde; over de afwachtende opstelling van Berlijn bij de mislukte coup tegen Erdogan; en over langdurige opsluiting van enkele Duitse journalisten. Juist afgelopen jaar leken de banden weer aangehaald te worden.

De afwijzing van de perskaarten van de drie Duitse journalisten heeft voor grote onrust gezorgd onder de buitenlandse pers in Turkije. Want ruim honderd van de ongeveer driehonderd buitenlandse journalisten zitten nog te wachten op hun nieuwe perskaart, onder wie Mark Lowen van de BBC. Velen hebben hun aanvraag voor een nieuwe perskaart al twee tot drie maanden geleden gedaan. „Kom je me opzoeken in de gevangenis”, grapte Lowen zondag cynisch.

Lees ook het artikel gemuilkorfde pers in Turkije verdient onze solidariteit

De persvrijheid staat toch al zwaar onder druk in Turkije. Sinds de mislukte coup in 2016 zijn tientallen kranten, tv- en radiozenders gesloten. Meer dan honderd journalisten zijn vervolgd met behulp van vaag gedefinieerde terreuraanklachten. Volgens het Comité ter Bescherming van Journalisten zitten er op dit moment 68 journalisten gevangen. Dat is een lichte daling ten opzichte van vorig jaar, maar Turkije is nog altijd het land waar de meeste journalisten in de gevangenis zitten.

Vorm van intimidatie

Veel buitenlandse journalisten zien de lange wachttijd als een vorm van intimidatie. De persafdeling viel vroeger onder verantwoordelijkheid van de premier. Sinds het presidentiële systeem vorig jaar werd ingevoerd, bestaat de functie van premier niet meer. De afdeling staat nu direct onder gezag van president Erdogan. Het verhuisde naar een nieuw kantoor, kreeg veel nieuwe medewerkers en een nieuwe directeur: Fahrettin Altun, een havik die naam maakte als columnist van de regeringsgezinde krant Sabah.

In zijn columns maakte Altun geregeld buitenlandse journalisten verdacht. „We zagen met lede ogen wat prominente westerse media publiceerden tijdens en na de couppoging. Zulke armoedige fictie en zo’n agressieve toon hebben we niet eerder gezien. Je kunt gemakkelijk zien aan hun publicaties dat The Wall Street Journal, The Washington Post of Foreign Policy mogelijke onder controle staan van het hoofdkwartier van FETÖ” – het Turkse acroniem voor de Gülenbeweging.

Het is onduidelijk waarom de perskaarten van de drie Duitse journalisten zijn geweigerd. Het persagentschap geeft doorgaans geen reden voor afwijzing. De Duitstalige versie van Sabah meldde evenwel dat de accreditatie van Thomas Seibert, van de Tagesspiegel, is geweigerd omdat hij schreef voor de nieuwssite Ahval, die wordt gefinancierd door de Verenigde Arabische Emiraten, waar Turkije sinds eind 2017 geen goede band meer heeft.

Seibert was ook correspondent voor The Arab Weekly, een internationaal gesyndiceerde website. Zijn stukken werden soms doorgeplaatst op Ahval. „Onze website heeft niets te maken met Ahval”, schreef de hoofdredacteur van Arab Weekly. „Onze journalisten sturen hun werk niet naar deze website.”