Opinie

    • Caroline de Gruyter

Europese renaissance

Terwijl Emmanuel Macron vorige week zijn oproep schreef voor een „Europese renaissance”, gingen drie scholieren van de Saint Gerard’s School in het Ierse Bray er op hún manier mee aan de slag.

Op 1 maart gingen de scholieren, twee jongens en een meisjes, in schooluniform naar Dublin Castle. Daar, in het imposante regeringsgebouw, ontmoetten ze zestien- en zeventienjarigen van 27 andere scholen uit heel Ierland voor het jaarlijkse ‘Model Council of the EU’-debat. Elk schoolteam vertegenwoordigt een EU-land. Vorige jaren simuleerden ze onderhandelingen over migratie en handelsverdragen, dit jaar ging het over de Europese meerjarenbegroting. Taaie kost. De scholieren ploegden zich door de ontwerpbegroting van de Europese Commissie, op basis waarvan lidstaten in Brussel echt onderhandelen. Alle Europese ambassades hadden iemand naar Dublin Castle gestuurd om hun nationale standpunt uit te leggen. De drie van Saint Gerard’s School vertegenwoordigden Nederland. Zweden, dat geen ambassade in Dublin heeft, stuurde zelfs speciaal iemand uit Londen om ‘zijn’ team te begeleiden.

De schoolteams werden toegesproken door de Ierse minister voor Europese Zaken. Een senator leidde het debat. Alle teams presenteerden hun nationale standpunt en doken toen de wandelgangen in – bondgenoten zoeken, compromissen smeden. Doel van de operatie: scholieren laten zien dat je het belang van je land kunt overbrengen terwijl je tegelijkertijd samen iets wilt bereiken. Wie het goed speelt, ontdekt dat nationaal en Europees belang vaak samengaan. Zo wil Nederland meer Europees geld steken in innovatie en duurzaamheid. Het ‘Nederlandse’ team vond daar veel medestanders voor. Voor extra geld voor Erasmus-uitwisselingen trouwens ook.

Team Kroatië won. Dat mag binnenkort, gesponsord door het Europees Parlement, een dag naar Straatsburg.

Terug naar Macron en al die andere politici en denktanks die, voorafgaand aan de verkiezingen in mei, voorstellen doen voor een ‘beter’ Europa. De een wil het Europees Verdrag wijzigen. De ander wil een grote conferentie over hervormingen. Prima allemaal. Maar dé makke van Europa is geen gebrek aan structuur, maar een gebrek aan goodwill. Politieke goodwill. Elk land wil een beter asiel- en migratiebeleid. Maar deze week bleek weer eens dat haast niemand bereid is over zijn eigen schaduw te stappen en goed beleid te maken waar Europa echt wat mee kan. De asielhervorming strandde. Iedereen klaagt over immigratie, iedereen noemt dit een Europees probleem, maar landen geven Europa de macht en middelen niet om het op te lossen. Zo kan de EU niet floreren.

Ierland probeert dat te doorbreken. Het scholierendebat is maar één voorbeeld. Dat heeft niets met indoctrinatie te maken: scholieren leren hoe de EU werkt, een legitiem bestuursniveau waar Ierland deel van is en waarop het meebeslist. Nederlandse scholieren leren weinig over Europa. Als je niet weet hoe het werkt, hoe kun je dan meepraten over hervormingen?

Ierland heeft ook een razend populair programma voor lagere scholen: ‘Blue Star’. De scholen bedenken zelf Europese projecten. De beste krijgt een prijs. Roemeense leerlingen bakken Roemeense koekjes omdat hun land EU-voorzitter is. Anderen houden spreekbeurten, elke maand over een ander land. „Kinderen leren zo spelenderwijs iets over Europa en andere landen,” zegt Noelle O’Connell van de Europese Beweging Ierland, een populaire club in Ierland – kom daar in Nederland eens om.

Het ministerie sponsort dit. De premier komt uitleggen wat hij in Brussel doet. Een op de drie lagere scholen heeft al een Blue Star-project gedaan. Volgens de laatste Eurobarometer is 85 procent van de Ieren tevreden over het EU-lidmaatschap, tegen een Europees gemiddelde van 62 procent. Dit is hoe de Europese renaissance begint: met mondige, goed geïnformeerde burgers.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter