Opinie

De club van doeners moet wel wat doen

Marike Stellinga

Hoelang kan een kabinet zich presenteren als een club van doeners zonder veel te doen? Of beter: zonder de eigen grote ambities waar te maken? In het RTL-televisiedebat afgelopen donderdag stampten ‘de pakken van de coalitie’, Klaas Dijkhoff (VVD), Sybrand Buma (CDA) en Rob Jetten (D66), dezelfde boodschap erin: wij staan niet te schreeuwen aan de zijlijn zoals de andere partijen. Wij sluiten compromissen en we doen wat. O ja?

Dit kabinet tekende afgelopen Prinsjesdag in de Miljoenennota een kaart van Nederland. De kop erboven was: Vertrouwen in de toekomst. In de kaart stond de hervormingsagenda van Rutte III opgesomd. De grote dossiers: klimaat, arbeidsmarkt en pensioen. Er is nog niet veel van terecht gekomen. En of het er snel wel van komt – ik durf er niet op te wedden.

De twee mannen in het kabinet met de grootste hervormingsplannen zijn Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). Wiebes zette ongeveer de hele wereld aan een polder tafel om te bedenken hoe de uitstoot van CO2 naar beneden kan. Woensdag krijgt hij te horen van de planbureaus of de plannen de klimaatdoelen halen en wat ze kosten. Dan pas gaan de coalitiepartijen bedenken wat ze nou echt willen. En daarna mag Wiebes terug naar de tafels, en naar de oppositie als de coalitie op 20 maart zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliest.

Koolmees heeft een wet gepresenteerd die de regels rond vaste en flexcontracten verandert, maar hij noemde die direct slechts een eerste stap. De arbeidsmarkt heeft veel meer sturing nodig. Hij komt nog met nieuwe regels voor zzp’ers en hij stelde een commissie in om over andere nieuwerwetse vormen van werk na te denken zoals de mensen die rondrijden voor platforms als Uber en Deliveroo. En over de grote pensioenhervorming van Koolmees, zucht, hebben we het maar even niet nadat het kabinet er met vakbonden en bedrijven niet uitkwam.

Zo groeit de kans dat het kabinet de goede jaren met een uitpuilende schatkist verspilt, en pas gaat hervormen als de economie er slechter voorstaat. Het Centraal Planbureau (CPB) voelt de bui al hangen en waarschuwde deze week onomwonden: doe dat nou niet. „Juist in barre tijden hebben mensen behoefte aan een overheid die beschutting biedt.” Dat geldt nu nog meer dan voorheen want de kwetsbare groep is groter geworden, schrijft het CPB. Laagopgeleiden worden altijd al harder geraakt door recessies maar in de laatste vijftien jaar kwamen de flexcontracten vooral bij hen terecht. Was in 2003 nog 26 procent van de laagopgeleide werkende mensen flexwerker of zzp’er, nu is dat 45 procent. Een nieuwe recessie slaat daar hard toe. Het CPB waarschuwt dat het effect op het humeur daarom groter kan zijn dan vorige keren. Daar zijn de potentiële gele hesjes van Nederland.

Alles kan natuurlijk nog. Mark Rutte had het vrijdag al optimistisch over de kopjes koffie die hij gaat drinken met de oppositie. De uitgangspositie voor Wiebes en Koolmees blijft uitzonderlijk goed met al dat geld in de schatkist. Maar economen weten: politici vinden hervormen in goede tijden juist het moeilijkst. Ze krijgen dan lastig verkocht dat er groepen moeten inleveren. Al het gepolder ten spijt, het kabinet moet een kant kiezen en bereid zijn een prijs te betalen. Kijken wie durft.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.