De zingende zonnebril ist wieder da!

Afscheidstournee De Duitse schlagerzanger Heino is tachtig geworden en viert dat in een zaal vol metalheads. „Ik heb mijn publiek 40 jaar verjongd.”

De Duitse zanger Heino tijdens zijn afscheidstour in de Effenaar in Eindhoven
De Duitse zanger Heino tijdens zijn afscheidstour in de Effenaar in Eindhoven foto Bram Petraeus

Tachtig jaar is hij, maar daar staat hij, op het podium van een uitverkocht de Effenaar in Eindhoven. Heinz Georg Kramm heeft zich voor de gelegenheid van top tot teen in het zwart gestoken. Hij draagt een lange leren jas met blinkende studs waarvoor de gemiddelde Hells Angel een moord zou doen. Op zijn rug fonkelt een grote zilveren ‘H’ in de spotlights. Terwijl de zaal begint te gillen, maakt hij een buiging, raapt in één moeite door een toegeworpen bh op en zet de zoveelste hit uit grootmoeders platenkast in.

„JAAAAAH… JAAAAAH…”

Jawel, het is hem echt.

„… so blau blau blau blüht der Enzian. Wenn beim Alpenglühen wir uns wiedersehen. Mit ihren ro-ro-ro-roten Lippen fing es an. Die ich nie vergessen kann.

Dit is Heino. De zingende zonnebril met het helblonde kapsel en een keel als een alpenhoorn is terug. De Duitse schlagerkoning lijkt met zijn bulderende bariton en karakteristieke, ratelende R beton te kunnen breken. Dus allemaal inhaken, Eindhoven! „Rrrrr-osamunde!!! Schenk mir dein Herz und sag ja!

Slecht nieuws voor de fans: Heino is er voor het laatst. Na ruim zestig jaar aan optredens, ruim dertig studioalbums, ontelbare compilaties en nog veel meer euro’s op de bank, vindt hij het genoeg geweest. Vorig jaar november verscheen … und Tschüss (Das letzte Album). Nu is hij bezig met zijn afscheidstournee.

Zaal vol metalheads

En met dat afscheidstournee is iets heel merkwaardigs mee aan de hand. De zanger trekt namelijk niet langs feestzalen vol lange biertafels, maar zingt in respectabele popzalen. Bovendien begint die tour verdacht veel op een zegetocht te lijken. Behalve in Eindhoven is ook het optreden van zondag in Hengelo al uitverkocht, net als de show in Venlo een week later. Alleen voor de allerlaatste avond, op 31 maart in de Amsterdamse Melkweg, zijn nog honderdvijftig kaarten. Maar het bizarst aan Heino anno 2019 is zijn publiek: de zaal staat vol metalheads.

Om dat te begrijpen moeten we zes jaar terug in de tijd, toen plotseling Heino’s schlagervrije plaat Mit freundlichen Grüßen (Das verbotene Album) uitkwam. Daarop coverde hij pop- en rockklassiekers, zoals ‘Sonne’ van de Duitstalige metalband Rammstein. Die band liet hem vervolgens meezingen tijdens hun show op het hoofdpodium van Wacken Open Air, het grootste metalfestival ter wereld.

Toen dat bleek aan te slaan, liep Heino geheel over naar de dark side. Onder de veelzeggende titel Schwarz blüht der Enzian bracht hij zijn grootste hits opnieuw uit, maar dan in een metaluitvoering. In de bijbehorende video verruilde hij zijn rode colbert voor een zwartleren hardrockoutfit, en salueerde hij met gebalde vuist en opgestoken pink en wijsvinger: het universele gebaar waarmee metalheads trouw zweren aan de duivel.

Dat die gewiekste strategie heeft gewerkt, blijkt uit de enorme rijen die anderhalf uur voor het optreden voor de Effenaar staan. De verhouding trouwe fans op leeftijd en jonge hardrockers is ongeveer gelijk. Dat doet hem „heel erg goed”, zegt de zanger, als hij na de soundcheck op het leren bankstel in zijn kleedkamer ploft. „Binnen een paar maanden heb ik mijn publiek veertig jaar verjongd. Iedereen zei altijd: waar Heino zingt, daar zijn alleen maar oude lui. Sindsdien klopt daar dus niets meer van.”

Ook backstage is Heino geheel in het zwart. Op de rug van zijn opengeritste hoodie prijkt een doodskop met de tekst: ‘In Cash We Trust’. Om zijn nek hangt een zwarte kralenketting. Op de hoeken van zijn enorme zonnebrilmontuur glimmen twee grote zilveren kruizen.

„Ik ben blij dat ik dit nog mag meemaken. Bijna alles is uitverkocht. Voor iemand van tachtig, die meer dan zestig jaar op de bühne heeft gestaan, is dat wunderbar.”

Zijn flirt met metal was wel een risico, zegt hij. „Maar ik wist natuurlijk: een 75-jarige schlagerzanger die opeens in een rocker verandert: dat wordt een mediahype. Op Wacken stond ik met Rammstein voor honderdduizend mensen, dat had zomaar verkeerd kunnen gaan. Maar ze pikten het, ik werd bejubeld. Dat was een absolute mijlpaal.” Was het zijn grootste publiek ooit? „Nee, een week na de val van De Muur stond ik in Dresden voor 150.000 man. Sensationeel.”

Tijdens deze afscheidstour zullen de gitaren iets minder hard scheuren dan op zijn metalplaat, geeft hij toe. „Aber, ich bin auch laut! Ik heb vier blazers bij me, die zijn harmonisch hard. Dat zijn ze in de metalscene niet gewend.” En hoewel hij naar eigen zeggen „fit” is, vindt hij een uur en drie kwartier spelen „best zwaar”. „Staan is moeilijker dan zingen. Daarom is het tijd om te stoppen. Ik moet voor andere dingen tijd maken en kijken wat de rest van het leven brengt.”

Salonfähige volksliederen

Zijn missie waarmee hij zijn carrière begon – „Duitse volksliederen weer salonfähig maken” – is volbracht. „Ze werden stiefmoederlijk behandeld. Eind jaren zestig hoorde je alleen maar Engels op de radio. Ik vroeg me af: waarom toch?”

Dat zijn muziek soms tot ophef leidde, bijvoorbeeld toen zijn album Die schönsten Deutschen Heimat- und Vaterlandslieder (1980) ook nummers bleek te bevatten die in het liedboek van de SS stonden, nam hij voor lief. „Het verwijt dat der Heino nazi’s verheerlijkte, is er met de haren bijgesleept. Die liederen stammen van ver voor de oorlog en kunnen er niets aan doen dat ze zijn misbruikt. Ik heb me juist altijd ver buiten de politiek gehouden. Maar ja, men ziet een blonde jongeman met blauwe ogen en een paar herdershonden aan zijn voeten en denkt: dat moet wel een rechtse zijn. Terwijl het juist andersom is. Ik weet wat ik heb gezongen en ben tevreden over mijn leven. Als ik het kon terugdraaien, deed ik het precies weer zo. Ik heb de mensen laten genieten, en wie mij niet mag, moet mijn platen niet kopen.”

Hij grijnst zijn tanden bloot. „Ik heb er meer dan 50 miljoen verkocht, dus er waren er genoeg die me wel mochten.”

Heino wijst naar een jongen met baseballpet die in de hoek van de kleedkamer onafgebroken naar zijn mobiel zit te staren. „Dat is Sebastian, mijn kleinkind. Hij doet straks ook mee. Ik wil hem op weg helpen in de muziek, maar hij weet niet nog goed wat hij wil.”

Zijn kleinzoon van 21 zegt dat hij singer-songwriter wil worden, in het Duits. Heino: „Het is moeilijk, want daarvan zijn er zo veel. Sebastiaan wil meestal iets anders dan wat de markt wil. Een goede schlager zou je nog steeds heel goed internationaal bekend kunnen maken. Maar geeft niets, dat hoort bij de jeugd. Kein Meister ist vom Himmel gefallen.”