Opinie

Macron smeedt volk van Europese burgers

Luuk van Middelaar

De meest luie manier om het Europees Parlement te diskwalificeren is te zeggen dat er geen Europees volk bestaat. Geen demos (Grieks voor ‘volk’), dan ook geen democratie. Deze nepwijsheid zal in de aanloop naar de Europese verkiezingen veel te horen zijn; anti-EU-stemmen vragen in één adem om afschaffing van het Parlement. Het is een simplistische voorstelling van zaken.

Ik kom erop vanwege de open brief aan de „burgers van Europa” die president Macron publiceerde in kranten in alle 28 EU-lidstaten – in Nederland in de Volkskrant. Een campagnestunt, natuurlijk, op een moment dat hij thuis opkrabbelt na zijn bijna-doodervaring door de ‘gele hesjes’, maar ook een knappe zet in de Europese publieke sfeer.

De aanhef van Macrons brief: ‘Burgers van Europa’. Dat is een intelligente manier om alle Europanen aan te spreken in het licht van de verkiezingen. Macron vermijdt de politieke categorieën ‘staat’ en ‘volk’, die hij in eigen land tot zijn beschikking heeft. Over beide valt lang te twisten, maar ze passen Europa niet. In plaats daarvan benut hij de opener notie burgerschap – een figuur uit onze traditie, al vertrouwd voor Grieken, Romeinen en middeleeuwse stedelingen, nauw verbonden met kiesrecht en spreekrecht. Heel passend dus.

Ook constitutioneel is dit juist. Sinds 1993 is iedereen met de nationaliteit van een EU-land tegelijk Europees burger. Het Europees Parlement vertegenwoordigt „de burgers van de Unie” (art. 14 EU-Verdrag). Het EU-burgerschap is niet zo stevig als het nationale. Het werd lang afgedaan als lege huls die weinig voorstelt, maar met de grote crises sinds 2010, rond euro, Oekraïne, migranten, Brexit en Trump, heeft het Europese burgerschap aan politieke inhoud gewonnen, omdat we ervaren hoe we één munt delen, één buitengrens delen, één handelsblok zijn. Wat in Ierland, Duitsland of Griekenland gebeurt, raakt ons ook in Nederland – en vice versa. Voor zover we het zelf niet zien, ramt de buitenwereld het er wel in. Want die asielzoeker op Lesbos landt niet in Griekenland maar in Europa – en dwingt ons tot gezamenlijk handelen. Zo groeit politieke lotsverbondenheid, ook zonder dat we één ‘volk’ zijn: door gebeurtenissen die ons raken én politieke instellingen die haar gestalte geven.

Pseudo-intellectueel gemopper dat er géén Europees volk is, geen gedeelde openbare ruimte, niet één taal – het is een nodeloze last voor het vitale gesprek over onze gedeelde toekomst. Neem de pen op, zet een stuk in 28 kranten et voilà: dan maak je die publieke sfeer! Democratisch wordt die wanneer op het woord van Macron veel weerwoorden volgen.

Op de brief van de Fransman valt ook veel aan te merken. De toon van goedkoop lyrisme; de tegenstelling tussen goede Europeanen en kwade populisten; de overdaad aan onuitgewerkte voorstellen. Inhoudelijk valt er niettemin genoeg te beleven. Drie punten springen eruit. Eén: het voorstel tot heroprichting van de Schengenruimte door de koppeling van de lusten van vrij verkeer aan de lasten van gezamenlijke zorg om de buitengrenzen, zowel asiel als grenscontrole. Macron gebruikt andere woorden, maar dit is wat Den Haag enkele jaren terug ‘mini-Schengen’ noemde; het zou kunnen leiden tot uitsluiting uit Schengen van landen die de asiellast weigeren. Twee: Groot-Brittannië blijft voor Frankrijk, ook na Brexit, essentieel voor Europa’s buitenlandpolitiek. Voor iedereen die denkt dat Macrons pleidooi voor Europese defensie uitmondt in één leger met Brusselse generaals: nee, Parijs denkt aan een Europese Veiligheidsraad, aan samenwerkende (grote) lidstaten. En drie, want ook stiltes zijn veelzeggend: geen woord over de euro en de fel door Den Haag bestreden eurozonebegroting.

Evenzovele onderwerpen die vragen om woord en weerwoord – niet van één volk, maar van kiesgerechtigde burgers.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden).