Opinie

Fokkin’ vet, Suzanne Schulting

Wilfried de Jong

Meiden. Ja, ik ga het woord meiden maar eens gebruiken. Niet: vrouwen. Dat klinkt me te oud. Natuurlijk, het waren vrouwen die de rondjes schaatsten op de shorttrackbaan in Sofia. Jonge vrouwen. Maar dit noem je ‘meiden’, zoals boegbeeld Suzanne Schulting het zelf graag zegt.

Na twee wereldtitels wilde Schulting graag de relay winnen, de aflossingswedstrijd met je teamgenoten. Met haar maatjes, haar meiden.

Schulting lag in de laatste ronde op kop. Als de sterke Friese op kop ligt, blijft ze doorgaans op kop. Dat weten ook haar tegenstanders. Met machtige Schultingslagen kwam ze uit de bocht.

Er kon niets meer misgaan.

De spiermassa in haar bovenbenen maakte de concurrentie bij voorbaat moedeloos. Ze hadden uitzicht op die twee ijzersterke benen en kwamen er gewoon niet meer langs.

Schulting wil alles winnen wat er te winnen valt. Grote winnaars hebben dat dierlijke genoegen op hun gezicht staan, al weet Schulting dat vooraf nog aardig te maskeren met een ontspannen lach en een kusje dat ze vanaf haar vlakke hand de wereld in blaast.

En toch ging het mis.

Na de laatste aflossing met een van haar teamgenoten ging Schulting onderuit. De kampioene gleed reddeloos de kussenwand in. Toch even de concentratie weg en gevallen.

Coach Jeroen Otter: „Ze kijkt om, gaat voorover en komt met de punt van haar schaats in het ijs. Heel lullig. Maar je moet gewoon niet vallen.”

Na de mislukte race stond Schulting te snotteren voor de camera. Ze voelde zich schuldig: „Ik had het toernooi zo graag mooi willen afsluiten met die meiden. Samen vieren is het allermooiste dat er is.”

Daar was het woord weer: meiden.

Met collega’s als Yara van Kerkhof en Lara van Ruijven vormt Suzanne Schulting een hecht clubje. Ze zijn tijdens toernooien altijd met elkaar in de weer. Aanmoedigen. Feesten. Troosten.

Waar mannen, eh jongens, elkaar een klap op de schouders geven duiken deze shorttracksters na een wedstrijd in elkaars lijven en is nauwelijks nog te zien van wie het been of de arm is.

Wat je ziet is een kluwen van meiden.

In het weekend liet ik me hun taalgebruik ook smaken. Het swingt, het is van deze tijd. Waar jonge voetballers klinken als oude kerels die maar de helft van de verplichte mediatraining hebben begrepen, goochelen de shorttracksters met woorden van de straat.

Suzanne Schulting slaat alles. Ze is „fokkin’ blij” met de twee gouden medailles. Als het op haar val komt, schiet er even een deftige zin in haar hoofd: „Ik heb lichtelijke spijt, ja.”

Maar dan komt het plezier weer boven. Ze heeft als eerste Nederlandse de WK-allroundtitel gewonnen: „Ja, echt heel sick. Heel vet, heel cool. De vetste titel ooit.”

Zo is het, meid. Deze man van de krant vond het ook eh… cool, chill zelfs, nice zou ik willen zeggen, debiel goed, bizar en superlauw, Suus.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

Lees ook: Suzanne Schulting is nu écht de allerbeste