Ex-inbreker Evert Jansen loopt rond in een Zwolse wijk en demonstreert hoe makkelijk inbrekers een huis of schuur binnen kunnen komen.

Kees van de Veen

Op pad met voormalig dief Evert Jansen

Inbraken Eén op de acht Nederlanders is recent slachtoffer van een inbraak geweest. Op stap met een ex-inbreker.

Een kale, brede man loopt achter de huizen langs, door brandgangen, langs schuttingen. Vastberaden, alsof hij op weg is naar huis. Bij een tuin zonder deur of poort wandelt hij het erf op. Hij voelt aan de deur van de schuur in de hoek. Niet op slot. In de schuur staan twee elektrische fietsen , ook niet op slot. Hij haalt de sleutels eruit en klopt op het raam van het huis.

Een vrouw doet open. „Goedendag”, zegt de kale man. „Ik ben Evert Jansen. Inbraakpreventie.” Hij laat de fietssleutels voor de ogen van de vrouw bungelen. „Kijk. Ik had uw fietsen zo kunnen meenemen.”

Bent u in de afgelopen vijf jaar slachtoffer geworden van huisinbraak of een poging ertoe? Op die vraag antwoordde één op de acht Nederlanders in 2017 ‘ja’, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vrijdag. Eén op de vijftig Nederlanders was in het jaar 2017 slachtoffer van een inbraak(poging) – een lichte daling ten opzichte van eerdere jaren. De meeste Nederlanders hebben hun huizen beveiligd tegen inbraak. Maar, hoopvol voor inbrekers: de aanwezigheid van buitenverlichting en extra sloten is sinds 2012 iets gedaald. Slachtoffers van inbraak nemen meestal meer preventiemaatregelen dan personen die níet recent een insluiper op hun territorium hebben hoeven dulden. Slachtofferschap schudt mensen wakker, zo lijkt het.

Kees van de Veen
Kees van de Veen
Kees van de Veen

De zevende hemel

Evert Jansen probeert mensen al eerder te bewegen tot alertheid en beveiliging. Jansen, 56, een in Drenthe getogen zoon van Molukse ouders, was zelf dief. Hij stal dvd-spelers en tv’s. Walkmans en juwelen. Cash was zijn favoriete buit. Kon hij de heler overslaan en rechtstreeks naar zijn heroïnedealer. Brown sugar op het aluminiumfolie, vlam eronder, en Jansen verschafte zich weer voor even toegang tot de zevende hemel. Meer dan honderd inbraken, schat hij – een junk turft niet. Soms trof hij in een huis geen handzame buit, en ging hij naar het volgende in de rij. Een paar minuten per huis, langer duurde het niet. Nooit werd hij betrapt op heterdaad, maar zijn vingerafdrukken verraadden hem weleens. Opgeteld zat hij vier jaar vast.

Hij is twintig jaar afgekickt. Zijn inbrekerservaring gebruikt hij nu voor een goed doel. Op ‘preventieavonden’, belegd door gemeenten en politie, vertelt hij wijkbewoners hoe inbrekers denken en doen. Vóór de bijeenkomst struint hij door achterommetjes van de wijk, sluipt tuinen in, fotografeert open ramen en andere onachtzaamheden waar hij de wijkbewoners die avond mee confronteert. Hij doet zestig bijeenkomsten per jaar, in wijken overal in het land.

NRC volgt Jansen een middag door de brandgangen van een Zwolse wijk. Hij banjert erdoorheen als de junk in nood die hij was. Hij tuurt over schuttingen, voelt aan deurkrukken. Zit de deur niet op slot – dat geldt voor zo’n beetje elke vierde of vijfde deur – dan stapt hij zonder omkijken de tuin in.

Hij loopt naar het schuurtje. Die deur zit ook niet op slot. Ernaast staat een fiets, merk Raleigh. Op slot, maar nergens aan vast. „Dat-ie op slot staat is goed, maar ik kan er alsnog mee weglopen”, zegt Jansen. Hij klopt op het raam, een vrouw doet open. Vragende ogen. Jansen stelt zich voor. De vrouw vertelt dat haar fiets acht jaar geleden al eens uit haar achtertuin verdween. Ze vond hem later terug, verderop in de straat. Wie het gedaan heeft, weet ze niet. Daarna draaide ze jarenlang de deuren van haar tuin en schuur op slot. Nu niet meer. „Je wordt makkelijker”, zegt ze.

Kees van de Veen

Ladder

Volgende brandgang, volgende tuin. Evert Jansen ziet door het raam van het huis een vrouw op een bank zitten. Ze kijkt geboeid tv, ziet niet dat er een man in haar tuin staat. Jansen loopt op het huis af, voelt voorzichtig aan de achterdeur. De deur zit niet op slot. Hij opent hem een beetje en ziet aan de binnenkant de sleutel uit het slot steken. Jansen klopt op het raam – nu ziet de vrouw hem. „Al uw deuren staan open, mevrouw!”

„Overdag gebeurt meestal niets”, lacht ze.

„En dit dan?” zegt Jansen. Hij houdt de sleutel van de achterdeur voor haar gezicht. „Ik kon hem zo wegpakken. Kan ik ’s nachts rustig terugkomen. Geen spoor van braak.” Jansens oog valt op de ladder in de hoek van de tuin. „Altijd handig”, zegt hij. „Mocht ik die voor het huis van uw buren nodig hebben, weet ik dat ik ’m hier kan halen.”

De afgelopen twee jaar is ook in Zwolle het aantal inbraken „flink afgenomen”, meldt de gemeente. Mogelijk is de gegroeide aandacht bij gemeente en politie voor preventie een verklaring. „Maar elke inbraak is er één te veel”, zegt een woordvoerder van Zwolle. „De emotionele schade is vaak veel groter dan de materiële.”

Lees ook: Steeds minder Nederlanders zijn slachtoffer van een woninginbraak

Jansen steekt een sigaret op. „Alle maatregelen helpen”, zegt hij. „Licht, alarm, hang- en sluitwerk. Alles wat tijd kost, schrikt inbrekers af.” Een hond? „Alleen als-ie blaft.” Een WhatsApp-groep ‘buurtpreventie?’ „Mensen beginnen vaak te laat met appen. Ze denken: er staat zo’n bord in de wijk, dus het komt goed. Ze moeten handelen.”

„De beste beveiliging”, zegt Jansen, „zijn de mensen zelf. Oog hebben voor elkaar. Elkaar groeten. Dat zorgt voor meer betrokkenheid. Zodat je die vreemde man aanspreekt als die voor het huis van je overburen staat.” Hij neemt een trekt van zijn sigaret. „Heb je het ook door? Niemand heeft om onze legitimatie gevraagd. Al de hele middag niet. En niemand in al deze brandgangen die zegt: hé, wat doen jullie hier?”

Kees van de Veen
    • Ingmar Vriesema