Zet het mes in de gehaktbal en hij verandert in een splijtzwam

Voeding Vleesminnaars en -minderaars vliegen elkaar geregeld in de haren. Maar van de zwijgende meerderheid mag het best een onsje minder.

Illustratie Viola Lindner

Quinoakauwende deugtrutten. Zo werden de makers van het feestnummer van Allerhande genoemd, omdat er in het blad van Albert Heijn in december wat meer vegetarische gerechten stonden dan het jaar ervoor.

Een ‘vleesdictaat’. Zo noemde De Telegraaf de oproep in het klimaatakkoord om op termijn minder dierlijke eiwitten te consumeren. ‘Vlees moet op rantsoen’, was de kop. ‘Twee gehaktballen per week, meer blijft er niet over’. „Ze zijn gek geworden”, oordeelde 84 procent van de ruim 10.000 lezers die aan een peiling meededen.

Het zijn niet alleen Telegraaf-lezers die zich hun gehaktbal niet laten afpakken. Artikelen over vlees(minderen) in NRC lokken vergelijkbare reacties uit. „Mag ik er even aan herinneren dat Hitler vegetariër was?” En: „Begint het niet een tikkie op zwarte piet te lijken?”

Zet het mes in de gehaktbal en hij verandert in een splijtzwam.

Je eigen vegaburger flippen

Maandag 11 maart begint de Nationale Week Zonder Vlees. Je zou zeggen: mooi moment voor een goed gesprek. Maar lukt dat nog?

Emile Dingemans (34) eet sinds vier jaar geen dierlijke producten meer – dus ook geen melk, eieren of honing. Hij heeft gemerkt dat praten over vlees al snel spanning geeft. „Het is niet leuk als iemand je het gevoel geeft dat je iets verkeerds doet. Zelfs als ik, zonder iets te zeggen, bij een barbecue mijn eigen vegaburger flip, krijg ik al reacties.”

Lees ook: De vrouw achter de Week Zonder Vlees: ‘Hoe moeilijk is ’t, curry zonder kip’

Dingemans zou stilletjes zijn vegaburger kunnen eten. Maar hij voelt, als voorzitter van de vereniging voor veganisme, de urgentie zijn boodschap uit te dragen. De mens heeft het recht niet om dieren te doden, vindt hij. Toch is hij voorzichtig. „Als iemand heel erg tegen is, heeft discussie weinig zin. Ik praat alleen met mensen die ervoor open staan, en probeer aan te sluiten bij hun belevingswereld. De een is meer bezig met gezondheid, de ander met milieu of dierenwelzijn.” En hij houdt het kort. „Je moet tegenstanders de tijd geven erover na te denken en zich te informeren. Als ik in één gesprek voor 20 procent weet te overtuigen is dat al winst.”

Veganisme en vegetarisme worden langzaam meer geaccepteerd, merkt Dingemans. „Het onbegrip is kleiner dan een paar jaar geleden, het is bespreekbaarder.”

Paradoxaal genoeg verklaart dat misschien ook het felle tegengeluid. Waar minder of geen vlees normaal wordt, waar overheid, deskundigen en supermarkten oproepen om meer planten te eten, voelt de verstokte vleeseter zich in de hoek gedreven. En die bijt nu van zich af.

Hoewel de vergelijking met roken niet helemaal opgaat – er is immers geen vleesverbod – wordt die parallel vaak getrokken: mag vlees nu ook al niet meer? Is na de sigaret en het wijntje de gehaktbal aan de beurt?

#boerenhoudenvandieren

Of de kloof tussen voor- en tegenstanders van vlees groeit, is niet te zeggen. Wel is op sommige fronten de strijd harder dan bij de gemiddelde buurtbarbecue. In januari begon landbouworganisatie LTO Nederland de Twitter-campagne #boerenhoudenvandieren. „De aanleiding was een toename van acties van dierextremisten tegen boeren – bedreigingen, inbraken, stiekem filmen – met als doel boeren te framen als dierenmishandelaars”, zegt Esther de Snoo, woordvoerder van LTO. „Je kunt je daar bijna niet tegen wapenen.” Niet tegen de acties, maar ook niet tegen de beeldvorming dat de veehouderij slecht is. Met extremisten, zegt De Snoo, valt moeilijk te praten. „De nuance is compleet weg. Zij houden vast aan het dogma dat de veehouderij moreel verwerpelijk is en dus weg moet.”

Maar bij de campagne dacht LTO ook aan de gewone burger. „Organisaties als Animal Rights, maar ook de Partij voor de Dieren maken dat het sentiment doorsijpelt naar de samenleving. Zoveel weerstand tegen de veehouderij werkt polariserend.” Niet alleen tussen voor- en tegenstanders van vlees eten en de veehouderij, maar ook tussen stad en platteland.

Veehouders hebben niets tegen kritische consumenten, zegt De Snoo. „Iedereen is vrij om minder vlees te eten. De verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten biedt ook kansen voor boeren.” Maar het voortdurend hameren op minder vlees, en de roep om inkrimping van de veestapel, steekt. „Boeren maken een gezond product, met oog voor omgeving, dier en milieu. Ze doen dat al generaties, vol trots, met hun hele gezin. Als daar ineens niets van deugt, dan raakt dat je. Daarom willen boeren laten zien dat ze om hun dieren geven. Anders kom je er echt niet ’s nachts je bed voor uit.”

Veganisten reageerden op #boerenhoudenvandieren met een tegenoffensief van filmpjes en plaatjes van misstanden. Om te laten zien dat ‘houden van’ misplaatste woorden zijn voor wie dieren laat doden, volgens Dingemans. Met een felheid die toont waarom boeren zich onveilig voelen – volgens De Snoo. De kloof is intussen alleen maar groter geworden. En beide wijzen de ander aan als degene die de polarisatie aanwakkert.

Hoe de scheidslijn loopt

Het vleesdebat kent verschillende scheidslijnen. Links: minder vlees voor een beter klimaat en dierenwelzijn. Rechts: tegen betutteling en voor een sterke vlees- en veesector. En anders is het wel een conflict tussen Randstad en de provincie. Tussen hoog- en laagopgeleid. De gewone man versus de elite. Zo lijkt het. Maar zo zwart-wit is het niet altijd. Niet in opvattingen en niet in gedrag.

Hans Dagevos, die aan de Wageningen Universiteit onderzoek doet naar consumentengedrag, wil de vleeskloof graag nuanceren. Ja, voedsel en duurzaamheid zijn politieke thema’s. „Rechtse partijen cultiveren de vrijheid om te consumeren wat je wilt. Links houdt zich meer met duurzaamheid bezig.” Maar als je naar de consumptie en de opvattingen in de samenleving kijkt, is moeilijker te zeggen waar de vleesminnaars en -minderaars zitten en hoe ze zich tot elkaar verhouden. „We gaan daar onderzoek naar doen, want we weten het eigenlijk niet zo goed.”

Polarisatie zou bovendien betekenen dat Nederland verdeeld is in twee kampen: pal voor of faliekant tegen vlees. „Er is een kleine groep, vooral mannen, die overmatig vlees eet, meer dan 300 gram per dag. Maar verknochte vleeseters en fervente flexitariërs maken aan beide kanten hooguit 20 procent van het totaal uit. De grote middengroep denkt en doet heel genuanceerd. Die houdt niet krampachtig vast aan zijn gehaktbal en wil best minderen.” Maar die groep hoor je niet op Twitter. „Vreedzame coëxistentie levert geen debat op.”

Lees ook: Vlees eten, hoe gek is dat?

„Geleidelijk verschuift de norm en de vleeseter zal meeschuiven”, zegt Dagevos, hoewel hij zucht als hem gevraagd wordt wanneer dan – want vooralsnog stabiliseert de vleesconsumptie. „Het gaat langzaam – we hebben er tenslotte ook zestig jaar over gedaan om zover te komen. Maar de urgentie is groot, dus misschien gaat de terugweg sneller.”

Meer prater dan slager

Die urgentie ontgaat ook de slager niet. René Pals verkoopt biologisch vlees op markten in Den Haag, Utrecht en Amsterdam en is vaak meer prater dan slager. Zijn klanten schromen niet hun schuldgevoel en twijfels met de slager te delen. „Prima, ik vertel graag hoe ik werk en hoe de boeren met hun dieren omgaan. Ik heb zelfs klanten die een poosje vegetarisch zijn en dan weer terugkomen. En ik ben het ermee eens dat we best allemaal wat minder vlees kunnen eten. Maar dan leg ik een kwartier uit waarom een goede biokip zo duur is en dan gaan ze alsnog naar de supermarkt. Zo hypocriet zijn ze dan ook wel weer.”

Lees ook: Wat als we stoppen met vlees eten?

Pals staat open voor het debat. Maar niet als activisten, zoals bij zijn slachterij gebeurde, in bebloede witte jassen op zijn erf roepen dat hij een moordenaar is. „Ik heb nu een hek neergezet.” Ooit was hij slager op Terschelling. Hij deed rustig zijn werk en kon trots zijn op zijn vak. „Maar tegenwoordig moet ik me vaak verdedigen.” Voor zijn zoon ziet hij geen toekomst als slager. „Als je ziet welke kant het nu opgaat, denk ik dat we op den duur helemaal geen vlees meer eten.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.