Klimaatscepsis ‘spectaculair’ afgenomen

Onderzoek NIDI De scepsis over opwarming van de aarde is in tien jaar tijd gedaald. Ook de achterban van klimaatsceptische partijen twijfelt minder.

PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher en GroenLinks-leider Jesse Klaver bij de klimaatdemonstratie in Amsterdam.
PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher en GroenLinks-leider Jesse Klaver bij de klimaatdemonstratie in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Nederlanders twijfelen er steeds minder over: de aarde warmt op en dat is reden tot zorg. Klimaatscepsis is de afgelopen tien jaar „spectaculair” afgenomen: het percentage Nederlanders dat het eens is met de stelling dat „verhalen over opwarming van de aarde overdreven zijn” is meer dan gehalveerd, van 24 procent naar 11 procent. Tegelijkertijd zegt nu bijna 58 procent van de bevolking grote zorgen te hebben over opwarming van de aarde – 23 procentpunt meer dan tien jaar terug.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), het nationale demografische onderzoeksbureau. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in DEMOS, het onderzoekstijdschrift van het NIDI. Zowel in 2009 als eind 2018 werd een representatieve groep van ruim tweeduizend Nederlanders ondervraagd over hun opvattingen over klimaatverandering. Daarmee zijn veranderende opvattingen over een langere periode in kaart gebracht.

Uit het onderzoek blijkt dat twijfel over de vraag of de aarde opwarmt onder alle lagen van de bevolking is afgenomen. Wel zijn de verschillen tussen hoog- en laagopgeleid toegenomen. Waar zij tien jaar terug nog in gelijke mate bezorgd of juist sceptisch waren, zijn nu zeven op de tien hoogopgeleiden bezorgd, tegenover de helft van mensen met een vmbo- of mbo-diploma. Omgekeerd is ongeveer 15 procent van hen sceptisch over opwarming van de aarde, tegenover 8 procent van de hoogopgeleiden.

Ook blijkt dat kiezers van álle partijen bezorgd zijn over de opwarmende aarde. En juist onder aanhangers van partijen die sceptisch zijn over de noodzaak van klimaatbeleid, is de twijfel over klimaatverandering sterk afgenomen.

Lees meer over klimaatscepticiIn ultieme vorm twijfel zaaien over klimaatverandering

Ook veel PVV’ers nu bezorgd

In 2009 vond 43 procent van de VVD’ers en 46 procent van de PVV-kiezers verhalen over klimaatverandering „sterk overdreven”. Nu vindt 20 procent van de PVV’ers dat nog en 13 procent van de VVD-stemmers. Onder CDA’ers is de scepsis gehalveerd, van 25 procent naar bijna 13.

Tegelijkertijd zijn kiezers van die partijen nu een stuk bezorger over opwarming van de aarde dan tien jaar terug: 44 procent van de PVV’ers is dat, tegenover 28 procent in 2009. Bij VVD-kiezers zijn de zorgen over klimaatverandering meer dan verdubbeld: in 2009 was 21 procent bezorgd, nu is dat 51 procent. Naar Forum voor Democratie-kiezers is geen onderzoek gedaan; die partij bestond in 2009 nog niet.

In de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen volgende week zijn klimaatbeleid en de vermeende onvrede van burgers daarover het belangrijkste thema geworden – voor coalitie én oppositie. Coalitiepartijen CDA en VVD proberen in die campagne onvrede over een te ambitieus klimaatbeleid te mobiliseren. CDA-leider Sybrand Buma waarschuwde vorig jaar al in NRC voor een nieuwe ‘Fortuyn-revolte’ als bij het maken van klimaatplannen onvoldoende rekening gehouden zou worden met de onvrede van burgers voor wie klimaatbeleid niet zo ambitieus hoeft en die vrezen de rekening te moeten betalen. En VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff hekelde eerder „klimaatdrammers” die te veel nadruk zouden leggen op de noodzaak van maatregelen om opwarming van de aarde te beperken.