In ultieme vorm twijfel zaaien over klimaatverandering

Lobby van klimaatsceptici Sinds vrijdag hebben klimaatsceptici een stichting om “onwaarheden bloot te leggen” en het “hele klimaatverhaal te vertellen”. Vooral in De Telegraaf en Elsevier komen ze aan het woord.

Klimaatmars Amsterdam.
Klimaatmars Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Vastgoedmiljonair Niek Sandmann is geen klimaatscepticus, maar hij heeft wel grote twijfels. Daarom doneert hij een half miljoen euro aan Clintel, een nieuwe Nederlandse stichting die het internationale klimaatonderzoek nog eens dunnetjes over wil doen en waar nodig corrigeren.

Het bestaande klimaatonderzoek is „nogal eenzijdig”, zei Sandmann eind januari in De Telegraaf. Hij reisde in 2016 met zijn zeilschip naar Groenland en zag met eigen ogen „vijfhonderd kilometer gletsjers van honderd meter hoog”. In een museumpje ontdekte hij dat de Vikingen ooit landbouw bedreven op plekken waar volgens hem nu „honderd meter gletsjer” ligt. „Wij worden niet goed voorgelicht”, concludeerde Sandmann. „Dit is gewoon niet correct.”

Hij is niet de enige die in de afgelopen maanden in De Telegraaf mocht prijsschieten op de klimaatwetenschap. In een campagne tegen het (dreigende) klimaatbeleid van het kabinet lijkt de krant erop uit de klimaatwetenschap in diskrediet te brengen. Vlak voor de jaarwisseling besteedde De Telegraaf aandacht aan een ‘alarmmanifest’ van ‘24 professoren, ingenieurs en andere experts’ (die overigens, zo bleek uit een onderzoek van de website Sargasso, geen van allen klimaatwetenschappers zijn) waarin de gangbare klimaatwetenschap wordt ontkend.

Ook artikelen in opinieweekblad Elsevier dragen bij aan de klimaattwijfel. Twee van de ondertekenaars van het klimaatmanifest, de gepensioneerde hoogleraren Guus Berkhout (innovatiemanagement) en Dick Thoenes (fysische proceskunde), schreven in september een opiniestuk in het weekblad met als kop: ‘Weg met doemscenario’s. Bekijk opwarming positief’, waarin ze afscheid nemen ‘van het gammele denkkader in de CO2-klimaatdoctrine’.

Lees ook: Klimaatscepsis ‘spectaculair’ afgenomen

Bekende strategie

Beide publicaties wisselen dit soort sceptische verhalen over de wetenschap af met doemscenario’s over het geplande klimaatbeleid. Op de voorpagina van De Telegraaf werd twee weken geleden de ‘klimaatlobby’ afgebeeld als een veelkoppig monster en eerder stond in de krant een foto van een ‘gewone Nederlander’ met twee gehaktballen, onder de kop: ‘Vlees moet op rantsoen’. Elsevier schreef coververhalen over ‘0,0003 graad Celsius minder opwarming in 2100’ en over ‘de antigashysterie’ die desastreus zou zijn voor de economie.

Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier, noemt het stuk over de positieve kant van de opwarming desgevraagd „een opinie” en niet per se die van het blad zelf. Hij benadrukt dat Elsevier „geen ontkenner van de opwarming is en het klimaatakkoord van Parijs steunt”. Veel belangrijker vindt Joustra de strijd over de maatregelen, „daarin lopen wij voorop”.

De hoofdredactie van De Telegraaf wilde zondag geen reactie geven.

In de genoemde artikelen in beide publicaties wordt een bekende strategie van klimaatsceptici gevolgd: vergroot bestaande onzekerheden uit, beweer dat opwarming een feit is maar niet komt door de mens, wijs erop dat klimaatverandering van alle tijden is, doe alsof de klimaatwetenschap gebaseerd is op ‘modellen’ en niet op metingen, beschuldig de wetenschappers van politieke motieven, zeg dat CO2 goed is voor planten. En blijf die argumenten voortdurend herhalen, ook als ze door de wetenschap al lang zijn ontzenuwd.

In hun boek Merchants of Doubt, handelaars in twijfel, uit 2010 hebben de Amerikaanse historici Naomi Oreskes en Erik Conway dit mechanisme in kaart gebracht – en vergeleken met het quasi-wetenschappelijke verzet tegen de schadelijkheid van roken. Zij concluderen dat ‘klimaatsceptici’ (eigenlijk een onjuiste benaming, want iedere serieuze wetenschapper is van nature sceptisch) zelden geïnteresseerd zijn in waarheidsvinding, maar een visie lijken te bestrijden die botst met hun wereldbeeld.

Dat kan de visie zijn van een oliemaatschappij die zijn verdienmodel niet kwijt wil, maar ook van een religieuze groepering die niet kan geloven dat de mens in staat is op deze manier in Gods schepping in te grijpen, of van vrijemarktdenkers die vrezen dat klimaatbeleid de macht van de overheid zal vergroten.

‘Parallel universum’ van sceptici

De twijfelzaaiers creëren een ‘parallel universum’, met eigen conferenties, websites en rapporten die een soort spiegelbeeld vormen van de reguliere klimaatwetenschap. Vooral in de Verenigde Staten is dit parallelle universum groot, met conservatieve denktanks als het Heartland Institute, het Cato Institute en het Free Enterprise Institute, deels gefinancierd door oliemaatschappijen.

Nederland kent een bescheiden netwerk van klimaatsceptici. Jan Paul van Soest bracht het in 2014 zorgvuldig in kaart in zijn boek De twijfelbrigade. De meeste twijfelaars (en ondertekenaars van het klimaatmanifest) hebben zich verzameld in ‘De Groene Rekenkamer’ en rond de website ‘Climategate’, die beide een vrij marginaal bestaan leiden.

Daarin zou verandering kunnen komen met het geld van Niek Sandmann voor Clintel, de Climate Intelligence Foundation. Het doel van de stichting, die vrijdag officieel werd opgericht door Guus Berkhout en journalist Marcel Crok, is: „onafhankelijke publieke voorlichting door het hele klimaatverhaal te vertellen en onwaarheden bloot te leggen”, schrijft Berkhout in reactie op een aantal vragen per e-mail. Er wordt nog gepraat met „andere potentiële financiers”, aldus Berkhout – geldschieters uit binnen- en buitenland. Wie dat zijn, laat hij in het midden.

Rob Dullemen
Deelnemers aan de Klimaatmars.
Rob Dullemen
Faiza Oulahsen van Greenpeace.
Rob Dullemen

Berkhout schrijft dat hij zich verzet tegen „een mono versimpeling van zo’n complex probleem” als klimaat. „We verwachten dat dit het begin zal zijn van een nieuw tijdperk”, schrijft hij. „We zijn met een ambitieus plan bezig dat weleens een ommekeer teweeg kan brengen in het polariserende debat tussen activisten en andersdenkenden. Immers, andersdenkenden kunnen tot nu toe nauwelijks hun verhaal kwijt in de media en worden uitgesloten van financiering.”

Jan Paul van Soest kan weinig nieuws ontdekken in Clintel. „Ik zie een groep oudere heren die de stand van de wetenschap niet accepteren”, zegt hij in een telefoongesprek. „Dat is niet nieuw. Ze roepen allerlei dingen over het klimaat en doen dat op een nogal alarmistische manier. In hun klimaatmanifest voorspellen ze honger en kou als er een klimaatakkoord komt.”

‘Hele bak met oude argumenten’

Van Soest vindt hun kritiek weinig consistent. „De heren hebben niet een hypothese op grond waarvan ze de bestaande theorie afwijzen. In hun artikel in Elsevier gooien Berkhout en Thoenes de hele bak met oude sceptische argumenten tegen de muur om te kijken of er iets blijft kleven. Dat is twijfel zaaien in ultieme vorm.”

Lees ook: Buurtonderzoek Klimaat: ‘Ik hoef niet roomser dan de paus te zijn’
Rob Dullemen
Rob Dullemen

En dat werkt, blijkt wel uit het uitgebreide NRC-buurtonderzoek over klimaatverandering. Een paar reacties uit dat onderzoek: duizend jaar geleden warmde de aarde ook op, we hebben als mens nauwelijks invloed op het klimaat, politici doen aan bangmakerij, de mens is verantwoordelijk voor maar 4 procent van de CO2 uitstoot, komt het door natuurlijke cycli of door de mens – ik ben er nog niet uit.

Het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC), waarin honderden klimaatwetenschappers samenwerken, laat geen misverstand bestaan over het feit dat de mens de opwarming veroorzaakt. „In de wetenschap is de strijd met de sceptici een achterhoedegevecht”, zegt Van Soest. „Maar dat zo’n stichting, zeker als die goed gefinancierd wordt, invloed kan hebben op de publieke opinie, sluit ik niet uit.”