Minister publiceert lijst van bedrijven met te weinig vrouwen in top

Veel bedrijven zijn niet transparant over de man-vrouwverhouding. Van de rest voldoen slechts dertien aan het wettelijke streefcijfer.

De lijst is niet toevallig gepubliceerd op 8 maart, Internationale Vrouwendag.
De lijst is niet toevallig gepubliceerd op 8 maart, Internationale Vrouwendag. Foto Getty

Veel Nederlandse bedrijven hebben nog steeds te weinig vrouwen in topfuncties. Daarvoor waarschuwt minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) vrijdag na een rapport van Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis Atria. De minister heeft de lijst van namen gepubliceerd van bedrijven die achterblijven.

Van de tweehonderd grootste bedrijven die onder de Wet bestuur en toezicht vallen (stichtingen en coöperaties worden dus niet meegeteld), zijn negentig bedrijven niet transparant over de man-vrouwverhouding in de raad van bestuur (rvb) en de raad van commissarissen (rvc). Van de overige 110 bedrijven voldoen er slechts dertien aan het wettelijk vastgelegde streefcijfer dat voorschrijft dat 30 procent van beide raden uit vrouwen moet bestaan.

ANWB tot Hema

Van alle onderzochte bedrijven hebben de ANWB en de Goede Doelen Loterijen de meeste vrouwen in de top. Bij deze bedrijven bestaat zelfs meer dan de helft van beide raden uit vrouwen. Ook onder andere netwerkbedrijf Alliander, uitgeverij Wolters Kluwer, waterbedrijf Vitens, Schiphol en PostNL doen het goed. Bij deze bedrijven is meer dan eenderde van de rvc vrouw en 50 procent van de rvb.

De 97 overige bedrijven hebben het streefcijfer niet behaald, wel zijn 37 daarvan volgens Van Engelshoven “goed op weg”. Het gaat dan om bedrijven die in een van beide raden wel 30 procent of meer vrouwen hebben, zoals GasTerra en de Volksbank. Op de ‘zwarte lijst’ staan bedrijven als Coolblue, Hema en KPN. Bij zeventien bedrijven, zoals brouwerij Swinkels en detacheringsbureau Brunel, zitten in beide raden zelfs nul vrouwen.

Internationale Vrouwendag

Van Engelshoven koos niet zonder reden voor 8 maart als publicatiedatum van het rapport. De minister grijpt de Internationale Vrouwendag aan om extra aandacht te vergaren voor het onderwerp. In een interview met het AD zegt de bewindsvrouw dat het rapport bedoeld is om bedrijven te “namen and shamen“. Ze hoopt dat het rapport een “competitiegevoel” zal aanwakkeren onder bedrijven.

“Er staat een helder cijfer in de wet, maar we zien het maar niet gebeuren. Terwijl we het wel normaal vinden om andere wetten wél na te leven. Ik zou me kapot schamen als ik in de leiding van deze bedrijven zat.”