‘Schaatsbond ISU wilde dopinggebruikers afschrikken’

Drie vragen over doping Topschaatsers, ook Nederlanders, zouden sinds 2000 onder verscherpt toezicht zijn gesteld vanwege opvallende bloedwaarden.

Claudia Pechstein ‘hing’ in 2009 wegens afwijkende bloedwaarden.
Claudia Pechstein ‘hing’ in 2009 wegens afwijkende bloedwaarden. Foto Lukas Barth-Tuttas/EPA

‘Onze’ ijskoningin Marianne Timmer scoort begin maart 2000, net als elf andere schaatsers, een te hoge hematocrietwaarde bij de WK afstanden in Nagano. Heeft ze het verboden wondermiddel epo gebruikt? Kan niet, denken velen. Schaatsers gebruiken geen doping en Nederlandse schaatsers al helemaal niet. Deugt de nieuwe testapparatuur wel? Een dag later meet de inmiddels herijkte Bayer Advia 120 weer ‘normale’ waarden. ‘Hypotocrietwaarde’, grapt Timmer. Niks aan de hand.

De afstelling van de destijds nieuwe testmachine was mogelijk niet optimaal geweest, stelde Harm Kuipers vrijdag in de Volkskrant. Maar Kuipers, van 2000 tot 2017 lid van de medische commissie van de internationale schaatsunie ISU, sluit dopinggebruik ook niet uit. „Dat kan zeker en voor een deel was het ook zo.” Zes procent van de schaatsers had in die dagen volgens de emeritus hoogleraar Sport, Bewegen en Gezondheid afwijkende bloedwaarden, maar dat was volgens de toen geldende regels onvoldoende bewijs voor doping. En nu? „Als de regels van nu toen zouden hebben gegolden, hadden we wel een paar schaatsers kunnen vervolgen.”

1 Is schaatsen een ‘schoon’ eiland in de wereld van de topsport?

Anabolenhandel eind jaren tachtig, van de Russische wereldkampioen Nikolaj Goeljajev en zijn Noorse vriend Stein Krosby. De Haarlems huisarts Karsten onthult anabolengebruik in Nederland. „Schaatsartsen schrijven astmapuffers voor als warme broodjes”, zei een profwielrenner in 2005. Maar bloeddoping? In 2001 wordt Europees kampioen Dmitrij Sjepel geschorst wegens een te hoge hematocrietwaarde die kan duiden op epo-gebruik. In 2009 ‘hangt’ de Duitse Claudia Pechstein, die als eerste schaatser voor twee jaar wordt geschorst wegens afwijkende waarden in haar biomedisch paspoort.

Schaatsen is zeker geen ‘schoon’ eiland in de topsport. Maar met slechts een enkel geval per jaar scoort de mondiaal kleine sport volgens de laatst bekende cijfers van het wereldantidopingagentschap WADA over 2016 een veel lager aantal dopingovertredingen dan grotere sporten als atletiek (205), bodybuilding (183), wielrennen (165) en gewichtheffen (116).

Lees ook: Betrapt als schaatser? Dan volgt de schandpaal

2 Wordt doping in het schaatsen ‘onder de pet’ gehouden?

Pechstein onthulde in haar biografie Von Gold und Blut (2010) dat schaatsbond ISU haar had aangeboden de dopingzaak te seponeren als de Duitse schaatsster haar carrière zou beëindigen. In 2013 zorgde de Amerikaanse sportarts en hematoloog Jim Stray-Gundersen voor veel ophef toen hij bij de NOS stelde dat „10 tot 15 procent” van de schaatsers tussen 1988 en 2006 hun olympische successen aan „opvallende bloedwaarden” te danken zouden hebben. „Hooguit twee procent” van de schaatsers had tussen 2000 en 2005 een verdacht bloedprofiel, reageerde Kuipers toen op de uitspraken van Gundersen.

In de Volkskrant komt de wereldkampioen van 1975 nu met meer gedetailleerde cijfers. Ongeveer negentig keer is een schaatser sinds 2000 onder verscherpt toezicht gesteld vanwege opvallende waarden, onder wie „vijf à zes” Nederlanders. De extra testen fungeerden indirect als waarschuwing, aldus Kuipers. „Door ze vaker te testen wisten de schaatsers dat we ze op de radar hadden.” Het doel van de ISU was volgens Kuipers niet om schaatsers op doping te betrappen, maar om potentiële dopinggebruikers af te schrikken.

3 Hebben ook Nederlandse schaatsers bloeddoping gebruikt?

Kuipers noemt de namen van de vijf à zes Nederlandse schaatsers niet vanwege zijn medisch beroepsgeheim. Wel zegt hij dat begin deze eeuw de ploeg van Spaar Select – van onder meer Gianni Romme, Jan Bos, Erben Wennemars en Marianne Timmer – extra in de gaten werd gehouden. Bij die ploeg werkte de Bredase huisarts Berend Nikkels, die in die tijd ook profwielrenners adviseerde over dopegebruik. „Ik weet dat we bij de ISU die ploeg goed in de gaten hielden”, zegt Kuipers. „En ook een paar buitenlandse ploegen.” Ook testte de ISU volgens hem later sommige schaatsers vaker dan anderen, juist om ze te „beschermen” en te zorgen dat ze niet verdacht zouden worden. „Sven Kramer bijvoorbeeld. En Ireen Wüst en Martina Sablikova.”

Tot nu toe is één Nederlandse schaatser betrapt op het gebruik van epo. Vlak voordat hij een contract zou tekenen bij de ploeg van coach Jac Orie en kopman Kramer, loopt marathonschaatser Thom van Beek in maart 2016 tegen de lamp. Hij wordt voor vier jaar geschorst.