Reportage

De droom bracht Janyro Purperhart naar Letland

Voetbal Janyro Purperhart (22) speelde bij de amateurs in de vierde klasse toen de kans van zijn dromen zich aandiende. Een profcontract, in Letland. Misschien niet de meest sexy bestemming, wel een kans. „Wie weet wordt hij straks doorverkocht.”

Janyro Purperhart (rechts) hoor je niet klagen, al ligt er tien centimeter sneeuw: „Het wordt ook in Letland wel een keer mooi weer.”
Janyro Purperhart (rechts) hoor je niet klagen, al ligt er tien centimeter sneeuw: „Het wordt ook in Letland wel een keer mooi weer.” Foto Ivars Veilins / FK Jelgava

Hoe vaak heeft zijn moeder het niet tegen hem gezegd. Dromen zijn mooi, maar ze leveren geen euro op. Janyro Purperhart (22) begreep haar wel. Als zij aan het werk ging, lag hij meestal nog in bed. Naar school ging hij niet meer nadat hij mbo detailhandel niveau 2 had afgerond. Werken deed hij af en toe. Op de bloemenveiling. Of als bezorger van taarten en pizza’s. Liet zijn moeder hem weer even met rust.

Toch bleef hij groter denken. Niet over een serieuze baan maar over zijn voetbalcarrière. Hij wilde trainen en fitnessen om een sterkere voetballer te zijn. Want al speelde hij bij de amateurs van Olympia Haarlem, op een dag werd hij misschien wel prof. „Ik had de hoop én het geloof dat ik het zou kunnen.”

Nu is het misschien zover. Het is februari 2019 en op achttienhonderd kilometer van huis kan de Amsterdammer mogelijk een contract tekenen bij een club waar hij nog nooit van heeft gehoord: FK Jelgava, tweevoudig landskampioen van Letland.

Het is zijn zaakwaarnemer Gwendell van Riemsdijk die heeft uitgevist dat Jelgava nog een aanvaller zocht. Van Riemsdijk is ook meegekomen naar Letland. Hij wil met eigen ogen zien waar Purperhart terechtkomt wanneer hij mag blijven. Trainer van Jelgava is Marian Pahars, nog altijd de beroemdste speler van Letland na zijn jaren bij Southampton in de Engelse Premier League.

In de voormalige industriestad, op veertig minuten rijden van hoofdstad Riga, ziet Van Riemsdijk een stadion dat in Nederland al plat had gelegen, denkt hij. Het straatbeeld biedt weinig opwinding. Er ligt tien centimeter sneeuw. „Maar het mooie is: Janyro hoor je daar niet over. Hij kijkt niet naar het weer.”

Purperhart: „Het wordt ook in Letland wel een keer mooi weer.”

Zijn stage verloopt naar wens. Drie van de vijf trainers zijn direct overtuigd. De andere twee zijn dat nadat Purperhart in zijn eerste oefenduel meteen heeft gescoord. Niet veel later meldt een Haarlemse voetbalsite: „Janyro Purperhart is na halfjaar bij vierdeklasser Olympia eindelijk profvoetballer … in Letland”.

Opvallen doet het bericht nauwelijks. Voetbal is een 24/7 nieuwsbusiness geworden, maar de transfer van de onbekende Purperhart is te klein bier in een wereld waar miljoenendeals en schandalen om voorrang vechten.

Maar: helemaal gewoon is het ook niet. Want hoe komt een amateur uit de vierde klasse bij een Letse profclub terecht?

Lees ook: Clubloos? Dan maar op voetbalavontuur in IJsland

Uitgewaaierd over de wereld

Door zijn transfer is Purperhart een van de bijna 1200 Nederlanders die zich (fulltime) profvoetballer kunnen noemen. Volgens datasite Transfermarkt zouden het er nu 1.194 zijn. De meesten spelen in eigen land. Van de 535 die dat niet doen, speelt circa de helft redelijk nabij: Duitsland (101), België (94) en Engeland (62).

De andere helft heeft zich verspreid over 51 andere landen, ieder met een eigen verhaal. De een kiest voor avontuur in Azië, de ander voor oliedollars in de Emiraten. In Oost-Europa lonkt dikwijls een laatste kans. Je kunt er Moussa Sanoh treffen bij het Roemense Poli Sasa. Of Donovan Slijngard, bij Zalgiris in Litouwen.

Wie het meest recente rapport van de FIFpro erbij pakt (2016), ziet dat vette contracten voor veel van deze spelers geen vanzelfsprekendheid zijn. De mondiale spelersvakbond signaleert drie categorieën voetballers. First tier is de elite: superieure voetballers met dito salarissen in de competities van Engeland, Duitsland, Spanje. Second tier zijn profs in de VS, Australië, Scandinavië: kleine, maar kreukloze voetbalklasses.

De third tier is een ander verhaal. Daar valt het gros van alle profs wereldwijd onder. Spelend in Marokko of Kroatië ontberen zij de zekerheid dat ze óók het jaar erop nog prof zijn. 45 procent verdient minder dan 1.000 dollar per maand.

„We moeten elk jaar Nederlandse spelers helpen die in het buitenland in de problemen zijn geraakt”, zegt directeur Louis Everard van de Nederlandse spelersvakbond VVCS. „Omdat ze bijvoorbeeld niet betaald krijgen. Denk aan Bulgarije, Roemenië, Cyprus. Letland? Vind ik moeilijk te zeggen. Ik ken er geen verhalen over. Ik hoop dat het goed afloopt.”

Al is niet elke bestemming sexy, een kans is een kans, zegt Gwendell van Riemsdijk, zaakwaarnemer van Purperhart. „Misschien wordt Janyro voor vier ton aan een andere club doorverkocht. Alles draait om investeren in jezelf.”

Haantje de voorste zijn

Investeren doet hij zelf ook. Van Riemsdijk (34) is nu zeven jaar voetbalmakelaar, waarvan de eerste jaren officieus. Hij had indertijd geen licentie omdat hij het examen niet zag zitten en mocht hierdoor zelf geen transfers afhandelen. Toen de FIFA in 2014 de licentie afschafte, liet hij zich alsnog registeren bij de KNVB. „Voor een VOG en 544,50 euro. That’s it.”

Een registratie betekent nog geen transferdeals. Zeker duizend mails stuurde hij naar clubs om zijn netwerk te vergroten. Op slechts een handvol kwam een antwoord. „Je kunt er moedeloos van worden of je gaat nog harder werken.”

Zijn eerste officiële transfer volgt in augustus 2015, wanneer hij de Nederlandse amateur Christoff Dias de Oliveira bij het Zweedse AFC Eskilstuna onderbrengt. Andere spelers belanden via hem bij clubs als Achilles ’29, NEC, Almere City, FC Kalamata (Griekenland). Veel spelers komen uit het amateurvoetbal. Ze hebben nooit een kans gehad bij een profclub of hebben die verspeeld.

Van Riemsdijk: „Ik heb het zelf tot de A-tjes volgehouden bij Ajax. Helaas heb ik te veel lopen kloten. Haantje de voorste willen zijn, beetje treiteren. En ze hadden me gewaarschuwd, hoor. Nu geef ik spelers mee dat ze moeten voorkomen dat ze later zeggen: had ik maar …’’

Omdat hij gelooft in tweede kansen, richtte hij in 2017 zijn een eigen talententeam op binnen de amateurclub Olympia Haarlem. Spelers werft hij met de belofte dat zij zich in de kijker kunnen spelen. Ze trainen vijf dagen per week, krijgen extra krachttraining en oefenen doordeweeks tegen de tweede teams van profclubs als Volendam, Roda JC en Helmond Sport.

Lees ook: Veel profvoetballers in Nederland leiden een weinig glamoureus leven.

Van Riemsdijk staat in zijn eentje voor de groep. „Ik spreek de taal van die jongens.” Het zijn soms spelers die een doel in hun leven missen. Beetje school, randje criminaliteit. Er zijn er bij die alsnog bij een profclub belanden, zoals Purperhart. Anderen missen de juiste mentaliteit. „Veel spelers van deze generatie willen het maximale bereiken met minimale inspanning. Ze missen soms de focus. Ben ik met ze het buitenland, klagen sommigen direct over de trage wifi in het hotel.”

Purperhart hoort hij niet over randzaken. Nadat de aanvaller enkele jaren geleden al even op het hoogste amateurniveau in Nederland heeft gespeeld, doet hij bij Olympia een stap terug om er later weer een vooruit te doen. „Hij is echt een spons’’, zegt Van Riemsdijk. ,,Aan hem hoef ik niet iets tien keer uit te leggen.”

Als de zaakwaarnemer van een andere Nederlandse speler in Letland hoort dat Jelgava nog een aanvaller zoekt, stuurt hij de club een compilatie met wedstrijdbeelden van Purperhart. Die valt in de smaak. Net als diens proefoptredens. De club stelt voor dat hij bij de twee andere Nederlanders van de club gaat wonen en doet een financieel aanbod dat Purperhart direct accepteert.

Van Riemsdijk: ,Spelers verdienen hier tussen de 800 en 1.000 euro per maand. ,Hij zit daar ver boven. Hij kan er goed van leven én sparen, wat ons doel was.’’

In de drie weken dat hij er nu is, viel Purperhart op hoe wit Letland is. „Ik heb nog vier mensen met een kleur geteld. Met twee woon ik samen. Kijk, ik spreek de taal niet, maar je merkt het als mensen over je praten. Dat gevoel heb ik niet.”

Van Riemsdijk ontvangt een kleine vergoeding van de club waarmee hij onkosten zoals vliegtickets dekt. „Je doet het ook in de hoop dat Janyro straks een volgende stap maakt.”

Purperhart: „Ik wil niet blijven hangen in mijn droomtransfer. Ik wil doorpakken.”