Recensie

Recensie Muziek

‘Geheimtip’ Busch Trio is niet meer te missen

Het jonge Busch Trio is tijdloos en geweldig in hun toewijding, en laten de muziek zelf het enig relevante verhaal vertellen.

Het Busch Trio, vernoemd naar de legendarische violist Adolf Busch, met Omri Epstein (pianist), Mathieu van Bellen (violist) en Ori Epstein (cellist).
Het Busch Trio, vernoemd naar de legendarische violist Adolf Busch, met Omri Epstein (pianist), Mathieu van Bellen (violist) en Ori Epstein (cellist). Foto Roger Cremers

Lang gold het Busch Trio als een ‘Geheimtip’. Het pianotrio, in 2012 in Londen opgericht, bestaat uit de Nederlandse violist Mathieu van Bellen (1988) en de Israëlische broers Ori (1993) en Omri Epstein (1986). Het trio won in 2016 de Kersjesprijs (50.000 euro) maar was toen ook nog artist in residence aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Brussel.

Sinds kort zijn de musici in Amsterdam gevestigd, en met de aankoop van een kerk in Zaandam als kamermuziekcentrum – een initiatief dat wordt getrokken door Van Bellen en zijn echtgenote, violiste Maria Milstein – zijn de banden met Nederland hechter dan ooit, al voeren concerten het trio voortdurend de wereld over, van Zeeland tot New York.

Hun ambities zijn hoog, de spelkwaliteit is dienovereenkomstig. Maar het Busch Trio is ook een vriendenclub, en dat merk je aan de communicatie – glimlachjes, gunning.

Belangrijkste artistieke gemene deler is hun ernstige toewijding. Voor frivole praatjes vooraf past het trio: de muziek zelf mag het enig relevante verhaal vertellen, en daar zet het Busch Trio zich vervolgens ook met huid en haar voor in. Hun uitstraling is daarbij leeftijdsloos; dat cellist Ori op afstand de jongste is, zou je niet raden. Dat hij in présence de meest solistische is, viel wél op: zijn kleurrijke, sensitieve en energieke spel deed je wensen hem snel ook eens in een soloconcert te beluisteren.

In de serie Seinconcerten speelde het Busch Trio werken waarin het zich thuis voelde: een romantisch evocatieve uitvoering van Haydns Trio Hob.XV:27 demonstreerde hoe individuele spelkwaliteit in dienst stond van collectieve zeggingskracht. In een prachtuitvoering van Brahms Trio opus 87 schuwde violist Van Bellen ook hyperexpressieve intensiteit nabij de kam niet – een troef die hij soms misschien wat intens uitspeelde. Hoogtepunt vormde de uitvoering van Dvoráks Dumky Trio.

Vanaf de intense cello-inzet zozeer gloeiend en maat voor maat verhalend gespeeld dat zich voor je geestesoog een hele film ontrolde.