Duizenden lopen mars tegen vele vormen van vrouwenonderdrukking

Vrouwenmars In een lange mars door Amsterdam vroegen zaterdagmiddag demonstranten aandacht voor vrouwenrechten. Volgens de organisatie deden 15.000 mensen mee.

De Women's March eindigde op het Museumplein in Amsterdam.
De Women's March eindigde op het Museumplein in Amsterdam. Foto Robin Utrecht/ANP

Cynthia Pallandt is deze zaterdag in haar eentje vanuit Breda afgereisd naar Amsterdam om mee te lopen in de Women’s March Amsterdam. „Vooral om solidariteit te tonen naar vrouwen wereldwijd en nee te zeggen tegen een systeem van onderdrukking”. Ze merkt dat er „nog steeds anders tegen vrouwen wordt aangekeken in de politiek”. Voor de Partij voor de Dieren is ze kandidaat voor de Provinciale Staten van Noord-Brabant. Ze ervaart dat het als vrouw niet om ideeën draait, maar om het feit dat je een vrouw bent. „Als je als man fel bent in een gesprek, word je als sterk gezien. Als vrouw word je al gauw als emotioneel bestempeld.”

Lees ook: Emancipatie? Ja, maar snel gaat het niet

Alleen is Pallandt zeker niet. Duizenden mensen, vooral vrouwen, hebben zich zaterdagmiddag verzameld op de Dam in Amsterdam, voor de start van een mars naar het Museumplein. Een dag na Internationale Vrouwendag vragen zij aandacht voor de positie van vrouwen wereldwijd. De organisatie meldt na afloop dat er 15.000 mensen in de mars meeliepen.

Opvallend is hoe verschillende groepen aandacht vragen voor verschillende onderwerpen. Zo vraagt de FNV aandacht voor seksuele intimidatie op de werkvloer in Nederland, de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland voor Marokkaanse vrouwen met kanker in het Rif-gebied en een andere groepje vrouwen richt zich op het nieuws van deze week dat zorgverzekeraars een vruchtbaarheidsbehandeling voor lesbische vrouwen niet meer vanuit het basispakket hoeven te vergoeden. Volgens Cynthia Pallandt is dat niet vreemd. „Juist de slogan van vandaag, All Oppression is Connected, sprak mij aan. Je kunt het één niet los zien van het ander.”

Protestborden

Twee dagen eerder, op donderdagavond, zijn zo’n dertig demonstranten samengekomen in NieuwLand, een buurthuis in Amsterdam-Oost. De bijeenkomst is bedoeld om protestborden te maken. Tafels zijn voorzien van stukken karton, stiften en verf. De sfeer is gemoedelijk, de deelnemers hebben er plezier in. De groep bestaat grotendeels uit jonge vrouwen, maar de achtergronden zijn divers. De voertaal is Engels.

De protestborden moeten provocatief zijn en „het patriarchaat” wakker schudden, zo wordt er gesteld. Patriarchaat is een veelgebruikt woord deze avond. Het moet de huidige samenleving omschrijven, die volgens de aanwezigen door mannen wordt gedomineerd.

My consent is not up for bargain, it is mine to give , staat op het bord van Agathe Cherbit-Langer (20), internationaal student aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze komt uit Parijs. „Ik wil zaterdag solidariteit tonen aan vrouwen wereldwijd. Een hoge opkomst geeft een krachtig signaal.” Een jaar geleden startte ze een actiegroep om seksueel geweld op de UvA tegen te gaan. „Via workshops proberen we ruimte te creëren voor discussie, waardoor een veilige omgeving voor studenten kan ontstaan.”

Foto Robin Utrecht/ANP

Andere werkwijze

De ontstaansgeschiedenis van Women’s March Netherlands, de groep die de mars deze zaterdag heeft georganiseerd, gaat terug tot begin 2017. Toen protesteerden grote groepen vrouwen in de Verenigde Staten onder de naam Women’s March tegen het presidentschap van Donald Trump. Ook in Amsterdam was er een demonstratie. Twintigduizend mensen verzamelden zich toen op de Dam. Daaruit ontstond Women’s March Netherlands. Drijvende kracht is Adinda Veltrop (33), in het dagelijks leven doctoraal student politicologie in Detroit.

Sindsdien heeft de groep diverse activiteiten georganiseerd. Veltrop: „De naam doet anders vermoeden, maar we kijken naar meer dan alleen vrouwenrechten. Een goed voorbeeld is de Families Belong Together March die we in juni 2018 liepen en die gericht was tegen het asielbeleid van president Trump.” Het directe doel is daarbij niet om de politiek te beïnvloeden, maar om in de samenleving zelf iets te veranderen door bijvoorbeeld workshops en voorlichtingen te geven.

Foto Robin Utrecht/ANP
Foto Robin Utrecht/ANP
2Foto Robin Utrecht/ANP

Politici mogen daarom niet op het podium spreken. Meelopen mag wel. Ook heeft Veltrop niet samengewerkt met belangengroepen die overheidssteun ontvangen. Ze vindt dat deze groepen door subsidies uit Den Haag te vaak gebonden zijn aan eisen van de overheid in bijvoorbeeld het doen van onderzoek. „ActionAid, een ngo die vrouwenrechten wereldwijd probeert te verbeteren, is de enige organisatie die ons financiert. Juist omdat zij ons de volledige vrijheid geven in wat we doen.” De rest van het benodigde geld voor deze mars is via fondsenwerving bijeengebracht. Veltrop vindt niet dat de zoveelste vrouwenbeweging tot concurrentie leidt. „Uiteindelijk helpen alle kleine beetjes en is ons werk complementair.”

Tijdens de Women’s March werd tegen vrouwenonderdrukking in allerlei delen van de wereld geprotesteerd. Foto Robin Utrecht/ANP

Ook meelopen in Klimaatmars

Met het geworven geld zijn ook sprekers geregeld. Wanneer de mars ruim een uur na vertrek vanaf de Dam eindigt bij het Museumplein, spreekt Lotte van der Horst over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de werkvloer. Ze is bestuurslid bij FNV Jong en loopt zondag ook mee met de klimaatmars. FNV is een van de initiatiefnemers.

Anders dan de vrouwenmars, is de klimaatmars wel gericht op het beïnvloeden van politiek beleid. Vreemd is dat niet, stelt Van der Horst. „De achtergestelde positie van vrouwen is vooral een maatschappelijk probleem dat draait om bewustwording in de samenleving. Iedereen kan daar direct iets aan veranderen. Klimaatverandering gaat verder dan maatschappelijke normen alleen en moet zo snel mogelijk door de politiek worden aangepakt.”

Agathe Cherbit-Lange vond de mars een groot succes. Vooral over de hoge opkomst is ze erg te spreken. „Het was geweldig om met zoveel mensen samen te komen die je niet kent en je toch verbonden te voelen.”