Opinie

Het glazen abattoir

Tommy Wieringa

Op woensdag 27 februari keert D66-senator Henriëtte Prast in één beweging haar partij en de Eerste Kamer de rug toe: ze kan zich niet langer verenigen met het lakse standpunt van de partij inzake dierenwelzijn. In de Volkskrant laat ze optekenen dat ze een overstap naar de Partij voor de Dieren nog niet overweegt: „Daarvoor zou ik me eerst in hun opvattingen op andere terreinen moeten verdiepen”.

Koud een week later staat Prast op de kandidatenlijst van de Partij voor de Dieren voor de Eerste Kamerverkiezingen in mei, op nummer vier. De verdieping is vlot verlopen: tussen het nog-niet-overwegen van een overstap en de overstap zelf tellen we vier werkdagen.

Een erbarmelijk stuk politiek toneel.

Hoe dan ook is het goed te lezen dat Prast haar denken over dieren scherpt aan schrijvers en filosofen. Ze noemt Peter Singer en John Coetzee als bronnen. De huidige politiek heeft grote nood aan literair-filosofische inzichten.

Van Coetzee las ik deze week ‘Het glazen abattoir’, een Elizabeth Costello-verhaal, dat in juni in de vertaling van Peter Bergsma zal verschijnen in ‘De oude vrouw en de katten’. Elizabeth Costello, een oudere Australische schrijfster die naar het zich laat aanzien als Coetzees alter ego dient, doet in het verhaal het voorstel om een glazen abattoir te bouwen, midden tussen de mensen. Het moet dienen als demonstratie, schrijft Coetzee: „Een demonstratie van wat er gebeurt in een abattoir. Slachten. Ik bedacht dat mensen alleen maar tolereren dat er dieren worden geslacht omdat ze er niets van te zien krijgen. Te zien krijgen, te horen krijgen, te ruiken krijgen. Ik bedacht dat als er een abattoir zou zijn dat midden in de stad zou opereren, waar iedereen zou kunnen zien en ruiken en horen wat daarbinnen gebeurt, mensen zich misschien anders zouden gaan gedragen. Een glazen abattoir. Een abattoir met glazen wanden. […] Er komen geen rivieren van bloed. Het wordt alleen maar een demonstratieabattoir. Een handjevol slachtingen per dag. Een os, een varken, een half dozijn kippen.”

Het is waar, de enige reden dat we kunnen leven in een wereld waarin miljoenen productiedieren hun erbarmelijke levens leiden en hun gruwelijke dood sterven, is omdat dat deel van de wereld voor onze ogen verborgen blijft. Hooguit de vrachtwagen op de snelweg waar hier en daar een varkenssnuit uit een ventilatieopening steekt (de eerste frisse lucht van zijn leven ruikt hij onderweg naar zijn dood), of het kalf op het erf in een eenlingbox.

Het woord eenlingbox haal ik uit een lijst met verdoezelende termen uit de vee-industrie, die me werd toegezonden door de Stichting Dier&Recht. Het woord ‘ongerief’ bijvoorbeeld, wordt door de Universiteit Wageningen en het ministerie van Landbouw gebruikt om angst, pijn en verwondingen bij productiedieren aan te duiden. Denken we bij de term ‘liggend vee’ vooreerst aan de koe die Potter schilderde, in werkelijkheid gaat het om dieren die zo ziek, verzwakt of verwond zijn dat ze niet meer overeind kunnen komen. Liggend vee is in het abattoir vaak ‘eindlijner’, het woord dat wordt gebruikt voor zieke en gewonde dieren die als laatste worden geslacht om de slachtlijn niet te bevuilen. Het fraaie woord ‘verreisd’ dient voor kalveren die tijdens het transport over grote afstand zo verzwakt zijn, dat ze ziek, uitgedroogd of dood op de plaats van bestemming aankomen. ‘Lichamelijke ingrepen’ betreft de amputatie van staarten, testikels, snavels en hoorns. Op de site van MS Schippers, een grote toeleverancier voor de intensieve veehouderij, worden daartoe onder het geruststellende kopje ‘kraamzorg’ de volgende producten aangeboden: een pneumatische tandenslijper, castratiemessen en een boorslijper van het merk Bosch.

De vee-industrie kent de vleesparadox maar al te goed: het begrip dat in 2014 door Australische psychologen werd gebruikt voor consumenten die weliswaar nooit zelf een dier kwaad zouden willen doen, maar die dieren wel in het verborgene laten lijden om hun vlees te kunnen eten. Daarom vinden het leven en de dood van productiedieren in hermetisch afgesloten ruimtes plaats, en is de taal die ermee samenhangt geschoond van pijn en lijden. Het glazen abattoir is een passend antwoord op dit massale zelfbedrog.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.