Vertrek uit het laatste IS-bolwerk

Foto
Foto Bulent Kilic / AFP

Op zijn hoogtepunt controleerde Islamitische Staat in Syrië en Irak een gebied ter grootte van Groot-Brittannië. Nu is het zogeheten kalifaat gereduceerd tot zo’n 700 vierkante meter in het Syrische dorpje Baghouz. De eindstrijd sleept zich lang voort. Dat komt doordat de overwegend Koerdische strijders van de Syrische Democratische Strijdkrachten verrast waren door het grote aantal burgers dat nog bij de jihadisten was.

De afgelopen dagen zijn zo’n 15.000 mensen – vooral vrouwen en kinderen – uit Baghouz gevlucht. Zij worden naar het 300 kilometer verderop gelegen kamp Al-Hol overgebracht, dat nu met meer dan 50.000 bewoners uit zijn voegen barst. Volgens het International Rescue Committee zijn ten minste tachtig mensen, vooral baby’s, overleden tijdens de tocht of kort na aankomst.

Ook donderdag vluchtten nog duizenden vrouwen in zwarte nikabs met hun kinderen uit Baghouz. Honderden mannelijke IS’ers hebben zich overgegeven aan de Koerdische strijders.

De SDF achtte het vrijdag te vroeg voor een slotoffensief tegen de laatste ‘terroristen’ die vastbesloten zijn tot de dood te vechten. Zij zouden nog met duizend man zijn.

Een onbekend aantal militanten houdt zich daarnaast nog op in het woestijngebied tussen Palmyra en Deir es-Zor. Het Syrische regeringsleger heeft er vrijdag luchtaanvallen uitgevoerd. Naar verwachting zal een deel van de IS-strijders proberen ondergronds te gaan om vanuit hun schuilplaatsen terroristische aanslagen te plegen.