Voor het wilde dier moet alles wijken

Natuurbeheer De strijd tegen stroperij in Afrikaanse natuurparken leidt tot militarisering, grove schendingen van mensenrechten en koninklijk neokoloniaal gedrag.

Parkwachter in het Virunga Nationaal park in Congo.
Parkwachter in het Virunga Nationaal park in Congo. Foto Thierry Falise/Foto Getty Images

De website Buzzfeed onthulde deze week „wijdverspreide mensenrechtenschendingen” tegen stropers in zes Afrikaanse en Aziatische wildparken, inclusief marteling, verkrachting en moord, gefinancierd door het World Wide Fund for Nature (WWF). In sommige kringen werd dit nieuws met groot enthousiasme ontvangen. „Het interesseert me geen zier dat stropers worden gemarteld of worden vermoord”, schrijft ene ‘SG Greener’ in een reactie onder het verhaal. „Ik hoop dat WWF de lat nog hoger legt en huurmoordenaars inschakelt. Dan kunnen ze rekenen op mijn trouwe maandelijkse contributie .”

Esther Marijnen, onderzoeker van de Conflict Research Group aan de Universiteit Gent was niet verbaasd over deze reacties. „Een grote groep mensen in natuurbeheer vindt dat stroperij zo slecht is, dat daar mensen voor moeten worden neergeschoten. Dat je elke morele overweging opzij moet zetten om dat beest te redden.”

Daarbij domineert onder natuurbeschermers een koloniaal wereldbeeld, stellen andere onderzoekers. „Er is een wijdverbreide mythe dat zwarte mensen het grootste gevaar vormen voor dieren in Afrika ”, stelt de Keniaanse ecoloog Mordecai Ogada, co-auteur van het boek The Big Conservation Lie . „Iedereen vindt dat iemand die van diefstal wordt beschuldigd, onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Maar verdachte stropers worden standrechtelijk geëxecuteerd. In Kenia willen ze de doodstraf invoeren tegen stropers. Tegelijk kunnen witte toeristen voor veel geld olifanten komen schieten in de wildparken. Het is een nieuw soort apartheid. Mensen die eeuwenlang met dieren hebben geleefd en vaak jagen uit armoede, zoals de Masai-herders in Kenia, worden gecriminaliseerd.”

Het onderzoek van Buzzfeed liet zien hoe WWF paramilitaire eenheden inzet in wildparken in Kameroen, de Centraal Afrikaanse Republiek en Nepal. Deze zouden dorpelingen martelen om informatie te verkrijgen over stropers, en zelfs moorden plegen. WWF heeft onderzoek aangekondigd .

Lees meer over het onderzoek van Buzzfeed: Wereld Natuur Fonds zet paramilitairen in tegen stropers

Koninklijke hobby

In de jaren twintig van de vorige eeuw creëerden Belgische botanisten in Congo – toen nog een Belgische kolonie – het Virungapark. De lokale bevolking werd verdreven omwille van het natuurbeheer. De koloniale wetten die deze onteigening rechtvaardigden, worden nog steeds toegepast en leiden geregeld tot geweld.

Esther Marijnen doet al jaren onderzoek naar natuurbehoud in het Virungapark. In de berichtgeving ziet ze dit patroon steeds terugkeren: de (witte) beheerders van het park zijn de helden, omwonenden de barbaren. „Er is weinig aandacht voor de prijs die de lokale bevolking betaalt voor natuurbeheer.”

Toen eind vorig jaar een storm de huizen verwoestte van de bewoners van een enclave in het park, en zij hun daken wilden repareren, werd dat hun door de parkautoriteit verboden. B ewoners, onder wie scholieren, protesteerden tegen dat verbod. Daarbij vielen drie doden, twee burgers en een parkwachter.

De directeur van het park is Emmanuel de Merode, een Belgische prins. Hij heeft geen familiebanden met koning Leopold, wiens koloniale avontuur in Congo volgens voorzichtige schattingen een derde van de Congolezen het leven kostte. „Maar de lokale bevolking ziet hem wel als een verlengstuk van die koloniale macht”, zegt Marijnen vanuit Gent. „In het oosten van Congo is die parkautoriteit de enige autoriteit, die nauw samenwerkt met politie en leger. Dat werkt in veel parken zo. Daarom is het voor bewoners moeilijk om te klagen over mensenrechtenschendingen.”

Het is een nieuw soort apartheid

Mordecai Ogada, ecoloog

Wereldwijd is natuurbeheer de hobby van koninklijke families en welgestelde filantropen. De Britse prins Harry is president van African Parks, dat vijftien nationale wildparken beheert. De Spaanse koning Juan Carlos moest aftreden als ere-voorzitter van de Spaanse WWF-afdeling toen hij op olifanten bleek te jagen in Botswana. „Natuurbeheer heeft zijn wortels in de victoriaanse traditie om de armen weg te houden van de dieren, zodat de koninklijke familie er op kan jagen”, zegt Mordecai Ogada, vanuit Kenia.

Volgens een in 2015 gepubliceerd boek van de Britse natuurbeschermer John Hanks, was prins Bernhard in de jaren tachtig betrokken bij excessief geweld tegen stropers. In Operation Lock and the War on Rhino Poaching beschrijft Hanks, toenmalig directeur Afrika van het World Wide Life Fund, hoe Bernhard een leger huurlingen medefinancierde om de handel in hoorns van zwarte neushoorns tegen te gaan. Operatie Lock liep uit de hand toen het werd geïnfiltreerd door agenten van het apartheidsregime, die de oorlog tegen de stropers gebruikten als dekmantel voor operaties tegen bevrijdingsbewegingen als het ANC.

De afgelopen tien jaar is de strijd in de parken aan beide kanten verhard. In Zuid-Afrika alleen al werden sinds 2007 bijna 8.000 neushoorns gedood. Een kilo gemalen hoornpoeder brengt op de zwarte markt in Vietnam of China tienduizenden euro’s op. Misdaadsyndicaten bewapenen zich met AK47-machinegeweren en maken gebruik van corrupte officials.

Het gevolg is een verregaande militarisering van natuurparken. In Botswana zijn operaties tegen stroperij in handen van de strijdkrachten. Tot vorig jaar gold er een shoot to kill-beleid: eerst schieten, dan vragen.

Krugerpark

Ook in het Krugerpark in Zuid-Afrika spreken parkwachten over „een oorlog”, zoals inspecteur Frikkie Rossouw van SAN-Parks, de nationale wildparken in Zuid-Afrika, in deze krant in 2015. Vrijwel dagelijks vinden de 650 parkwachten gedode neushoorns. In de strijd wordt gebruik gemaakt van drones, ontwikkeld door het Zuid-Afrikaanse wapenbedrijf Denel, en Aérospatiale Gazelle-helikopters van de Britse luchtmacht. „Die militarisering is nodig om de aanval op ons erfgoed te weren”, zegt Isaac Phaahla, woordvoerder van SAN-Parks.

De speciale operaties in de Zuid-Afrikaanse parken worden geleid door generaal buiten dienst Johan Jooste. Tot zijn pensioen in 2006 was hij ruim 35 jaar actief in de South African Defense Force (SANDF), dus ook tijdens de apartheid. Hij is gespecialiseerd in ‘counter-insurgency’-tactieken, die in de jaren zeventig en tachtig veelvuldig werden gebruikt door het apartheidsleger in grensgebieden als het Krugerpark. Toen waren de vijanden ‘communisten’, nu zijn het stropers.

In 2018 werden 769 neushoorns gedood, aanzienlijk minder dan de piek van 1.215 in 2013. Van het aantal gedode stropers geven de wildparken in Zuid-Afrika geen cijfers . Ex-president Chissano van buurland Mozambique schatte tegenover persbureau Reuters dat tussen 2010 en 2015 500 Mozambikanen op verdenking van stroperij in het Krugerpark zijn gedood.

Lees ook deze reportage uit 2015 waarin Bram Vermeulen het spoor van de neushoorns volgde van Afrika naar Vietnam

Hoewel in de misdaadsyndicaten zowel witte als zwarte Afrikanen actief zijn, heeft de strijd voor het behoud van de neushoorn vooral onder witte Zuid-Afrikanen veel steun. „In Zuid-Afrika wordt de aanval op de neushoorn gezien als een aanval op het bestaansrecht van de witte Zuid-Afrikanen en hun kapitaal”, zegt Bram Büscher, die als hoogleraar ontwikkelingssociologie aan Wageningen University het natuurbeheer in Zuidelijk Afrika onderzoekt. „ Veel Afrikaners gaan op pelgrimstocht naar het Krugerpark om een soort connectie te voelen met het land.”

Bij de stichting van het Krugerpark in 1926 werden honderden zwarte families van hun land verdreven. Er wonen ruim 1 miljoen zwarte Zuid-Afrikanen aan de rand van het Krugerpark, dat net zo groot is als de staat Israël. Stropers rekruteren in die gemeenschappen. Volgens de aanklager bij de speciale rechtbank die in het Krugerpark stropers berecht, zijn altijd „ten minste tien tot twaalf bendes in het Krugerpark actief”.

Parkwachten komen ook vaak uit de omliggende dorpen. Ze staan tussen twee vuren. „Veel parkwachten kunnen er thuis niet voor uitkomen dat ze op stropers jagen. Dan lopen zij en hun families gevaar”, zegt de Zuid-Afrikaanse onderzoeker Emile Smidt. Hij was achttien jaar betrokken bij natuurbeheer en doet nu promotie-onderzoek in het Krugerpark. Hij ziet parallellen met de apartheidstijd, toen de apartheidspolitie ook rekruteerde onder zwarte Zuid-Afrikanen. „ Parkwachten worden aangemoedigd geweld te gebruiken door een systeem waar ze zelf ook slachtoffer van zijn. Er is racisme en enorme ongelijkheid in salarissen tussen de (witte) leiding en hun personeel.”

Zo weerspiegelen de wildparken in het klein de wereld waarin globalisering de prijzen opdrijft van gestroopte wilde dieren, terwijl de mensen die met de dieren leven, wegzinken in armoede. „Ik weet niet wat de oplossing zou moeten zijn”, zegt Smidt. „Maar je zou op zijn minst kunnen stoppen met het geweld in de parken en iets kunnen veranderen aan de enorme ongelijkheid in en rond de parken. ”

Voor Mordecai Ogada is de omslag in het denken over natuurbeheer cruciaal. „Plotseling realiseren ook mensen in het westen zich dat we op een andere manier naar dit probleem moeten kijken. Dat is niet alleen beter voor de mensen, maar ook voor de wilde dieren.”