Opinie

Nobelprijs

Hugo Camps

Ajax is aan een Nobelprijs toe. Klassieke renumeraties als klassementen, premies, of een jaar gratis eten in De Librije volstaan niet meer als tegemoetkoming voor zoveel schoonheid. Ajax is dinsdagavond in Madrid getranscendeerd naar kunst. Het hiernamaals vooruitgeworpen, in de regie van jongetjes. De binnengrenzen van de Nederlandse voetbalnatie zijn voorgoed opgeheven: er is Ajax en er is de rest. Het baldakijn waar schoonheid en identiteit vlekkeloos samenvloeien, staat voor vele jaren in Amsterdam. Niet Job Cohen of Femke Halsema, Dusan Tadic, Hakim Ziyech en Lasse Schöne zijn de porte paroles van het sacrosanctum . Zo internationaal zijn ze gelukkig nog wel in de hoofdstad.

Op de gewijde grond van Bernabéu voltrok zich het wonder van de omkering. Geoefende ervaringsdeskundigen werden weggespeeld door jongens die nog aan de laatste uitval van melktanden bezig zijn. De vreugde om hun instant volwassenheid was niet te beschrijven. In anderhalf uur Madrileense magie verenigden ze steden en provincies, luizenmoeders en babes, stukadoors en advocaten. Nederland was even een eenheidsstaat zonder territoriale en sociale contrasten. Met Mondriaan als robuuste vormgever op noppen. Zelfs de taaiste conflicterende belangengroepen waren sprakeloos na de magistrale vrije trap van Lasse Schöne in de kruising.

Ajax in Madrid was een vredesmodel.

Bernabéu werd na afloop van de wedstrijd een balustrade van geluk. Ineens besefte Frenkie de Jong dat hij het ruim gewonnen had van de Wereldvoetballer van het Jaar, Luka Modric. Moegestreden zwijmelde hij de extase tegemoet. Matthijs de Ligt bleef zijn sobere zelf en hield het op een glimlach. De piepjonge libero had een dijk van een wedstrijd gespeeld. Hij intimideerde zowaar de Madrileense sterren. Wie zei ook alweer dat de defensie in het Nederlandse voetbal een kaas met gaten is? De Ligt is de hypermoderne uitvoering van de erfenis van Franco Baresi en Paolo Maldini. Het slot op de deur van voortvluchtige jonkies.

Tadic werd door de Franse sportkrant L’Équipe gekwoteerd met een 10. Hij benaderde de virtuositeit van Johan Cruijff. Een ballerino in de spits. Het tweede ‘oudje’, Schöne, maakte het meest miraculeuze doelpunt van de avond. Grappig dat in het puberelftal van Ajax uitgerekend twee relatief oudere mannen met oprukkende kraaienpootjes de stroomstoot naar succes waren.

Naast het veld stond coach Erik ten Hag met zichzelf te worstelen om de bij athetose ontstane kronkelende bewegingen van armen en benen nog enigszins organisch te houden. Ten Hag wist niet meer of hij van voren of van achteren leefde, maar had wel het vloeiende systeem van omschakeling en balcirculatie bedacht. Een heer zal hij nooit worden, maar het resultaat van Ajax was ook dat van een vakman in de dug-out.

Het Nederlandse voetbal is al een paar keer dood verklaard. Voorbarige blasfemie. Het Ajax van Madrid speelde als een wervelende pirouette. Onhoudbaar, onnavolgbaar. Bijna iedere aanval leidde tot een orgasme van schoonheid en efficiëntie. Op het Spui in Amsterdam dansten mannen en vrouwen van middelbare leeftijd alsof ze zich zo net hadden aangesloten bij de jeunesse dorée. Ajax had de barricades van generaties doorbroken, de natie gedecompartimenteerd.Heel even waren we met zijn allen een volk.

Ajax is opgeklommen tot de rekken van nationale delicatessen. Er is weer een keurcultuur in Nederland. Straks volgt nog Jaap Stam met Feyenoord. Authenticiteit voor het oprapen. Voetbalgeluk mag dan primitief zijn, het is wel het verlossende cement voor een versplinterde samenleving.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.