Opinie

    • Frits Abrahams

De popzanger en de hopman

Aanvankelijk was ik van plan niet langer dan een uurtje te kijken naar de vrijdagavond uitgezonden tv-documentaire Leaving Neverland van Dan Reed. Vier uur over vermeend seksueel misbruik door Michael Jackson leek me te veel van het kwade.

Het liep anders. Het tweede deel van de film bleek nog boeiender en onthutsender dan het eerste; toen pas zag je de desastreuze gevolgen van het misbruik – de algehele ontreddering jaren later bij de twee slachtoffers, Wade Robson en James Safechuck, en hun familieleden die hen niet hadden kunnen of willen beschermen.

Wáren het wel slachtoffers, had ik me tevoren afgevraagd, of waren het op geld beluste simulanten? Mijn scepsis smolt weg naarmate de getuigenissen gedetailleerder werden en er ook belangrijke feiten werden toegevoegd, zoals over de kostbare schikkingen die Jackson in eerdere gevallen met slachtoffers had getroffen. Wie schikt is schuldig, vermoed ik altijd.

Verdacht was alleen al de pathologische fixatie op jongetjes die Jackson steeds toonde. Hij wilde er altijd door omringd zijn, zij moesten zijn eenzaamheid verlichten, niet al die aantrekkelijke vrouwen en mannen die op popsterren plegen af te komen. Daartoe ontwikkelde hij een slimme, op de lange termijn gerichte strategie. Vastberaden weekte hij ze geleidelijk los uit hun milieu, vaak bestaande uit maatschappelijk half mislukte ouders die vereerd waren door de aandacht en de giften van de superster voor hun kind.

Jackson gaf al die anonieme, onbelangrijke levens opeens betekenis, ze stapten een droomwereld binnen en het enige wat ze hoefden te doen was dromen, althans, hun ogen sluiten. Toen ze ontwaakten bleken ze in een nachtmerrie beland die nooit meer zou eindigen.

Bij het kijken moest ik steeds denken aan een uitstekend, autobiografisch boek dat ik vorig jaar las: Hopman van Rudie Kagie, een oud-collega. Hij beschrijft daarin hoe hij, kind uit een ontwricht gezin en geplaatst in een kindertehuis, bij de verkenners in contact komt met een aardige hopman, een dertiger, die zich over hem ontfermt en er op den duur zelfs in slaagt zijn pleegvader te worden. De man koestert duidelijk erotische gevoelens voor zijn pupil, hij knuffelt en tongzoent hem soms, maar hij doet als mentor ook veel goeds voor Rudie.

Rudie had ook naar de documentaire over Jackson gekeken. Hij kon zich met de twee slachtoffers identificeren, schreef hij me, maar er was ook verschil. „Jackson ging verder waar de hopman ophield. Volgens mij voelt een kind net als volwassenen intuïtief het onderscheid aan tussen intimiteit die voortkomt uit liefde of gebaseerd is alleen op lust. Seksueel contact met een volwassene hoeft het kind m.i. niet per definitie te beschadigen. Het moet voor beide jongens een enorme afknapper zijn geweest toen Jackson met porno kwam aanzetten. Ineens beseften ze dat ze inwisselbaar waren en dat het bij Jackson niet om liefde, maar om geilheid ging.”

De grensoverschrijdende intimiteit neemt Rudie de hopman achteraf niet kwalijk, „daar zit bij mij geen trauma, wel de wijze waarop hij me liet vallen toen het erop aankwam – keihard en harteloos.” Het afdanken van het ouder geworden kind beschouwt hij als een vorm van verraad. De ontzetting daarover herkende hij maar al te goed bij Wade Robson en James Safechuck.

    • Frits Abrahams