Opinie

    • Michel Krielaars

De mooie celliste verloor al haar aandacht voor me

De mooie Israëlische celliste verloor al haar aandacht voor me, toen ik bekende haar favoriete roman, Parnassus on Wheels , niet te hebben gelezen, laat staan dat ik van de schrijver ervan had gehoord. Eenmaal thuis zocht ik onmiddellijk uit wie die Christopher Morley toch was. En wat bleek: het ging om een in 1890 geboren oostkust-Amerikaan, die een tijdje met een beurs in Oxford had gestudeerd en tot aan zijn dood in 1957 een halve straat boeken schreef, van romans tot gedichten en essays.

Bij een antiquariaat bestelde ik zijn Parnassus on Wheels. En nu ik die roman uit 1917 eindelijk heb gelezen, durf ik de celliste weer onder ogen te komen. Want wat een origineel en geestig boek is het verhaal, waarin verteller Helen McGill, een 40-jarige voormalige gouvernante uit New York, zich met haar tien jaar oudere broer Andrew, een afgeknapte zakenman, op een boerderij heeft teruggetrokken – ‘in the bosom of Nature’.

Beiden zweren bij hun abonnement op het tijdschrift Farm and Fireside, tot ze op een dag de bibliotheek erven van een oud-oom en Andrew (‘Andrew is just as thin as I am fat’) begint te lezen. Hij krijgt de smaak te pakken en schrijft zelf een boek, Paradise regained – ‘a gospel of health and sanity’ – dat een bestseller wordt. Na zijn debuut volgt een tweede succes: Happiness and Hayseed (Geluk en hooizaad).

Al op de eerste bladzijde constateerde ik dat Morley erfgenaam is van de 18de-eeuwse Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne (van The Life and Opinions of Tristram Shandy) of een voorouder van Saul Bellow en John Kennedy Toole.

Neem nu die tweede zin uit hoofdstuk 1, waarin Helen zegt: ‘Ik heb nooit gevonden dat mensen die logaritmes en andere soorten poëzie kenden sneller konden afwassen of sokken stoppen.’ Hier is een wijze vrouw aan het woord die weet wat ze wil.

Dat merk je ook als ze bezoek krijgt van Mr. Miffin, de ‘Professor’, die met zijn rijdende boekwinkel Travelling Parnasus over het platteland trekt. Hij wil af van zijn met boeken volgestouwde en door het paard Pegasus voortgetrokken huifkar, omdat hij bij zijn broer in Brooklyn na al dat boeken verkopen en lezen zelf een boek wil schrijven. Zijn nering wil hij daarom verkopen aan Andrew, die helaas niet thuis is.

En dan grijpt Helen haar kans, want omdat ze in een boekje over haar beroemde broer een ‘rural Xantippe’ is genoemd en ze onderhand genoeg heeft van vijftien jaar eieren tellen, het bereiden van drie maaltijden per dag, waaronder haar broers lievelingsgerecht geroosterd varkensvlees (‘Andrew would never do a rabbi’), snakt ze naar een avontuur. Van haar spaargeld koopt ze Parnassus. En dan gaat ze de hort op, samen met de Professor, die haar leert dat een boekverkoper toch in de eerste plaats een prediker is. Als Andrew thuiskomt en het afscheidsbriefje van Helen leest, is hij woedend, vooral omdat hij bang is zijn huishoudster te moeten afstaan aan een vagebond. Zodra Andrew het rondreizend paar onderschept, zet Helen hem op zijn nummer: hoe durft hij, die zelf doet wat hij wil, zijn zuster, die de afgelopen jaren ‘een bloemlezing van 6000 broden’ voor hem heeft samengesteld, zijn wil op te leggen?

Parnassus on Wheels is kortom een emancipatieroman van het eerste uur. In het jaar waarin een eeuw vrouwenkiesrecht wordt gevierd, mag Helen McGill daarom niet ontbreken.