Overleven op een dieet van schoenen en een fles jenever

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: wat heeft een survivaller aan leer en alcoholische dranken?

Illustratie George van Raemdonck

Als de nood aan de man komt, als je tijdens je spannende bergvakantie hopeloos verdwaalt en al vele dagen niets te eten hebt gehad, als vrijetijdsbesteding is overgegaan in puur survivallen, heeft het dan zin om je schoenen op te eten? Die vraag is hier al eens eerder behandeld. De tip was blijven hangen uit het verhaal De wereldreis van Bulletje en Boonestaak dat schrijver A.M. de Jong tussen 1922 en 1937 als tekenstrip publiceerde. B. en B. zijn als verstekeling aan boord geraakt en krijgen van zeeman Ouwe Hein uitgelegd hoe erg een schipbreuk is. Langzaam wegteren op een vlot, merken hoe je lotgenoten krankzinnig worden en dan op het laatst: je schoenen opeten. De Vlaamse tekenaar George Van Raemdonck liet het zien.

Een destijds geraadpleegde onderzoeker was mild over de voedingswaarde van leer. Huid verteert van zichzelf moeilijk en het looien maakt leer nog slechter verteerbaar, maar als je goed kauwde kwamen er vast wel voedingsstoffen uit.

Spoorloos verdwenen

Hoe was De Jong toch op die schoenenconsumptie gekomen? Hij was er nét wat vroeger mee dan Charlie Chaplin in The Gold Rush (1925). Deze week was er opeens een aanwijzing. In het onlangs verschenen boek Erebus – The story of a ship komt Michael Palin te spreken over The Man Who Ate His Boots. Het is de poolreiziger John Franklin die rond 1848 met de Erebus en een complete bemanning spoorloos verdween in de ijszee van Noord-Canada maar die al eerder, in 1822, beroemd was geworden door levend terug te keren van een tocht door de Canadese binnenlanden. Voor de admiraliteit had hij de noordwestkust in kaart gebracht. De ‘ Coppermine-expeditie’ was in gruwelen geëindigd: hongersnood, kannibalisme, moord, executie. De helft van de betrokkenen liet het leven.

Er waren weken geweest waarin er alleen wat korstmossen en verrotte kadavers op tafel kwamen. Waren die er niet dan dronken we wat thee en aten we een paar schoenen op, heeft Franklin later verteld. Die schoenen werden gekookt, noteert Wikipedia en Michael Palin voegt eraan toe: het betrof hier mocassins van ongelooid leer.

Intrigerend probleem

Gebrek aan water was er niet in Canada, dat was nog een geluk bij een ongeluk. Watergebrek is een groter gevaar voor de outdooractivist dan voedselgebrek, de survivalhandleidingen weten erover mee te praten. Er is een klein intrigerend probleem dat daarbij meestal wordt overgeslagen. Stel dat je, opnieuw verdwaald maar nu in een woestijnachtige omgeving, zonder een druppel water komt te zitten maar dat je nog wel de beschikking hebt over een fles wijn of jenever. Is het dan verstandig om die wijn en jenever op te drinken? Kunnen die de dorst lessen?

De dorstige soldaten dronken pas van het vuile water in de granaattrechters als de Pinard op was

De kwestie is dat alcoholhoudende dranken, net als koffie, min of meer vochtafdrijvend zijn. Wie 125 ml wijn drinkt loopt de kans 150 ml vocht als urine kwijt te raken, zo wordt het wel eens voorgesteld. Het zit hem in de invloed die alcohol heeft op de productie van het hormoon ADH dat op zijn beurt de nierwerking stuurt.

Zware beschietingen

Het vraagstuk is niet zó theoretisch. In de Eerste Wereldoorlog kregen Franse soldaten als ze weer een tijd naar het front moesten altijd een paar liter Pinard mee. Door de voortdurende zware beschietingen kwam er van nalevering van gewoon drinkwater vaak weinig terecht. Weliswaar stonden de granaattrechters meestal vol water, maar daarin dreven ook lijken en paardenkadavers. Dat water stonk en borrelde, het is indringend beschreven door medisch-historicus Leo van Bergen in Before my Helpless Sight (2009). De door dorst gekwelde soldaten dronken er pas van als de Pinard op was.

Maar was het wel verstandig geweest die Pinard te drinken, of had die het vochtgebrek versterkt? Van Bergen heeft zijn twijfels en verwijst naar farmacie-historicus Toine Pieters, hoogleraar in Utrecht. Die ziet er een eeuw later nog steeds geen kwaad in. De Pinard van 1914 had een laag alcoholgehalte, 10 of 11 procent, en áls er al een vochtafdrijvend effect was dan stond er toch een gunstig psychisch effect tegenover: je voelde de dorst minder. Matige consumptie heeft de soldaten zeker goed gedaan.

Urine van de eerste 4 uur

Dat het ‘diuretisch effect’ van alcoholische dranken misschien wat is overdreven zou je kunnen afleiden uit het onderzoek van Kristel Polhuis en collega’s waarover is gerapporteerd in Nutrients (2017). Polhuis, van het Kennisinstituut Bier, mat de urineproductie van oudere mannen die matige hoeveelheden bier, wijn en jenever met en zonder alcohol naar binnen sloegen. Tussen bier met en zonder alcohol bleek geen enkel verschil, maar wijn en jenever bleken licht vochtafdrijvend als je de urine van de eerste 4 uur verzamelde, maar weer niet als je het totaal van 24 uur bekeek. De conclusie is dat matige alcohol-consumptie gecombineerd met normaal eten de waterbalans nauwelijks beïnvloedt.

Is er geen water meer drink dan gewoon jenever! En dat laatste pakje kaakjes dat nog in de rugzak zat, zou dat de dorst versterken? Nee! Er zit altijd wat vrij water in biscuits en bij de metabolische ‘verbranding' van koolhydraten ontstaat ook bruikbaar water. Gewoon opeten, zolang de kaakjes niet te zout zijn.

Lees een recensie van het boek van Michael Palin: Piraten, plunderingen en honger: zo ging het eraan toe bij Britse ontdekkingsreizen