Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Idealisme is te vaak eenzijdige ontwapening

Ik ben dol op columniste Asha ten Broeke van de Volkskrant . Zo schreef ze vrijdag meeslepend over haar weerzin tegen het „kapitalistische, patriarchale” systeem. Moeten vrouwen zich nu echt uit de naad gaan werken om daarin een plek te bevechten? Ze schrijft: „Ik denk nooit: vrouwen moeten eens wat harder werken. Om eerlijk te zijn denk ik: waar blijft de fucking revolutie?”

U denkt waarschijnlijk: Gut, weer dat geklets over vrouwen en werken, er zijn grotere problemen in de wereld. Maar dit onderwerp werpt een vraag op die ik telkens weer zie terugkeren. Die ik in alle grote debatten van deze tijd een rol zie spelen, van groot tot klein, van persoonlijke keuzes tot internationale machtspolitiek. De vraag is: hoe zeer moet je vuile handen maken om iets te veranderen? Hoeveel moet je meedoen met ‘het systeem’, om invloed en macht te verwerven om ook maar iets van je idealen gerealiseerd te zien?

De vraag komt terug wanneer je als onderzoeker gaat publiceren. Moet je hoog mikken qua impactfactor in wetenschappelijke tijdschriften? Ook wanneer het systeem van die impactfactors verdorven is? Elsevier scoort hoog op de lijst van verdorven bedrijfsleven maar een paper in hun Cell-tijdschrift opent veel deuren. Is het niet zonde om, zeker als vrouw, of als minderheid in de wetenschap, die kans niet te pakken? Nog zo’n vraag: moet je je uitvindingen patenteren als je een hekel hebt aan het patentensysteem? Moet je geld aannemen van banken als je een hekel hebt aan banken? Mag je aandelen van verdorven bedrijven kopen om een beetje pensioen op te bouwen of moet je arm blijven?

In veel gevallen is idealisme een kwestie van eenzijdige ontwapening. Midden in een gewapend conflict je geweer in de plomp gooien, in de hoop of verwachting dat anderen je voorbeeld zullen volgen. En heel soms werkt het. Maar wanneer Calimero het probeert, gaat het meestal mis. Die oefent te weinig invloed op zijn omgeving uit.

Ik zag de afgelopen weken talloze voorbeelden van dit vraagstuk in Nederland op het internationale toneel. Toen we bijvoorbeeld een beetje eigenaar werden van KLM. Moesten we dan serieus blijven toekijken hoe ons vlaggenschip beetje bij beetje vermorzeld werd door de Fransen? In de commentaren kwam telkens weer terug hoe vervuilend de KLM-vloot wel niet is. Het zou hypocriet zijn om KLM te steunen en tegelijkertijd ambitieus klimaatbeleid te voeren. Maar het is wel ónze uitstoot. Oranje uitstoot. Consistent klimaatbeleid zou betekenen: KLM bij het grof vuil. Schiphol aan alle kanten voorbij laten lopen door andere luchthavens. De Rotterdamse haven laten afzinken. En met je goede gedrag toezien hoe de rest van de wereld wél in competitie blijft. Want die voetballen gewoon door. Dan maar hypocriet.

Zelfde vraag: moeten we dan onze veestapel halveren omdat we het zo zielig vinden? Moet je voedselproductie wegjagen naar het buitenland waar het bijna zeker minder duurzaam en minder diervriendelijk aan toe gaat? En waar ga je dan nog geld mee verdienen? Je kunt je neus ophalen om nog langer te handelen met Nigeria, Egypte, Rusland, China, Brazilië en elke mensenrechtenschending met beide handen aangrijpen om lekker thuis op de bank te blijven zitten. Maar het verandert niets. Het maakt je alleen maar armer. Liever een paar steekpenningen en zo nu en dan een woest artikel in een Nederlandse krant dan met schone handen thuis blijven.

Ik zag het zelfs terug in de recente Churchill-speech van Rutte over Europa. Europeanen zijn pacifisten geworden, die liever handelen dan schieten. Onze tactiek is om met eindeloos praten/smeken/borrelen de wereld te overtuigen dat gewapende conflicten een slecht idee zijn, en kernwapens stom. Ondertussen is Europa, nu Amerika niet langer de NAVO-kar wil trekken, letterlijk eenzijdig ontwapend. Maar wie durft de aanschaf van nog een paar tanks en Joint Strike Fighters te steunen? Wie zet zijn idealen opzij?

In al die onderwerpen zie ik dezelfde vraag terugkeren. De Nederlandse vrouw die in haar eentje het nieuwe werken heeft uitgevonden met een hypermoderne 28-urige werkweek, die is onzichtbaar. Afwezig op het wereldtoneel. Ik deel Ten Broekes dromen over een beter systeem. Een wereld van samenwerking en transparantie, kwetsbaar leiderschap enzovoorts. Maar ik heb steeds vaker last van realiteitszin. Ik houd zelf mijn wapens graag geladen.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.
    • Rosanne Hertzberger