‘Het tijdperk Abdelaziz Bouteflika is al voorbij’

Protesten Algerije Het protest tegen de Algerijnse president Bouteflika houdt al weken aan. Twee filmmakers praten over hun hoop voor een nieuw Algerije. „We willen niet het hele systeem onderuithalen.”

Algerijnen gingen vrijdag voor de derde week op rij de straat op tegen president Bouteflika.
Algerijnen gingen vrijdag voor de derde week op rij de straat op tegen president Bouteflika. Foto Zohra Bensemna/Reuters

Zondagavond keerde de 82-jarige president Bouteflika terug in Algerije van een verblijf in Zwitserland waar hij twee weken ter observatie in een ziekenhuis was opgenomen. Volgens de filmmaker Yacine Bouaziz (36) doet de terugkeer er niet meer toe. „Wat mij betreft, zitten wij nu al in het post-Bouteflika-tijdperk.”

Het internet vertragen, het openbaar vervoer opschorten, scholen en universiteiten sluiten: alles wat het Algerijnse bewind probeert om de demonstraties te doen uitdoven, lijkt te mislukken. Vrijdag kwamen voor de derde week op rij in het hele land honderdduizenden, mogelijk zelfs miljoenen mensen op straat om te protesteren tegen een vijfde termijn voor president Bouteflika.

„Zij hadden gedacht dat de studenten massaal met vakantie zouden gaan. In plaats daarvan zijn scholieren én studenten zondag de straat opgegaan”, zegt Damien Ounouri (37), een andere filmmaker die vanaf het begin bij het protest is betrokken.

Het is typerend, zegt Yacine Bouaziz, voor de metamorfose die de Algerijnen de laatste drie weken hebben ondergaan. „De bevolking laat zich niet meer verdelen zoals in het verleden. Op straat zie je echt iedereen: jong en oud, man en vrouw, werkloze en werkende. Zo’n eenheid hebben wij in Algerije niet meer gezien sinds de nationale ploeg zich in 2014 kwalificeerde voor de wereldbekervoetbal.”

Het enthousiasme van de Algerijnen is aanstekelijk. Betogers die een eigen ordedienst beginnen, vrijwilligers die de straten schoonmaken: het doet allemaal heel erg denken aan het straatprotest in Egypte, Tunesië, Libië en elders in 2011. Maar er zijn ook belangrijke verschillen, zegt Ounouri.

„In de buitenwereld heeft men nogal de neiging om alle Arabische landen op één hoop te gooien. Maar elk land is anders. In 2011 waren de Algerijnen niet klaar voor grote veranderingen. Het terrorisme, de honderdduizenden doden van de jaren negentig lagen nog te vers in het geheugen.”

Er is nog een ander groot verschil: de Algerijnen komen niet op straat tegen een gehaat dictator. Ounouri: „In 2011 werd Bouteflika nog altijd gezien als de man die het terrorisme een halt heeft toegeroepen.” Bouaziz: „Bouteflika is wel iemand die het lot van Algerije een andere wending heeft gegeven. In 2014 hebben de mensen daarom nog massaal voor hem gestemd, ook al had hij een jaar eerder al een beroerte gekregen.”

Lees ook: Bouteflika moet elite Algerije redden

Geen genoegen met kruimels

Twee zaken hebben ervoor gezorgd dat de Algerijnen de voorbije decennia geen zin hadden in grote politieke omwentelingen: het vooruitzicht van een terugkeer naar de wrede burgeroorlog met de moslimfundamentalisten en de inkomsten uit gas en olie. Die laatste hebben het bewind lang in staat gesteld om de sociale vrede af te kopen. Elke beroepsgroep, elke minderheid die op straat kwam, kreeg geld toegestopt.

Het is waar, zegt Bouaziz, dat Bouteflika’s beleid zo ook voor een herverdeling van de rijkdom heeft gezorgd. „Maar het waren altijd kruimels. Het gros van de rijkdom van Algerije is opgegeten door de clan rond Bouteflika, mensen die allemaal de dubbele nationaliteit hebben, hun geld naar het buitenland doorsluizen en hun kinderen in Europa laten studeren. Het volk neemt geen genoegen meer met de kruimels.”

Wat ook meespeelt: meer dan de helft van de Algerijnse bevolking is jonger dan dertig, wat wil zeggen dat zij de donkeren jaren negentig niet, of niet bewust hebben meegemaakt. En zij hebben al helemaal niet de onafhankelijkheidsstrijd tegen Frankrijk meegemaakt, waaruit Bouteflika en zijn entourage zijn voortgekomen.

Lees ook Op het onmetelijke platteland van Algerije blijft de dood dichtbij, een reportage (1999) over de burgeroorlog eind vorige eeuw

Ounouri: „Deze jongeren hebben het terrorisme niet gekend, dus zij zijn daar niet meer bang mee te maken. Ik heb zelf gezien hoe de islamisten zich bij het protest wilden aansluiten: zij zijn door de jongeren weggejaagd. Deze jongeren willen een beter Algerije uitbouwen. Maar het enige wat hen geboden wordt, is meer van hetzelfde.”

Ounouri zegt dat sinds het protest drie weken geleden begon er geen enkele illegale migrantenboot meer is vertrokken uit Algerije. Dat valt moeilijk te checken. Maar hij verwijst ook naar de ultra’s, de harde kern van voetbalsupporters die in Algerije een grote rol spelen bij het straatprotest.

„Er is een bekend voetballied dat geïnspireerd is door de Netflix-serie La Casa del Papel, waarbij Papel is vervangen door Mouradia, het paleis van Bouteflika. In dat lied was er een strofe over clandestien vertrekken naar Europa. Welnu, die strofe is vervangen door: het is ons land en wij willen het helpen opbouwen.”

De Algerijnse opstand heeft wel één grote handicap. Het volk mag dan verenigd zijn in zijn weigering van een vijfde termijn voor Bouteflika, maar er is geen alternatief leiderschap. De bestaande oppositie is in de ogen van de bevolking niet geloofwaardig want geldt als schatplichtig aan het systeem.

Dat is inderdaad een gevaar, geeft Ounouri toe. „Hoe langer dit duurt, hoe groter de kans dat het op geweld uitdraait. Dan kunnen ze een betogingsverbod uitvaardigen, het leger de straat opsturen.”

Hoe het post-Bouteflika-tijdperk er gaat uitzien, daar kan iedereen slechts naar raden. Bouaziz: „Belangrijk is dat de Algerijnen niet het hele systeem onderuit willen halen. Integendeel: wij willen juist politici die ervoor zorgen dat de instellingen voor iedereen werken.”