Leiders op campagne, van strand tot in de koeienstal

Provinciale Staten Met een partij op verlies in de peilingen staat er voor leiders als Sybrand Buma (CDA), Lodewijk Asscher (PvdA) en Rob Jetten (D66) veel op het spel bij de verkiezingen van 20 maart.

CDA-leider Sybrand Buma bezoekt een boerderij in aanloop naar de verkiezingen.
CDA-leider Sybrand Buma bezoekt een boerderij in aanloop naar de verkiezingen. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

CDA-leider Buma: Zonder flyers op campagne, geen media of kiezers in de buurt

Op een vrijdag is CDA-leider Sybrand Buma in Urk. De hele week heeft vooral CDA-minister Wopke Hoekstra het nieuws in Nederland bepaald, door de aandelen KLM, en deze ochtend is het de beurt aan een ándere CDA-minister, Hugo de Jonge, met nieuws in het AD over de ‘doorgeslagen’ marktwerking in de zorg.

Maar wie weet dat Buma op vrijdagen de provincies afreist? Nu drinkt hij koffie met boze vissers.

Buma is op verkiezingscampagne, al zou je dat niet zeggen. Behalve NRC zijn er geen media in de buurt en ook geen kiezers die overgehaald moeten worden. In Urk praat Buma met de Nederlandse Vissersbond over de pulsvisserij die wordt verboden, tot verdriet van de vissers, en over de Brexit. ’s Middags is hij in Ens in een bedrijf dat werktuigen maakt voor tractors en in Gorredijk fietst hij langs energiezuinige, in een fabriek geproduceerde huizen. In de Elfstedenhal in Leeuwarden opent hij met een startpistool de Friese Statencampagne.

Een week eerder, in Drenthe, gaat het bijna net zo. Buma eet een broodje kroket met CDA’ers en praat met ondernemers over de sluis bij Kornwerderzand die breder moet worden gemaakt. Hij wandelt over straat – zonder flyers, hij praat niet met kiezers. Al doet hij die dag wél een interview met RTV Meppel.

Een campagne buiten de schijnwerpers, met als belangrijkste boodschap van de leider: het gaat om de provincies. En toch: voor Sybrand Buma (53) staat er veel op het spel. In de partij is er kritiek op zijn rechts-conservatieve ideeën. Het lukt hem niet om kiezers te trekken met zijn verhaal over bezorgde burgers – door migratie, globalisering. In de peilingen staat het CDA op fors verlies. Van de twee CDA’ers die worden gezien als mogelijke opvolgers van Buma, minister Hoekstra van Financiën en De Jonge van Volksgezondheid, trekt vooral Hoekstra steeds meer aandacht.

Bij WNL Op Zondag zei Buma vorig weekend dat hij Hoekstra heel geschikt vond als premier. Een ander antwoord op de vraag van Rick Nieman – wat vond Buma ervan dat Hoekstra wordt gezien als de volgende premier? – kon hij ook nauwelijks geven. Hoe meer CDA’ers „zichtbaar” worden voor het premierschap, zei Buma ook, hoe beter. Hij noemde Hugo de Jonge, staatssecretaris Mona Keijzer, minister Ank Bijleveld.

Het helpt niet, zijn uitspraak over Hoekstra als premier wordt die ochtend meteen nieuws. Alsof hij het leiderschap al bijna heeft doorgegeven. Bij Buitenhof is daarna Wopke Hoekstra als ‘redder’ van KLM de belangrijkste gast, Hugo de Jonge komt praten over de kosten van de zorg.

Buma geeft geen krimp. Van CDA’ers kun je horen dat hij nog helemaal niet van plan is om plaats te maken voor iemand anders, hij vindt zichzelf ook heel geschikt. Zeker als hij, met al zijn ervaring, bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen tussen een nieuwe generatie leiders van ándere partijen zou staan.

Onder CDA’ers is het idee dat de uitslag van de Provinciale Verkiezingen zal meevallen. Kom maar op met die slechte voorspellingen – als het verlies in werkelijkheid minder groot wordt, is dat bijna net zoiets als winnen.

Op de derde vrijdag van zijn provincietour, op 8 maart in Gelderland, is Buma op boerderij Den Eelder. CDA’ers vertellen over de drugscriminaliteit, drugsafval wordt gedumpt en als het op jóúw land ligt, moet je meebetalen aan het opruimen. Buma krijgt ook de koeien te zien.

Nee, zegt Buma aan het eind van de middag. Kiezers zag hij deze vrijdagen niet. „Het is mijn taak om de mensen hier te steunen en zij beslissen wat ik te zien krijg.” Maar: zaterdag staat hij op de markt van Gouda, volgend weekend is hij ook op straat.

De Gelderse lijsttrekker Gerhard Bos zegt vrijdagmiddag dat het een mooi bezoek was. Of het zijn campagne helpt? „Het gaat me om de inhoud. Buma heeft onze problemen gezien.”

D66-leider Jetten: Wie alles voor het eerst doet, maakt fouten

Het is een campagne vol eerste keren voor Rob Jetten in zijn rol als fractievoorzitter. De eerste keer dat hij een binnenlandse lezing mag geven. De eerste keer dat hij campagne voert voor een landelijke verkiezing. De eerste keer dat hij een televisiedebat voert. Deze zondag houdt hij zijn eerste congrestoespraak als fractievoorzitter. En het is Rob Jetten die zijn onervarenheid blijft benadrukken: voor de camera’s, op sociale media, in gesprek met journalisten.

Deze verkiezingen zijn een zware last voor Jetten. Er valt veel te verliezen: voor hem persoonlijk en voor zijn partij. Een slechte uitslag zal het vertrouwen in hem als partijleider geen goed doen. Nog lang niet alle D66’ers, ook in Den Haag, zijn ervan overtuigd dat dit de man is waarmee de partij de volgende Tweede Kamerverkiezingen moet ingaan. Begin over verkiezingen en zowel bewindslieden als Kamerleden noemen meteen kandidaten waarvan zij hopen dat ze zich in een lijsttrekkersstrijd zullen mengen. Ook voor de partij staat er veel op het spel: invloed in de Eerste Kamer. Toen Rob Jetten de voorzittershamer van Alexander Pechtold overhandigd kreeg, stond de partij in de Peilingwijzer – dat is een afgewogen gemiddelde van alle peilingen – op 7,0 zetels. De partij scoort nu, op de dag af vijf maanden later en vlak voor de verkiezingen, 7,5 zetels.

Wie iets voor het eerst doet, kan maar beter hebben geoefend. Dat doet Jetten door factsheets uit zijn hoofd te leren ter voorbereiding van de verkiezingsdebatten, zegt hij op een maandagavond in het chique Hotel Grand in Amsterdam. En door te repeteren met voorlichters die in de rol kruipen van zijn politieke tegenstanders. Het is tegen middernacht, de gasten lopen langzaam richting de bar. In een twee uur durend programma inclusief diner hebben ze Winq Diversity Awards uitgereikt zien worden. Het is een initiatief van Winq, een magazine voor gay mannen. Jetten, die op de voorpagina van het blad prijkt, reikt er die avond ook een uit. Nederland is een ontzettend tolerant land, spreekt hij de zaal toe, maar emancipatie is nooit af. „Zolang het in Spanje makkelijker is voor twee mannen om hand in hand over straat te gaan dan in Nederland is het belangrijk dat mensen hun stem laten horen.”

Dat het in Madrid veiliger is om hand in hand met zijn vriend over straat te lopen dan Amsterdam zegt hij een week later weer, tijdens de Kerdijklezing in Sociëteit de Witte in Den Haag. Dit is de lezing waarin Jetten zijn socialere koers wil presenteren, laten D66’ers vooraf weten. Journalisten krijgen die middag een conceptversie opgestuurd. Daarin staat een opmerkelijke toevoeging aan het verhaal dat hij eerder in The Grand hield. Mannen durven niet hand in hand over straat in Amsterdam, staat in die versie, uit angst voor agressie. „Vaak van mensen met een migratieachtergrond.” Maar in de tekst die hij voordraagt, zegt hij heel wat anders: „Die angst wordt vaak geprojecteerd op mensen met een migratieachtergrond.” De conceptversie belandt in eerste instantie op de website van D66, en wordt daarna snel vervangen door de nieuwe. Het is dan al opgemerkt op sociale media.

Wie iets voor het eerst doet maakt fouten. Dat ondervindt Jetten nog een keer op donderdagochtend, een paar uur voor het eerste verkiezingsdebat. Tegen het AD zegt hij dat Nederland veel meer arbeidsmigranten uit Oost-Europa moet halen. Hij baseert zich op „alarmerende cijfers” van het CBS. Het is een politiek impopulair standpunt en dat vlak voor de verkiezingen. Het CBS tikt hem ook nog eens op de vingers: hij heeft hun cijfers verkeerd geïnterpreteerd.

Op 20 maart staat Jetten weer een eerste keer te wachten. Als de stembussen sluiten, zal het de eerste keer zijn dat hij tijdens een uitslagenavond, zo ziet het er nu naar uit, verlies moet dragen. Dat vooraf oefenen, is onmogelijk.

PvdA-leider Asscher: Derde nederlaag is ingecalculeerd

Lodewijk Asscher heeft een bos rode rozen in zijn hand, maar kan er niet zoveel mee. De PvdA-leider loopt een duin af, naar het strand van Wijk aan Zee. Links stomen de torens van Tata Steel grote wolken uit, rechts ligt de badplaats. Achter hem lopen zo’n veertig mensen, veelal PvdA’ers of leden van de wijkraad die Asscher vertelden over vervuiling door de industrie. De bos rozen kreeg hij van een campaigner, maar nergens is een kiezer te zien.

Later op de middag, in dorpshuis De Moriaan, kun je in het geroezemoes van bewoners en partijleden één zekerheid horen: de PvdA gaat verliezen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Niemand in de partij die daaraan twijfelt. Je kunt het horen tussen flyerende partijleden op straat, in gesprekken met PvdA’ers en op partijbijeenkomsten als hier. Leden praten met elkaar over de aanstaande verkiezingen, wijzen naar peilingen en zeggen: „Het zal wel weer een nederlaag worden, hopelijk valt het mee”.

Het zal de derde verkiezingsnederlaag op rij zijn en de derde onder het partijleiderschap van Asscher, sinds eind 2017 aan het roer bij de sociaal-democraten. Na de dreun bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 (min 29 zetels) en de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar, waarbij het bijna een derde verloor, is een nieuwe nederlaag nu ingecalculeerd.

Lees ook: Dit zijn alle factchecks van het RTL-debat

De PvdA heeft nu 63 zetels in de Provinciale Staten (11 procent) en 8 zetels in de Eerste Kamer. Vier jaar geleden was die uitslag al een harde klap: de sociaal-democraten verloren 44 zetels in de provincies en 6 zetels in de senaat.

De gelatenheid binnen de PvdA over wéér een nederlaag zegt veel over de verandering die de partij heeft doorgemaakt. De zes zetels verlies in 2015 werden nog als een grote nederlaag gezien, „kiezers moeten teruggewonnen worden”, zei toenmalig leider Diederik Samsom. Maar nu voelt zelfs acht zetels al als veel. De partij moet er even doorheen, deze nieuwe nederlaag, klinkt het. De PvdA is definitief geen grote partij meer, het gaat er nu om de verliezen beperkt te houden.

Binnen de partij wordt rekening gehouden met rond de vijf zetels. Niemand die dat Asscher zou verwijten, maar daarna moet de partij wel weer gaan bouwen. Asscher wordt tijd gegund, tijdens deze campagne is er veel begrip voor zijn positie te horen. De standaard mag dan lager zijn dan een paar jaar terug, uiteindelijk moet de PvdA ook weer gaan winnen.

In Wijk aan Zee loopt Asscher over het strand, pratend met partijleden over de vervuiling van het dorp en de staat van de partij. De bos rozen geeft hij ineens aan een campaigner. Hij heeft er niet een uitgedeeld.