Koeltoren van de nieuwe kolencentrale Datteln 4, met een andere centrale in de verte.

Foto Chris Keulen

Duits klimaatbeleid dreigt modernste kolencentrale te smoren

Energietransitie In het Duitse Ruhrgebied verrijst een van ’s werelds modernste kolencentrales, speciaal ontwikkeld voor de overgang naar duurzame energie. Maar misschien zal die nooit stroom leveren.

Koortsachtig zijn enkele honderden lassers en andere arbeiders aan het werk in het 120 meter hoge ketelhuis van de nieuwe kolencentrale bij Datteln, een plaatsje in het Ruhrgebied. Ze werken zwijgzaam en geconcentreerd, ze hebben haast.

Een snerpend geluid klinkt door de hal: twee mannen met blauwe helmen vijlen aan een stalen buis en produceren daarbij een fraaie vonkenregen. Iets verderop worden grote staalplaten aangevoerd, onderdelen van de ketel. Er is vooral nog veel laswerk te doen: overdag wordt in twee ploegendiensten gelast, ’s nachts wordt met röntgenopnames de kwaliteit van de 90.000 lasnaden gecontroleerd.

De kolencentrale, die al 1,5 miljard euro heeft gekost, moet volgend jaar zomer klaar zijn om stroom te leveren – onder meer aan Deutsche Bahn, het Duitse spoorbedrijf. Maar of het zo ver komt, is de vraag. Nu de voltooiing in zicht is, dreigt het project van energiemaatschappij Uniper, door technische en juridische problemen toch al jaren vertraagd, stuk te lopen op het Duitse klimaatbeleid.

Met een mengeling van trots en verbijstering vertelt projectdirecteur Aris Blankenspoor over ‘zijn’ centrale – „samen met Maasvlakte 3 de modernste ter wereld”. Ze is mogelijk voor niets gebouwd; Duitsland wil het kolentijdperk afsluiten.

Volgens projectdirecteur Aris Blankenspoor is Datteln 4 „samen met Maasvlakte 3 de modernste ter wereld”.
Foto Chris Keulen
Koeltoren van de nieuwe kolencentrale Datteln 4, met de oude centrale in de verte.
Foto Chris Keulen
Poolse lassers aan het werk in het ketelhuis van de centrale.
Foto Chris Keulen

Slecht nieuws

Vanaf het platte dak van ketelhuis wijst Blankenspoor, een Nederlandse ingenieur onder wiens toezicht ook de centrale op de Maasvlakte is gebouwd, op kolencentrales in de verte. Eén is in vol bedrijf, een andere wordt omgebouwd tot gascentrale. Windmolens staan er ook aan de horizon. Het vlakke groene land wordt doorsneden door kanalen, ideaal voor de aanvoer van kolen. Aan de voet van de nieuwe centrale, op zo’n 600 meter afstand, ligt een woonwijk van het stadje Datteln, met daarnaast drie oude, kleine kolencentrales. „Die zijn stilgelegd, en in ruil daarvoor mochten we deze nieuwe bouwen”, zegt Blankenspoor.

Lees ook: Duitsland zet belangrijke stap naar toekomst zonder kolenstook

Maar begin dit jaar kreeg hij slecht nieuws, mogelijk fataal voor Datteln 4, zoals de nieuwe centrale heet. Een belangrijke adviescommissie van de regering-Merkel, de ‘kolencommissie’, presenteerde een plan om de uitstoot van CO2 in Duitsland te verminderen. Aanbeveling: sluit uiterlijk in 2038 alle kolencentrales. En: zorg dat nieuw gebouwde centrales die nog niet in bedrijf zijn, ook niet in bedrijf worden genomen. Namen noemt de commissie niet, maar er is maar één centrale waar dat zinnetje op kan slaan: Datteln 4.

We vechten voor iedere baan

André Dora, burgemeester

„Symboolpolitiek in plaats van gezond verstand”, zegt Blankenspoor over het advies. Maar het maakt goede kans door de regering-Merkel te worden overgenomen.

Want de commissie is breed samengesteld. Bedrijfsleven en elektriciteitsproducenten zijn vertegenwoordigd, evenals milieuorganisaties, vakbonden, wetenschappers en regio’s die voor werkgelegenheid sterk van de kolenwinning afhankelijk zijn. Door die bundeling kan de commissie rekenen op brede politieke en maatschappelijke steun voor haar advies. Als de regering eraan gaat morrelen, riskeert ze die steun te verspelen.

„We betwisten niet dat we naar minder uitstoot van CO2 toe moeten”, zegt Blankenspoor. „Maar de vraag is hoe je dat bereikt zonder de economie te schaden en zonder de stroomprijzen op te drijven. Deze kolencentrale hoort tot de meest efficiënte ter wereld. Met minder brandstof en met minder emissie produceert hij meer energie dan oudere centrales.”

Datteln 4 is speciaal ontwikkeld voor de overgang naar een meer duurzame stroomopwekking via wind- en zonne-energie, legt hij uit. „De centrale kan op dagen met weinig of geen wind en zon snel opschakelen van een laag pitje naar 1100 megawatt. ”

Extra pijnlijk is dat de centrale al in bedrijf had kunnen zijn als voor de ketel niet een nieuw type materiaal was gekozen. „In november 2017 was de centrale heel kort in bedrijf, we leverden alleen nog nét geen elektriciteit, toen een lekkage aan het licht kwam. Er bleken duizenden kleine lekken in de ketel te zitten. Toen hebben we besloten de hele ketel – 105 meter hoog, en met een omvang van 16 bij 24 meter – eruit te halen en te vervangen. Dat heeft twee jaar vertraging opgeleverd.”

Foto Chris Keulen

Bruinkool

De leider van de liberale partij FDP, Christian Lindner, noemde het vorige maand „absurd” wanneer een nieuwe centrale als Datteln 4 straks geen toestemming krijgt stroom te gaan opwekken. Eigenlijk, vindt Blankenspoor, zou het logisch zijn als Datteln 4 niet alleen in bedrijf wordt genomen, maar ook pas als láátste kolencentrale zou moeten sluiten. Dan kunnen de oude centrales, die meer schadelijke stoffen uitstoten, eerder dicht. Vooral de centrales die op bruinkool draaien, nu nog goed voor bijna een kwart van de Duitse stroomvoorziening, stoten veel schadelijke broeikasgassen uit. Bovendien schaden de grote dagbouwmijnen waar de bruinkool wordt afgegraven landschap en milieu.

Voor de regering in Berlijn, die nu over het advies van de kolencommissie moet beslissen, spelen ook politieke argumenten mee. Vooral sluiting van bruinkoolcentrales in economisch zwakke gebieden in de voormalige DDR ligt gevoelig. Helemaal omdat er dit najaar in drie Oost-Duitse deelstaten verkiezingen zijn. De regeringspartijen CDU en SPD vrezen dat ze daar nog méér kiezers kwijtraken aan de AfD als ze op korte termijn de sluiting aankondigen van de oude kolencentrales en de ermee verbonden bruinkoolwinning, die zeker 8.000 mensen werk biedt. Eerst moet in die gebieden vervangende bedrijvigheid en werkgelegenheid worden gestimuleerd, adviseert de commissie. Ze stelt voor daar maar liefst 40 miljard euro voor uit te trekken.

Lees ook deze reportage over het Oost-Duitse dorp Proschim. Het dorp is bitter verdeeld over de toekomst van bruinkoolwinning.

„Datteln is ver weg van Berlijn”, verzucht de burgemeester van het stadje, André Dora (SPD). „Ik ben helemaal voor solidariteit met het oosten van Duitsland. Maar het Ruhrgebied, dat dankzij de kolen ooit economisch heel sterk was, is dat allang niet meer. Wij hebben ook problemen, alleen heeft de politiek daar geen oog voor.”

Als het aan Dora ligt, gaat de centrale zo snel mogelijk open. Een grote meerderheid in de gemeenteraad deelt die wens. De werkloosheid in de voormalige mijnstad ligt met ruim 9 procent bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde (5,2 procent).

Als de kolencentrale eenmaal draait, zullen er zo’n honderd mensen werken. Dat lijkt in een stad met 35.000 inwoners niet veel, erkent de burgemeester, „maar we vechten voor iedere baan. En er komt allerlei werk bij, onder meer voor mensen die onderhoud en reparaties moeten uitvoeren. Al die mensen slapen hier, eten hier en doen hier inkopen.” De belastingafdracht van een draaiende elektriciteitscentrale kan Dora ook goed gebruiken. Want de gemeente heeft 72 miljoen euro schuld, „en als de rente weer omhooggaat, wordt dat een heel groot probleem”.

Het vriendelijke buurtje met eengezinswoningen aan de voet van de centrale herinnert hier en daar aan de industriële geschiedenis. De huizen zijn ooit gebouwd voor medewerkers van de mijnbouwmaatschappij, vertelt Theo Beckmann, plaatsvervangend fractievoorzitter van de Groenen in de gemeenteraad, terwijl hij voorgaat door de straatjes.

Het gaat, zoals altijd in dit soort gevallen, om een conflict tussen economische belangen en levensbehoeften van mensen

Theo Beckmann, politicus voor de Groenen

De laatste mijn is al decennia gesloten, maar op een enkele gevel prijkt nog de mijnwerkersgroet Glück Auf!. In een voortuin staat, als nostalgisch souvenir, een oud kolenkarretje op een stukje rails. Maar achter de huizen rijst de 21ste eeuw onontkoombaar op: de 178 meter hoge betonnen koeltoren van de nieuwe centrale torent boven alle daken en bomen uit.

De Groenen hebben zich van begin af aan verzet tegen de bouw, waarmee al in 2007 is begonnen. Een buurtbewoner wist bij de rechter af te dwingen dat de vergunning werd opgeschort, omdat de centrale zo dicht bij de bebouwde kom stond. Hoewel het werk na enkele jaren hervat kon worden, loopt er nog steeds een juridische bezwaarprocedure. Die vormt, naast het advies van de kolencommissie, een tweede bedreiging voor ingebruikname van miljardenproject Datteln 4.

„Het gaat, zoals altijd in dit soort gevallen, om een conflict tussen economische belangen en levensbehoeften van mensen – in dit geval rust en veiligheid”, zegt Beckmann. „Wij Groenen zijn natuurlijk geen vrienden van de steenkool, maar we begrijpen best dat een overgangsperiode nodig is voordat de stroomopwekking volledig duurzaam kan zijn. Alleen had dit ding nooit zo dicht bij woonhuizen gebouwd moeten worden.”

Dat zegt ook buurtbewoner Jürgen Brutscher, die hier al 27 jaar woont en uitzicht heeft op de koeltoren. „Als ze hem een kilometer verderop hadden gezet, had niemand erover gemekkerd. Maar zó dichtbij, dat boezemt angst in. En als er straks dikke wolken uit die koeltoren komen, zitten we hier in de schaduw.” Maar veel buren, relativeert hij, zijn hier pas de afgelopen jaren komen wonen. Zij wisten dus wat hen te wachten stond.

In Datteln wordt al jaren gebouwd aan de nieuwe kolencentrale. Het Duitse stadje, met veel werklozen en een flinke schuld, vreest dat de centrale nooit in bedrijf komt.
Foto Chris Keulen
De centrale staat in de buurt van de bebouwde kom. Een buurtbewoner wist om die reden bij de rechter af te dwingen dat de vergunning voor de bouw werd opgeschort. De bouw werd hervat, maar de bezwaarprocedure loopt nog.
Foto Chris Keulen

Kerncentrales ook dicht

Of de centrale volgend jaar nu wel of niet in gebruik wordt genomen – als de regering het advies overneemt alle kolencentrales in 2038 te sluiten, zal dat Duitsland voor een grote uitdaging stellen. „Helemaal omdat de regering in 2011 ook al heeft besloten dat uiterlijk 2022 alle kerncentrales dicht moeten zijn”, zegt Michael Pahle, energie-expert van het Potsdam Instituut voor Klimaatonderzoek. „Dat maakt het moeilijker om ook met de kolencentrales te stoppen zonder de leveringszekerheid in gevaar te brengen.”

Nu nog is het land voor 36 procent van zijn elektriciteitsproductie van kolen afhankelijk, voor 14 procent van kernenergie. Vorig jaar werd voor het eerst meer dan 40 procent duurzaam opgewekt, met hoofdzakelijk windenergie.

Pahle vindt het een hele prestatie dat de kolencommissie, met haar uiteenlopende belangengroepen, een gezamenlijk advies heeft kunnen uitbrengen. Wel betreurt hij dat er niet voor is gekozen bedrijven flink meer te laten betalen voor uitstoot van CO2. „Uiteindelijk zal dat toch nodig zijn. Maar de politiek schrikt er nog voor terug omdat de stroomprijs erdoor zal stijgen.”

Kritisch is Pahle ook over de 40 miljard die volgens de kolencommissie nodig is voor economische steun aan de kolengebieden. „Dat lijkt niet zozeer klimaatbeleid aangevuld met economische maatregelen, maar eerder andersom: economisch en sociaal beleid met klimaataspecten.” Ook zal de regering tientallen miljoenen moeten uittrekken voor compensatie van stroombedrijven, als die verplicht worden hun kolencentrales te sluiten waarmee ze anders nog jarenlang geld hadden kunnen verdienen.

In Datteln zegt Aris Blankenspoor dat hij ervan uitgaat dat zijn centrale in 2020 „aan het net” gaat. „We werken gewoon door om ‘de machine’ zo snel mogelijk klaar te hebben.”

Al wordt voor de zekerheid het kantoorgebouw voor het personeel, waarvan nu alleen nog een betonnen geraamte staat, pas afgebouwd als de centrale echt draait en stroom levert.