Buurtonderzoek Klimaat: ‘Ik hoef niet roomser dan de paus te zijn’

Duurzaamheid Dit weekend is er weer een grote klimaatdemonstratie. In korte tijd is duurzaamheid een thema geworden waar iedereen iets mee moet. NRC onderzocht in twintig buurten hoe mensen daarover denken, en of ze zelf iets doen. ‘Vorig jaar hoorde je er veel minder over en nu staat alles op zijn kop.’

Roland Blokhuizen

Het is de warmste februaridag sinds mensenheugenis, en de zon schijnt recht op het ontblote bovenlijf van Jaap Post in de Amsterdamse Kolenkitbuurt. Post, een 64-jarige leerkracht, zit op zijn veranda een bord bami met saté te eten. Of de mens deze warmte heeft veroorzaakt weet hij zo net nog niet. „Het is niet zo dat ik klimaatverandering ontken, ik heb ook de film van Al Gore gezien. Maar ik vind dat die politici aan bangmakerij doen. Honderd jaar geleden hadden we ook een hoge waterstand. Komt het nu dus door natuurlijke cycli of door de mens? Ik ben er nog niet uit.”

In de wijk De Venen in Drachten zit Hendriks (32) te breien op een stoepje, met uitzicht op de speeltuin. Ook in het noorden is het warm. Vreemd, vindt Hendriks, administratief medewerkster op een betoncentrale. „Ik ben niet oud, maar op de leeftijd van mijn zoontje had je in de winter sneeuw en ijs. En nu is het zestien graden.”

Theo Brand (74) uit Oldenzaal wil graag een relativerende noot plaatsen: „Duizend jaar geleden warmde de aarde ook op”. Om hem heen komt op deze warme februaridag de Twentse stad tot leven: de eerste terrassen worden opgetuigd, café-eigenaren hangen versieringen op voor het carnaval. Bij het huis van Theo Brand, achter de kerk, staat een oldtimer in de garage. Over een elektrische auto heeft hij wel nagedacht, maar hij vond het toch te duur en denkt dat het geen CO2-besparing zal opleveren. Wel heeft hij zonnepanelen, scheidt hij z’n afval en zet hij de verwarming een graadje lager – ondanks zijn scepsis.

Op de leeftijd van mijn zoontje had je in de winter sneeuw en ijs

Jarenlang was het klimaat vooral een thema voor de liefhebber, maar vorig jaar stoomde het op van de marge naar de mainstream. De wekenlang aanhoudende hittegolf van juli 2018 veranderde grasvelden in gele vlaktes en liet honden hun pootjes branden aan het asfalt. Eind december kwam het kabinet met het ontwerp-Klimaatakkoord, waarna zorgen ontstonden over de kosten voor de burger. Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet had intussen de geesten rijp gemaakt voor klimaatscepsis, waarna De Telegraaf begon met een campagne tegen de plannen. De cultuurstrijd verplaatst zich naar het klimaatdebat, waarbij de hoogdravende Teslarijder het opneemt tegen de biefstukminnende normaalman.

Om te zien hoe het klimaatdebat leeft bij de burgers, trok NRC in de tweede helft van februari twintig wijken in die samen een dwarsdoorsnede van Nederland vormen: van de multiculturele Kolenkitbuurt naar het witte Raan-West in Raalte, van de binnenstad van Oldenzaal tot een buitenwijk van Amersfoort. Voor de deur, aan de keukentafel of in de supermarkt spraken we in totaal driehonderd mensen.

Lees ook: Het volgende slachtoffer van klimaatverandering: de psyche

Ruim de helft maakt zich zorgen om klimaatverandering, nog eens een vijfde „een beetje”. De intensiteit van de zorgen verschilt: „Ik lig er niet wakker van”, zeggen velen uit zichzelf. Wanneer de verandering tastbaar wordt, neemt de bezorgdheid toe. De warmte eind februari vond Margriet Veldman (39) uit het Overijsselse Raalte stiekem wel lekker: ze heeft reuma en gedijt goed bij hogere temperaturen. „Maar het is toch wel heel raar dat we vorig weekend in de tuin koffie zaten te drinken. En afgelopen zomer was het zó warm. Bij 40 graden denk je wel: dit is niet gezond, dit hoort niet.”

Henk Louw (84) uit Vorden zag het aan de gletsjer die hij laatst bezocht met zijn zoon. „Ik was daar ook op mijn twintigste. Er staan stokjes in de gletsjer met jaartallen, en vanaf het einde van de gletsjer was het een half uur lopen voor ik bij het stokje was waarop het jaartal van toen stond.”

„Het gaat te ver, de vervuiling, de warmte. Kijk dit…” Catrina Vos (73) uit Eindhoven kijkt om zich heen, het is bijna 20 graden, de krokussen knallen zowat de grond uit. „Het is nu wel lekker maar het hoeft niet warmer.” Voor zichzelf maakt ze zich geen zorgen, wel voor haar kleinkinderen.

Veel mensen beginnen meteen over afval op straat en plastic verpakkingen, tastbare zaken waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden. Vooral in plastic verpakte groenten en fruit blijken woede op te roepen. In de woorden van Marien Boone (39) uit Oostdijk: „Plastic om fruit, dat is onzin. Er zit al een schil omheen.”

‘Wat staat mijn kinderen te wachten?’

Gerdine Weststrate (30) uit Oostdijk in Zeeland is moeder van vier kinderen en erg begaan met het klimaat. Ze maakt zich zorgen over de toekomst. „Wat gaat er met de wereld gebeuren? Wat staat onze opgroeiende kinderen straks te wachten?” Weststrate voert actie tegen het oplaten van ballonnen op Koningsdag.

Het gezin heeft een warmtepomp en ze gebruiken wasbare luiers voor hun jonge kinderen. „Maar als je ziet dat Schiphol almaar groeit, en dat er honderden containers in zee vallen, denk ik wel eens: waarom loop ik met m’n stoffen tassen naar de bakker?”

 
 
 

Magere ijsbeertjes

Naast de eigen waarnemingen is ook de televisie een bron van klimaatzorgen. Diverse mensen vertellen wat zij zagen op tv: magere ijsbeertjes, smeltende poolkappen, de plastic soep in de oceanen. Grietus Jalving, een 64-jarige inwoner van Klazienaveen: „Je ziet dat er ijsschotsen afbreken. Overal op de wereld is het van hetzelfde laken een pak: het klimaat verandert.”

Dat het grootste deel van de Nederlanders zich zorgen maakt over klimaatverandering, blijkt ook uit onderzoek. Het aantal bezorgden verschilt wel per onderzoek: het zou gaan om 51 procent (Motivaction, oktober 2018), 63 procent (Maurice de Hond, december 2018), 51 procent (EenVandaag, januari 2019), 55 procent (Ipsos in opdracht van De Telegraaf, maart 2019) of 65 procent (I&O, deze week). Ook het percentage dat gelooft dat de mens de opwarming veroorzaakt verschilt. Dat zou 78 zijn (I&O april 2018), 67 (Motivaction) of 69 (Maurice de Hond).

Bij 40 graden denk je wel: dit is niet gezond, dit hoort niet

Voor de gemiddelde deelnemer aan het buurtonderzoek lijkt te gelden dat het klimaat hem zorgen baart, maar niet méér dan andere onderwerpen. Uit zichzelf komen de mensen met een scala aan thema’s die eigenlijk meer aandacht verdienen dan het klimaat: zorg, files, armoede, pensioenen, onderwijs, inkomensongelijkheid, defensie, immigratie.

Dat is in lijn met het SCP-onderzoek Burgerperspectieven uit december 2016, waarin mensen werd gevraagd naar de grootste problemen van het land. Nog geen 1 procent noemde als eerste een natuur- en milieugerelateerd onderwerp. Wel groeit het aantal mensen dat ‘milieu’ noemt als een van de grootste problemen van Nederland: in 2017 was dat 3 procent, in 2018 5 procent, aldus het SCP.

Interessant is ook de ontwikkeling door de tijd. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onderzocht in 2015 hoe Nederlanders sinds de jaren zestig denken over klimaat en duurzaamheid, eerder ‘het milieu’ genoemd. Tot het einde van de jaren tachtig namen de zorgen toe, om in de jaren negentig weg te ebben. Na de eeuwwisseling groeide de bezorgdheid weer. Betrof die eerder vooral thema’s als lucht- en waterverontreiniging, tegenwoordig staat de opwarming van de aarde centraal.

Volgens Maurice de Hond nam het percentage bezorgden sinds 2015 toe van 56 tot 63 en bleef de klimaatscepsis ongeveer gelijk. Alleen onder PVV- en FvD-kiezers gebeurde iets opvallends: zowel de zorgen om het klimaat als de overtuiging dat de mens ervoor verantwoordelijk is daalde flink tussen juli en december 2018.

Onderzoeksbureau I&O, dat donderdag kwam met nieuwe cijfers, meldt zelfs dat de zorgen over de hele linie dalen. Maakte in januari nog 78 procent van de bevolking zich zorgen om klimaatverandering, in februari was dat 65 procent. Het percentage dat wil dat het kabinet meer doet daalde in dezelfde maand van 63 naar 48 procent. Peter Kanne van I&O concludeert hieruit dat de klimaatscepsis toeneemt.

De Romeinen

Ook die scepsis zien we terug in de wijken. „Wij hebben als mens nauwelijks invloed op het klimaat”, zegt Bernard Verheij (78) uit Lelystad. „Laatst las ik een woord dat ik mooi vond: het is een hoax. Het klimaat is een verdienmodel voor politici. Die Jetten, die komt echt zo klaar op zijn eigen plannetjes. Hij doet het alleen voor zijn eigen carrière.” Verheij is er goed voor gaan zitten, zijn vrouw haalt koffie, zijn 53-jarige zoon (ook Bernard genaamd) praat mee. „Ik las laatst dat de Romeinen vroeger al naar Engeland gingen voor de wijnbouw. Kun je nagaan: zoveel kan het klimaat dus verschillen!”, zegt de jonge Verheij. „Het vervelende voor Nederland is dat wij misschien in zee verdwijnen.” Niks aan te doen: „Het klimaat verandert altijd.”

De regering baseert zich te weinig op wetenschappelijke informatie, vindt goudsmid Hans Tanke (51) uit Oldenzaal. „De mens is maar verantwoordelijk voor 4 procent van de CO2-uitstoot. En we hebben het ook nodig, anders functioneert de aarde niet.”

Lees ook: Industriële bedrijven vrezen dat een CO2 -heffing tot hoge kosten en banenverlies leidt. Na de top mengen nu ook werknemers zich in het debat

Ook volgens Ger van der Eijk (71) heeft de mens weinig te maken met het gestegen CO2-gehalte: duizenden jaren geleden was dat volgens hem veel hoger dan nu. Van der Eijk woont met zijn vrouw in een vrijstaand huis in Rijswijk, waar hij tijdens het gesprek een likeurtje drinkt. Hij leest veel, vooral op The Post Online. „Er moet 1.000 miljard geïnvesteerd worden zodat de aarde 0,0003 graden minder opwarmt. Dat geld kun je beter besteden aan de zorg, of aan het uitroeien van malaria .”

„Over zestig jaar ben ik toch dood”, zegt een 30-jarige vrouw uit Amersfoort die alle klimaatmaatregelen „te idioot voor woorden” vindt. En haar pasgeboren kind dan? Ze haalt haar schouders op.

„Het gaat zoals het gaat, we glijden langzaam naar de afgrond. Maar ik heb geen kinderen en we hebben vermoedelijk nog wel 300 of 400 jaar ”, aldus Willem Winsemius (73) uit Leiden.

„Ik stop altijd m’n vingers in m’n oren als het klimaat voorbijkomt op het nieuws”, zegt Bibe Nasir Khan (49) uit Amsterdam. Een 77-jarige vrouw uit Lelystad, chic gekleed en met een cultuurbijlage op schoot, kiest ook voor negeren: „Als ik denk aan wat voor troep er wordt uitgestoten neem ik gauw een boek en ga ik lekker lezen.” Abeltje (86) uit Lelystad hoopt dat het van hogerhand wordt opgelost: „Ik ben niet kerkelijk maar je hoopt toch dat iemand boven het allemaal in de gaten houdt.”

‘De lasten moeten goed verdeeld worden’

G.B.J. van de Grift (71) en Hermien Kuindersma (70) wonen in een hoekhuis in Raalte. Grift: „Ik denk dat de massa een voorstander is van klimaatmaatregelen, mits de lasten goed worden verdeeld.”

Het koppel probeert hun huis zo energieneutraal mogelijk te maken. „We hebben zonnepanelen en een zonneboiler op het dak.”

Kuindersma: „We hebben alleen nog wel een Volvo stationcar, diesel. De waarde van die auto is groter dan het schuldgevoel.”

Van de Grift is „dik voor” rekeningrijden, maar Kuindersma wil daar nog wel een kanttekening bij plaatsen: „Op het platteland vind ik het een ander punt, daar moeten de mensen wel veel rijden.”

 

Spinazie met ei

Individuele actie mag dan zinloos lijken, bijna negentig procent van de deelnemers doet iets aan duurzaamheid. Papier in de papierbak, glas in de glasbak. Plastic wordt in mindere mate gescheiden, net als groente-, fruit-, en tuinafval.

In veel gevallen is zorg om het klimaat slechts een deel van de drijfveer om duurzaam te doen. Een 43-jarige vrouw uit Raalte is minder vlees gaan eten omdat het „goed voor alles” is, „voor onszelf én voor het milieu”. Haar man carpoolde eerst naar zijn werk maar heeft nu een elektrische fiets. Voor het milieu, maar ook omdat hij een nieuwe baan heeft dichter bij huis.

Ook bij woningisolatie is het feit dat het geld bespaart mooi meegenomen, of vaker nog: de belangrijkste motivatie. „Het is financieel een slimme keuze en het is duurzaam”, zegt Henk Ziel (72) uit Raalte over zonnepanelen. Milieu Centraal berekende dat eind 2015 ruim 400.000 huizen zonnepanelen hadden, inmiddels zijn dat er volgens branchevereniging Holland Solar alweer 800.000. Daarmee had 6 procent van de Nederlandse huishoudens zonnepanelen op het dak, dat is vier keer zoveel als in 2010.

Lees ook: Zonnepanelen? Nee, isoleer eerst je huis

Minder vlees eten blijkt voor velen nog een grote opoffering. Gerdine Weststrate (30) uit Oostdijk probeert het af en toe. „Maar als mijn man na een dag hard werken thuiskomt en we eten geen vlees, dan wordt hij daar niet blij van.” Een zestiger uit Raalte die zijn hele leven veel vlees heeft gegeten, probeert nu eens per week een vegetarische avondmaaltijd te nuttigen – meestal spinazie met een ei en aardappelen. Frans Szablewski (67) uit Breda gaat zelfs de hele maand maart geen vlees eten.

De omgeving heeft een grote invloed op de behoefte om te minderen met vlees, blijkt uit het verhaal van Herman van Haagen (39) uit Leiden. „Als ik een date heb, blijkt die vaak vegetariër te zijn en ik wil wel met mijn tijd meegaan.” Hij heeft zelfs een plan bedacht om anderen vaker vegetarisch te laten eten. „Een eetmaatje dat anderen leert hoe ze vegetarisch moeten koken – naar het voorbeeld van de gezelschapsmaatjes.”

Bijna de helft van de Nederlanders probeert minder vlees of vis te eten, blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum. Of dat altijd lukt is de vraag. Volgens de Universiteit van Wageningen aten Nederlanders in 2017 nog evenveel vlees als in de twee jaar ervoor: 77 kilo per persoon.

De waarde van die auto is groter dan het schuldgevoel

Opvallend veel mensen oriënteren zich op een klimaatvriendelijker huis. De afgelopen vijf jaar liet dertien procent van de Nederlands zonnepanelen of zonneboilers plaatsen (I&O, maart 2019), nam een even groot percentage dubbelglas en nam twaalf procent een andere verwarmingsketel. „We hebben een energiescan van het huis laten maken”, zegt Hermien Kuindersma (70). „Wat blijkt: het kruipluik is een warmtelek!”

Kuindersma en haar partner G.B.J. van de Grift (71) zijn er zeker van: de toekomst is aan energieneutrale woningen. De keuken van het ruime hoekhuis in Raalte is met een groot zeil afgeschermd. Er wordt verbouwd en er komt onder meer een inductiekookplaat. „We zijn wel al goed bezig”, zegt Kuindersma, die als humanistisch raadsvrouw in een ziekenhuis heeft gewerkt. „We hebben ook zonnepanelen en een zonneboiler op het dak. We hebben alleen nog wel een Volvo stationcar, diesel. De waarde van die auto is groter dan het schuldgevoel. Ik hoef niet roomser dan de paus te zijn.”

Van de Grift, gepensioneerd psychotherapeut: „Maar als we die wegdoen, nemen we een elektrische auto.”

Kuindersma: „En we eten zoveel mogelijk biologisch. Eén keer per week vlees. Je moet bij jezelf beginnen. Maar we moeten er wel bij zeggen: mensen van onze generatie kunnen zich dit permitteren. De kiloknaller is nu eenmaal goedkoper.”

‘Het is hier een en al kliko’s’

Mensen die vol overtuiging aanpassingen doen, maken zich vaak erg veel zorgen over klimaatverandering. „We zien het elke dag”, zegt Van de Grift. „We lezen het in de krant. Hier buiten is door de droogte veel kapot gegaan.” Hij wijst naar hun tuin die volhangt met vogelvoer.

De bijna vijftig mensen uit het buurtonderzoek die zeggen dat zij niets aan duurzaamheid doen, noemen Nederland vaak „een stip op de wereldkaart” en duurzaam gedrag „een druppel op een gloeiende plaat”. „In Dubai, waar ik heb gewoond, staan alle lampen de hele dag aan”, zegt een 56-jarige vrouw uit Den Haag. Wijkagent Marco Ernst: „Ik kom veel in Portugal en daar scheiden ze het afval niet eens. Daar steken ze alles gewoon twee keer per jaar in de fik.”

Een echtpaar van in de zestig uit Klazienaveen vindt dat Nederland als klein landje een te grote broek aantrekt. „Laat grotere landen de kar maar trekken, Nederland moet zich om zijn burgers bekommeren die de eindjes niet meer aan mekaar kunnen knopen.”

Toch blijken ook de mensen die zich er niet om bekommeren vaak onbewust best veel te doen aan duurzaamheid. Neem de 84-jarige vrouw uit Bussum die het klimaatdebat „hysterische onzin” vindt, en zich tegelijk voorbeeldig gedraagt: ze vliegt niet en heeft geen auto. Of Kornelis Blokker (63) uit Lelystad, die zich geen zorgen maakt over het klimaat en zegt „absoluut niet minder” te gaan vliegen: hij is minder vlees gaan eten en heeft een „honderd procent geïsoleerd” huis.

Opvallend is ook dat zelfs rabiate klimaatontkenners hun afval scheiden. Dat heeft het afgelopen decennium een grote vlucht genomen, mede doordat sommige gemeenten burgers een ferme duw geven. In Amersfoort hebben alle mensen een bak voor papier, gft en restafval. Het restafval wordt maar eens per twee weken opgehaald, waardoor mensen soms puur uit noodzaak het plastic scheiden en zelf wegbrengen. Jorg Roosma (41), die de restafvalbak met partner en drie kinderen snel vol krijgt, is wel blij met dat systeem. „Omdat de gemeente het zo aanpakt scheiden we nu plastic.”

Lees ook: Voor ontkenners en twijfelaars zijn de gortdroge feiten niet genoeg

De afvalbakken zijn Lucia Staats (57), bewoner van een nieuwbouwwijk achter de Duisterweg, juist een doorn in het oog: „Als je de buurt inrijdt, je weet niet wat je ziet! Het is één en al kliko’s geworden hier.”

Een andere prikkel voor duurzaam gedrag is de gestegen energierekening. Geurt Hilhorst (70), een grote man met vrolijke ogen, heeft er geen problemen mee. „Kom binnen”, zegt hij in de deuropening van zijn indrukwekkende boerderij. „Ik heb energielabel G! Slechter kan niet.” Hij heeft wel veel geïsoleerd en aangepast in zijn woning uit 1851, maar dat is volgens hem nog niet meegerekend bij de beoordeling. Hilhorst was vroeger boer, maar sinds hij zijn land kwijtraakte aan de nieuwbouwwijk aan de andere kant van de straat runt hij een café. „En ik speel trombone. Ik ben leuke dingen gaan doen.” ’s Nachts laat hij voor de zekerheid de lampen buiten aan, om te voorkomen dat er wordt ingebroken. „Als de energie nou duurder zou zijn, zou ik dat niet doen. Energie is nog steeds veel te goedkoop.”

‘Ze verzinnen steeds iets nieuws’

De regering baseert zich voor haar klimaatbeleid te weinig op wetenschappelijke informatie, vindt goudsmid Hans Tanke (51) uit Oldenzaal. „Het klimaat verandert altijd.”

Toch heeft hij zonnepanelen laten zetten op het dak van zijn pand in de binnenstad. „Nu gaat het ineens weer over een warmtepomp. Ze verzinnen steeds iets nieuws.” Ook bij de elektrische auto. „Daar klopt niets van, dat is alleen te betalen voor de allerrijksten.”

De boerderij van Ed Nijpels

Veel mensen hebben er begrip voor dat ze meebetalen aan de energietransitie. Als de kosten maar eerlijk verdeeld worden, zeggen ze, maar dat is volgens velen nu niet het geval. Theo Brand uit Oldenzaal: „Je kunt er niet onderuit dat je meebetaalt, maar de transitiekosten zijn wel extreem hoog. Zoals het nu gaat moet vooral de onderklasse het ontgelden. Er is een oud gezegde dat hierbij heel toepasselijk is: ‘De soldaten worden lijken, de middenklasse moet wijken en rijken worden rijker’.”

Voor hun gevoel van rechtvaardigheid vinden mensen het belangrijk dat de politiek het goede voorbeeld geeft. Twee deelnemers beginnen over de slecht geïsoleerde boerderij van Ed Nijpels, ook de vliegreizen van Rob Jetten komen ter sprake.

Ook belangrijk in dit opzicht: een CO2-belasting voor de industrie. Uit de onderzoeken van Ipsos en I&O die deze maand werden gepresenteerd, bleek een grote meerderheid hier voorstander van, en dit geldt ook voor de deelnemers aan het buurtonderzoek. „Cru gezegd vind ik: de regering moet het bedrijven onmogelijk maken om te vervuilen”, zegt Jacqueline (66) uit Zevenaar. De enkeling die ertegen is, vreest dat bedrijven naar het buitenland zullen vluchten, of de kosten zullen doorberekenen aan de consument. Volgens Ruward Leenstra (45) uit Rijswijk zou dat laatste juist goed zijn: „Dan wordt het product uiteindelijk minder gekocht.”

Van de overheid verwachten mensen verder dat die duurzame alternatieven aantrekkelijk maakt, bijvoorbeeld met subsidie. Veel ondervraagden zeggen dat ze best zonnepanelen, een warmtepomp of een elektrische auto willen, als die betaalbaar zouden zijn.

Over de verre toekomst kan ik me even geen zorgen maken, mijn moeder heeft Alzheimer

Van de klimaatplannen van het kabinet blijken velen niet echt op de hoogte. De helft zegt geen idee te hebben wat die plannen inhouden, nog eens een kwart zegt het ‘een beetje’ of ‘in hoofdlijnen’ te weten. Niettemin hebben genoeg mensen een mening over het beleid. „Het duurt allemaal veel te lang”, zegt Hanneke Beeren (51), manager in het ziekenhuis, uit Raalte. „Volgens mij kan er veel meer dan we nu doen. Waarom zit er niet meer subsidie op elektrische auto’s? En waarom zijn er niet meer oplaadpunten? De overheid moet nu doorpakken.”

„Je zou bijna verlicht despoot worden om dingen sneller gerealiseerd te krijgen”, zegt Hans (62) uit Leiden. „Het gaat veel te langzaam. Er zou meer gebruik moeten worden gemaakt van economische gedragspsychologie, er zou via de portemonnee meer verleid moeten worden.”

Anderen vinden de ontwikkelingen juist te snel gaan. „Vorig jaar hoorde je er veel minder over en nu staat alles op zijn kop. Iedereen moet ineens zonnepanelen nemen, de gasprijs gaat omhoog… dat gaat wel wat ver”, aldus een 72-jarige vrouw uit Den Haag. „Het gaat allemaal zo snel, alsof alles ineens in twee jaar moet gebeuren”, zegt ook Lucia Staats uit Amersfoort.

Volgens Jaap Post, nog steeds achter z’n bord bami en saté, loopt de overheid te ver voor de troepen uit. „Mensen willen graag in hun comfortzone blijven, maar de overheid is al drie stadia vooruit aan het denken. Ze moeten het stapje voor stapje doen. Niet zeggen: we kijken tien jaar vooruit, maar in hapklare brokken bekend maken. De mensen hebben zat problemen aan hun hoofd.”

Inderdaad beginnen mensen al gauw over andere dingen. „Over de verre toekomst kan ik me even geen zorgen maken, mijn moeder heeft Alzheimer”, zegt een 43-jarige vrouw uit Raalte in haar deuropening. In Amersfoort zijn diverse bewoners gepreoccupeerd met het naderende carnaval, minder dreigend dan het klimaat en veel leuker.

De woede uit het publieke debat zien we in de wijken minder; vaak hebben mensen een vrij stoïcijnse houding ten opzichte van het klimaat. Jorg Roosma uit Amersfoort maakt zich zorgen om de polarisatie. Hij begint over de voorpagina’s van De Telegraaf, „die met die draak met veel hoofden en die gast met gehaktballen”. Zelf is hij gaan schuiven op klimaatgebied, zegt hij. „Tien jaar geleden was ik echt een vleeseter, nu eten we één keer in de week geen vlees.” Hij ziet zichzelf als een gemiddelde Nederlander. „Ik ben onderdeel van het redelijke midden dat zich niet meteen uitspreekt. Ik loop niet voorop.”

Zes factchecks

1 ‘We zijn het braafste jongetje van de klas’

In 2017 was het aandeel duurzame energie in Nederland nog geen 7 procent. In Europa was dat in 2016 gemiddeld al 17 procent, met als uitschieters Zweden (meer dan 50 procent) en Finland (bijna 40). Alleen Malta en Luxemburg deden het in 2016 in de Europese Unie slechter dan Nederland. De CO2-uitstoot lag in 2017 in Nederland bijna 13 procent lager dan in 1990. De Urgenda-eis van 25 procent in 2020 halen we niet, tenzij er nu keiharde maatregelen worden genomen. Gemiddeld zat de Europese Unie in 2016 al op 24 procent, waarbij het Verenigd Koninkrijk , Roemenië en de Baltische staten de grootste verbetering lieten zien.

2. ‘Wat we in Nederland doen is een druppel op een gloeiende plaat’

De uitstoot van broeikasgassen in Nederland draagt voor 0,35 procent bij aan de wereldwijde emissie. Het kabinet wil de uitstoot in de komende elf jaar terugbrengen tot de helft van het niveau in 1990. Die Nederlandse inspanningen hebben bijzonder weinig gevolgen voor de mondiale temperatuurstijging. Veel meer dan 0,0003 graden zal het niet schelen.

3. ‘Wij hebben als mens nauwelijks invloed op het klimaat.’

Dat is onwaar. Mensen hebben een doorslaggevende invloed op het klimaat. Afgelopen oktober concludeerde het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC dat de aarde sinds het einde van de negentiende eeuw – de industriële revolutie – al 1 graad is opgewarmd door de invloed van de mens. De laatste keer dat het IPCC een oordeel velde over de invloed van de mens op klimaatverandering, was in 2014. Toen verscheen het meest recente integrale klimaatrapport van het panel, waaraan meer dan achthonderd wetenschappers meewerkten. Hun conclusie was dat het „extreem waarschijnlijk” is dat de mens de dominante oorzaak is van de klimaatverandering, in ieder geval sinds 1950. En, concludeerde het IPCC ook: CO2, dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen, is daarvan de belangrijkste oorzaak. De CO2-concentratie in de lucht is nu hoger dan die in de afgelopen 800.000 jaar geweest is.

4. ‘Ze gaan mensen dwingen een warmtepomp te nemen’

In het ontwerp-Klimaatakkoord wordt uitgegaan van de verduurzaming van 1,5 miljoen woningen in 2030. Daarbij gaat het bij de helft om warmtenetten: via restwarmte van industrie of elektriciteitscentrales, of via warmte uit diepe putten (geothermie) krijgen huizen dan warm water. Dat zal per wijk gebeuren. Voor de andere helft moeten warmtepompen huizen warm houden. Per jaar gaat het dus om zo’n 75.000 warmtepompen. De aanschaf van een warmtepomp wordt gestimuleerd met subsidies en door gas duurder te maken en elektriciteit goedkoper. Er is geen plan om mensen te dwingen over te schakelen op een warmtepomp.

5. ‘De kosten zijn niet eerlijk verdeeld, burgers moeten veel meer betalen dan bedrijven’

Grote bedrijven betalen veel minder voor energie dan burgers of kleine bedrijven. Volgens de meest recente CBS-cijfers betalen huishoudens ruim vier keer zoveel voor aardgas als de grootste industrieën, en ruim twee keer zoveel voor elektriciteit. Dat komt deels door kwantumkorting die grote bedrijven krijgen van de energieleverancier, maar ook door de energiebelastingen. Vooral die tarieven verschillen sterk: huishoudens betalen 134 keer zoveel belasting op elektriciteit als de grootste grootverbruikers, en 22 keer zoveel belasting op aardgas. Of concreet: op een kilowattuur betaalt een burger bijna 10 cent energiebelasting; de grootste fabrieken 0,06 cent. De OESO berekende dat de industrie in Nederland 15 euro per ton CO2 betaalt. Voor het principe ‘de vervuiler betaalt’ is dat te weinig. De meeste schattingen van de schade die door CO2 -uitstoot ontstaat, liggen tussen de 40 en 100 euro per ton.

6. ‘Elektrische auto’s zijn te duur om massaal te worden aangeschaft’

Om de elektrische auto de komende jaren aantrekkelijker te maken wordt vanaf 2021 een aanschafsubsidie van 6.000 euro voorgesteld. Die subsidie zal geleidelijk dalen. Mede dankzij belastingvoordelen - zelfs goedkoper parkeren - gaan mobiliteitsdeskundigen uit van 2 miljoen elektrische auto’s in 2030. Volgens het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III uit 2017 is het streven „ dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn”. Die ambitie staat ook in het ontwerp-Klimaatakkoord.

Correctie (9 maart): Ten onrechte stond geschreven dat Raalte in Drenthe ligt, dat moet zijn Overijssel.
Aanvulling (9 maart): Geciteerd werd het SCP-onderzoek ‘Burgerperspectieven’ uit december 2016, waarin mensen werd gevraagd naar de grootste problemen van Nederland. Toen noemde nog geen 1 procent als eerste een natuur- en milieugerelateerd onderwerp. Dat is aangevuld met SCP-cijfers uit 2017 en 2018, toen respectievelijk 3 en 5 procent ‘milieu’ een van de grootste problemen noemde.
Correctie (14 maart): In een eerdere versie van dit artikel stond De Venen beschreven als een dorp, het is een wijk in Drachten.