Sven Groeneveld: ‘Je moet je eigen ego aan de kant zetten’

Interview Sven Groeneveld, tenniscoach Hij voelt zich een buitenlander in eigen land, zo vaak is hij weg. Hij coachte Monica Seles, Roger Federer en Maria Sjarapova. „Niemand kent Maria zoals ik haar ken.”

Sven Groeneveld tijdens een training met Maria Sjarapova.
Sven Groeneveld tijdens een training met Maria Sjarapova. Foto Darrian Traynor/Getty Images

Altijd in korte broek, racket in de aanslag. 53 jaar is hij, maar hij oogt als een tennistrainer met de eeuwige jeugd. Zongebruind gelaat, ook deze februaridag in Rotterdam. Hij leidt een reizend bestaan, noemt zich een „journeyman”.

Hij is een kosmopoliet, gebruikt veel Engelse termen, zoekt soms naar Nederlandse woorden. Hij voelt zich een buitenlander in eigen land. Een huis heeft hij hier niet, nergens trouwens. Sven Groeneveld, veelgeprezen coach in het internationale tennis: „De tour is mijn huis.”

Dertig jaar is hij nu tennistrainer. Zijn cv leest als een boek in wording. Hij coachte veel topspelers: van Monica Seles tot Maria Sjarapova en van Michael Stich tot een jonge Roger Federer. Hij is een diplomaat in een wereld vol met ego’s. „Ik cijfer mijzelf weg waardoor de speler centraal komt te staan”, zegt hij. „Je moet je eigen ego aan de kant zetten. Dat betekent: heel hard doorademen.”

Het was Mark McCormack, de inmiddels overleden oprichter van het Amerikaanse managementbureau IMG, die hem dit in 1993 in Parijs tijdens Roland Garros leerde. „Ik ben het nooit vergeten.”

Hij coacht op dit moment niemand. Precies een jaar geleden eindigde bij het toernooi in Indian Wells na ruim vier jaar de samenwerking met Sjarapova, de Russische sterspeelster. Groeneveld sprak nooit met journalisten over haar, dat was onderdeel van de afspraken die de twee maakten toen ze in november 2013 begonnen. Zo werd uitgesloten dat er, bijvoorbeeld door verkeerd vertaalde citaten, ruis op de lijn kwam. Daar waakt hij ook in dit interview voor. „Mijn relatie met haar is te kostbaar, is mij te belangrijk.”

Lees ook: Maria Sjarapova keerde in 2017 terug na een meldoniumschorsing: het tennis had haar nodig.

In haar biografie Unstoppable beschrijft Sjarapova hun eerste ontmoeting in een hotel in New York. „Sven en ik klikten meteen.” Groeneveld werd meer dan alleen een coach voor haar. „Hij is een vertrouweling, een adviseur en een vriend.”

Groeneveld bleef Sjarapova trouw tijdens haar vijftien maanden durende schorsing die ze kreeg opgelegd voor het gebruik van meldonium. Zij nam dit middel al tien jaar vanwege verschillende gezondheidsproblemen, zei ze op een persconferentie. Ze wist niet dat meldonium vanaf januari 2016 op de dopinglijst stond en testte kort daarop positief. Een panel van de International Tennis Federation (ITF) én sporttribunaal CAS stelden vast dat Groeneveld niet op de hoogte is geweest van het gebruik. Later beschuldigde Sjarapova de ITF dat die een voorbeeld wilde stellen door haar te straffen; de federatie had haar in eerste instantie voor twee jaar geschorst.

U wist niet van het gebruik. Kreeg uw vertrouwen in Sjarapova een deuk?

„Nee, totaal niet. Niemand kent Maria zoals ik haar ken. Ik vertrouw haar honderd procent. Ik heb wel een mening over het proces waar zij een onderdeel van werd. Die mening kreeg ik omdat ik betrokken was, bij het onderzoek en het lezen van de zaak. Ik steunde Maria volledig en daar sta ik nog steeds achter.”

Uw goede vriend en zakenpartner John van Lottum zei in 2016 in de Volkskrant: „Sven heeft enorme tikken in zijn gezicht gekregen.”

„Ik begrijp dat het van buitenaf zo vertaald werd. Maar zo heb ik het zelf nooit gevoeld.”

U bleef loyaal aan haar in zware tijden.

Groeneveld zucht. „Natuurlijk heb je de keuze om te denken: wat ga je doen? Maar er was geen moment dat ik twijfelde. Ik zei: ik sta achter je, I’m your coach, ik ben er voor je. Omdat ik weet wie ze is en waar ze voor staat.”

Waarom stopte jullie samenwerking?

„We hebben heel veel met elkaar doorstaan. Daardoor werd mijn rol veel breder. Ik was een anker voor haar. Het werd te familiar, mijn stem had niet meer de kracht die hij had toen ik in 2013 begon. Toen had ik een enorme impact. Maar die impact had ik niet meer op de baan. Daardoor kwam er te veel water bij de wijn. De kracht van de relatie – net als de spanning van een elastiekje – die was er niet meer. En dan is het: handjes schudden. Maar ik ben nog steeds een vertrouwenspersoon voor haar.”

Groeneveld werkte zich vanuit het niets op tot topcoach. Hij was kortstondig profspeler en begon als jeugdtrainer in 1989 bij een vereniging in Zandvoort. Hij vertrok vervolgens naar Amerika om te studeren en college-tennis te spelen. Na een conflict met de coach stopte hij met de sport en werkte een halfjaar als bouwvakker in Kentucky. „In de winter moesten we ook cement malen, met antivries. Toen dacht ik: dit is niet mijn toekomst.”

Hij belandde uiteindelijk in Tokio, waar hij op een tennisschool als trainer ging werken. Daar werd hij, najaar 1991, gevraagd om een week als sparringpartner op te treden voor Monica Seles, destijds nummer één van de wereld. Dat beviel. Seles wilde vast met hem samenwerken.

Zijn voordeel: Groeneveld kon goed spelers nabootsen. In die tijd speelden veel vrouwen nog met enkelhandige backhand, zoals Steffi Graf en Gabriela Sabatini. „Ik kon slicen en serve and volley spelen. Dat was voor Seles perfect.”

Hij maakte snel naam. In de jaren die volgden, won hij met meerdere topspeelsters grandslamtitels. De Australian Open met Seles in 1992 en Mary Pierce in 1995. Roland Garros met Ana Ivanovic in 2008 (waarna ze nummer één van de wereld werd) en met Sjarapova in 2014. Groeneveld: „Het is niet dat ik zeg: oh, goede speler, daar ga ik mee werken. Nee, ik moet de mens erachter leren kennen.”

Groeneveld werkte met de toen 16-jarige Roger Federer, nadat hij in 1997 werd aangesteld als nationale coach van de Zwitserse tennisbond. Federer was een onstuimig, explosief talent, die tijdens trainingen snel verveeld raakte. Het was de kunst voor afwisseling te zorgen, vertelt Groeneveld. „De huidige generatie schreeuwt om variatie, hij moest tóén al continu geprikkeld worden.”

Een anekdote is hem bijgebleven. Federer gooide bij een training zijn racket hard tegen een hek, waarop Groeneveld besloot dat hij de groundsman moest helpen bij het onderhoud. „Hij heeft tien dagen elke ochtend op een rijdende stofzuiger gezeten om de banen schoon te maken. Hij is dat zelf ook nooit vergeten.”

De rol van ouders

Als een rode draad door zijn carrière loopt de rol van ouders in de begeleiding. Met vader Seles ging het mis toen Groeneveld voor een partij op een toernooi in Barcelona met de man van de Nederlandse tegenstander Nicole Jagerman even over voetbal stond te praten. Onschuldig, maar pa Seles was woest. Groeneveld: „Monica verdedigde mij. Toen zag ik bij haar vader iets breken.” De samenwerking werd beëindigd.

Het is complexe, gevoelige materie: welke rol neem je in als coach, ben je alleen adviseur óf eindverantwoordelijke, en hoe beweeg je tussen bestaande familiebanden? Het levert soms onwerkbare situaties op. De vader van Mary Pierce, de Franse speelster met wie Groeneveld twee periodes werkte, stond erom bekend dat hij zijn dochter soms sloeg. Na zo’n drie maanden stopte Groeneveld. „Haar vader maakte de relatie tussen mij en hem onmogelijk.” Toen Pierce later brak met haar vader, keerde Groeneveld terug, met succes.

Recentelijk begeleidde hij het Chinese talent Wu Yibing. Onder Groeneveld won hij zilver op de Asian Games, de eerste Chinese tennismedaille in 24 jaar. Groeneveld was door IMG in Florida aangesteld als hoofdcoach. Door de invloed van Yibings moeder en de cultuurverschillen verliep de samenwerking stroef. Als Groeneveld aangaf dat het beter was geen push-ups te doen omdat hij last had van zijn pols, verplichtte zijn moeder dat toch te doen. Toen zij haar zoon dwong naar China te komen om daar wedstrijden te spelen terwijl de coach wilde dat hij in Florida bleef, stopte Groeneveld.

Hij benadrukt dat een samenwerking met ouders prima kan, zolang de rolverdeling maar afgebakend is. „Ik ben een hired hand, iemand die ingehuurd wordt. Het commitment kan niet alleen van de speler komen, die moet er van het hele umfeld zijn. Als dat gebeurt, geeft dat de speler de meeste kans op succes.”

Met de vader van de Deense Caroline Wozniacki – Groeneveld was adviseur, de vader hoofdcoach – kon hij prima samenwerken; zij werd in 2010 nummer één. Met de vader van Sjarapova kon hij ook goed overweg. Groeneveld: „Ik waardeer de tennisouders wel. Ik heb het ook met vader Petr Krajicek over Michaëlla gehad. Dat ik begrijp dat hij erbovenop zat. Je ziet het op de tour, dat noemen ze predators [roofdieren], mensen die spelers naar hun hand zetten. Ik begrijp wel dat vaders heel erg beschermend zijn.”

Groeneveld zou nog „heel graag” Wimbledon en de US Open willen winnen met een speler – die ontbreken nog in zijn lijst. Hij is beschikbaar voor een nieuwe samenwerking – „man of vrouw, maakt niet uit”. En de Nederlandse tennisbond kan hem „altijd bellen”. Groeneveld: „Ik sta altijd open om te helpen.” Als hij een rol zou krijgen, wil hij wel „carte blanche”. Dat is de enige manier waarop hij denkt het verschil te kunnen maken. „En ik weet niet of er veel bonden zijn die dat mandaat willen geven.”