Hoe boos te worden zonder de tranen

Kwaad Voor veel vrouwen is het moeilijk om hun woede te uiten, schreef NRC twee weken geleden. Op zoek naar een oplossing: „Prima, toon die boosheid. Maar leer dan dat je ook moet incasseren.”

Illustratie Martien ter Veen

Steeds meer vrouwen tonen in het openbaar hun boosheid: ze verheffen hun stem via #MeToo of uiten hun woede voor de camera’s, zoals Serena Williams die uitviel tegen de scheidsrechter tijdens de US Open. Tegelijkertijd lijken meisjes en vrouwen hun woede nog steeds niet goed te kunnen aanwenden. Bovendien is het voor hen niet ongebruikelijk om in tranen uit te barsten als ze woede ervaren.

Lastig, want vrouwen kunnen op die manier niet direct hun boosheid uiten, schreven we twee weken geleden. Maar is dat erg? En zo ja, is er een oplossing?

Lees ook het stuk van twee weken geleden: Hoe lastig het is om als vrouw je boosheid te uiten

„Wat is er mis met huilen?” zegt Agneta Fischer, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Misschien vinden sommige vrouwen het irritant dat ze niet eens lekker boos kunnen zijn zonder in tranen uit te barsten, maar huilen heeft soms meer effect. Het leidt tot praten in plaats van slaan. Dus moeten we er wel iets gaan doen? Of moeten mannen misschien meer gaan huilen?”

Meer boosheid in de wereld, daar heb je sowieso niets aan, meent psycholoog Martine Delfos. „Agressie is niets anders dan kritiek op jezelf waar de ander aanleiding voor is. Boosheid gaat uiteindelijk over jezelf”, zegt Delfos, auteur van De schoonheid van het verschil. Waarom mannen en vrouwen verschillend én hetzelfde zijn (2018). Veel belangrijker, zegt ze, is wat eronder schuilt. „Onder agressie zit verdriet, zelfkritiek en schaamte. Vrouwen raken die kern eerder.”

Haar primaire reactie is niet woede. Meisjes en vrouwen willen vooral ‘lief’ gevonden worden

Martine Delfos, psycholoog

Mannen ervaren niet meteen verdriet of schaamte als ze zich kwaad maken. Ook zijn ze minder snel geneigd tot zelfkritiek. Volgens Delfos heeft dit een evolutionaire oorsprong. Bij zo ongeveer alle zoogdieren is het mannetje agressiever en is het vrouwtje meer gericht op sociale systemen. En tijdens een conflict – dat kan worden opgevat als ‘gevaar’ – wordt dit biologische verschil op de spits gedreven. Mannen kiezen in zo’n geval voor actie: ‘fight-or-flight’. Vrouwen hebben twee andere basis-strategieën: ‘nice-or-victim’. Delfos: „Een man kan tijdens een ruzie dus snel boos of agressief worden, maar een vrouw probeert veiligheid te scheppen door aardig gevonden te worden of door een slachtofferrol aan te nemen. Haar primaire reactie is niet woede. Integendeel, meisjes en vrouwen willen vooral ‘lief’ gevonden worden.”

Huilen kan ook goed zijn

Huilen is bovendien een goede strategie om de band met de ander te versterken en de situatie te verzachten. Dit heeft niet zozeer een evolutionaire oorsprong, maar is eerder het gevolg van ervaringen uit het verleden, zegt hoogleraar Fischer. „Als een vrouw eerder heeft meegemaakt dat ze met haar boosheid een situatie niet kon wijzigen, zal ze sneller in een machteloos gevoel schieten.”

Er is met name één situatie waar vrouwen sneller gaan huilen, zegt Fischer, die meerdere onderzoeken deed naar man-vrouwverschillen in emoties. Dat is tijdens een conflict thuis. „Op zo’n moment kan een vrouw boosheid ervaren, maar ze interpreteert dit meestal als machteloosheid. Dat leidt vaak tot huilen.”

Precies dat gebrek aan zelfvertrouwen is iets waar meisjes en vrouwen nog wel aan kunnen werken, meent kinder- en jeugdtherapeut Lia van Kooten. Ze is gespecialiseerd in de begeleiding van jongens met gedragsproblemen en deed onderzoek naar de cognitieve en sociale verschillen tussen jongens en meisjes. Volgens Van Kooten wordt meisjes nog te weinig geleerd om adequaat te reageren op grensoverschrijdend gedrag. „Ik zou het meisjes gunnen dat ze hun boosheid minder makkelijk inslikken en eerder leren aangeven: ‘Hé stop, ik vind dit vervelend’.”

Van Kooten geeft ‘Rots en Water’-oefeningen aan zowel jongens als meisjes, een techniek die kinderen helpt zich bewust te worden van hun lichaam. „Ik leer kinderen te luisteren naar hun basis-emoties. Iemand komt bijvoorbeeld te dichtbij staan. Dan vraag ik een kind: Luister naar het fysieke seintje dat je nu krijgt. Wat zegt dit gevoel?” Deze methode helpt meisjes om zelfverzekerder worden. Zo is het voor meisjes nuttig om te leren om hun gevoel ook te uiten. „Zo voorkom je dat boosheid uiteindelijk overgaat in woede.” Bij jongens werkt het juist weer andersom. „Zij moeten leren om zich meer te beheersen. Voor hen is het belangrijk dat ze niet meteen boos worden, maar leren zich rustig te uiten.”

Dat vrouwen geneigd zijn hun boosheid langer vast te houden, is terug te voeren op een biologisch verschil, zegt Delfos. Want jongens zijn uiteindelijk beter in staat om de boosheid uit hun lichaam te laten afvloeien. „Testosteron stelt mannen in staat sneller te handelen. Dat gaat dus ook op voor hun boosheid. Ze doen er eerder iets mee, bovendien kunnen ze daarna ook sneller over hun boosheid heen stappen. Vrouwen houden het langer vast.”

Duidelijk zijn

Ook daar kan je iets aan doen, zegt Van Kooten. Tijdens de gedragstherapie leert ze meisjes om bewust hun fysiek te gebruiken. „Dat zijn soms simpele oefeningen. Door bijvoorbeeld op te staan, breng je je adem omlaag. Dat maakt je al krachtiger bij het aangeven van een grens. Als je zo leert om duidelijk te zijn, voorkom je dat je boosheid opkropt.”

Het uiteindelijke doel van de therapie is dat kinderen leren inzien wat er onder die boosheid schuilt. „Bij jongens gaat het om angst voor de kritiek van anderen”, zegt Van Kooten. „Jongens zoeken van nature meer uitdagingen, willen presteren, dingen oplossen en houden van onderzoekend leren. Ze bepalen de rangorde in de groep door competitie. Als een jongen het gevoel krijgt dat hij iets niet goed kan, wordt zijn angst aangeboord. Dan wordt hij boos.” Datzelfde principe gaat op voor mannen die het gevoel hebben niet meer boven op de apenrots te zitten. „Vrouwen kunnen daar beter tegen. Ze zijn geneigd om zichzelf te willen verbeteren. Mannen vinden dat moeilijk.”

Het zou mannen helpen als ze inzien dat, wanneer ze boos zijn, ze in feite boos zijn op zichzelf

Dat meisjes en vrouwen in staat zijn om kritiek te incasseren is op zich positief, meent hoogleraar Fischer. Maar ze zouden er baat bij hebben om dat zelfvertrouwen meer te ontwikkelen. „Wanneer je probeert om iemand ervan te overtuigen dat iets niet klopt, maar die ander reageert daar niet op, kun je ook denken: het zal allemaal wel. Zoek het maar uit. Een man kan dat beter.”

Als een viswijf

Mannen hebben wat dat betreft wellicht meer zelfvertrouwen, zegt Fischer. „Maar misschien hebben ze ook het gevoel dat dit sneller aan stukken geslagen kan worden. Juist daarom bouwen mannen een stevige muur om zich heen en laten ze zich niet kennen tijdens een conflict. Het is extra bescherming.”

Lees ook: Hier moet je afspraken over maken om financiële heibel te voorkomen

Van Kooten zegt dat de genoemde psychologische verklaringen heus niet voor alle mannen en vrouwen opgaan. „Er zijn natuurlijk ook mannen die meer vrouwelijk gedrag vertonen en andersom. Ik kan me ook als een viswijf gedragen en explosief boos worden.” Maar ze wijst wel op een valkuil. „Vrouwen die zo zijn, willen zich vaak gedragen als man. Prima, toon die boosheid. Maar leer dan vooral van mannen dat je ook moet incasseren. Mannen zijn eerder boos, maar gaan daarna ook sneller weer samen een biertje drinken. Vrouwen zouden erbij gebaat zijn om hun boosheid te uiten en het daarna ook sneller los te laten.”

Uiteindelijk, zegt Delfos, zijn mannen en vrouwen verschillend, maar óók hetzelfde. „Onder boosheid ligt iets anders: namelijk dat je je klein voelt. Dat geldt voor mannen en vrouwen.” Maar het zou mannen helpen als ze inzien dat, wanneer ze boos zijn, ze in feite boos zijn op zichzelf. „En een vrouw kan leren om het niet erg te vinden dat ze met haar boosheid misschien vijanden maakt”, zegt Delfos. „Zoiets overleeft ze echt wel. Je hoeft niet met iedereen vrienden te zijn. Daar moet je tegen kunnen. Daar zit de winst.”

    • Rosan Hollak