Het onbestemde, dat vond Otto Egberts goed van kunst

Otto Egberts (1949-2019) Hij was een eigenzinnige maker van voorstellingen die zich niet snel blootgeven. Zijn werk is analytisch en surrealistisch.

Otto Egberts, Vloedgolf (2016, papier, pigment, pastel, houtskool, krijt)
Otto Egberts, Vloedgolf (2016, papier, pigment, pastel, houtskool, krijt) Foto ottoegberts.nl

Bij een atelierbezoek eind vorig jaar bleek dat Otto Egberts (1949, Vlaardingen) niet alleen zijn werk aan de muur had hangen, in de kamers stonden ook dozen vol oudere tekeningen. Hij liet alles opnieuw door zijn handen gaan om het te catalogiseren. Aanleiding was een verhuizing uit zijn atelier en het aanbod van een verzamelaar om zijn werk in een depot onder te brengen en het actief te gaan tonen.

Zondag 3 maart overleed Otto Egberts plotseling op 69-jarige leeftijd.

Otto Egberts, 2007. Foto Vincent Mentzel

Zijn oeuvre bestond vooral uit tekeningen, maar ook schilderijen en objecten waar je moeilijk de vinger op legt. Het zijn grijze, surreële voorstellingen die zich niet snel blootgeven of laten benoemen. Dat paste bij zijn onderzoekende en bewust twijfelende aard: „Het onbestemde, dat vind ik goed van kunst, dat het je met een realiteit opzadelt waar je nooit uitkomt.”

Zijn eigenzinnigheid leverde hem in 2010 nog een nominatie op voor de Dolf Henkesprijs voor beeldbepalende Rotterdamse kunstenaars, waarvoor doorgaans jongere stadsgenoten worden voorgedragen. De bijbehorende tentoonstelling in TENT past in een lange lijst van zeker tweehonderd exposities. Vaak exposeerde Egberts bij Galerie Van Gelder in Amsterdam. Hij had solo’s bij onder meer het Fonds BKVB en het Stedelijk Museum Schiedam en deed in 1992 mee aan de tekeningenexpositie Op ware Grootte in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zijn werk is opgenomen in tal van grote collecties.

We spraken elkaar eind 2018 voor een publicatie over Rotterdamse kunstenaars die kunnen terugblikken op een lang oeuvre. Weemoed en cynisme bleken hem niet vreemd, maar hij praatte met relativering en humor, ook over het thema van de grote teleurstelling. „Het is me tegengevallen”, met die woorden begon hij het gesprek. „Multiculti, open grenzen, en zo meer, kunstenaars behoren te gemakkelijk tot het progressieve volksdeel. Er is weinig zelfcorrigerend vermogen. Godfried Bomans zei al, in misschien andere woorden, dat mensen hun domme dingen rechtvaardigen door ermee door te gaan.”

Otto Egberts, Advanced Failure (2007, olieverf en houtskool op doek) Foto ottoegberts.nl

De kunstwereld was hem tegengevallen, ook had hij gehoopt dat kunst een belangrijker rol zou spelen in de maatschappij: als een vrijplaats in een steeds massalere wereld die Egberts op benauwende wijze gereguleerd zag worden.

Hij ging in 1977 naar de Rotterdamse kunstacademie, nadat hij een studie sociale economie had afgerond. Daarvan was vooral het vak methodologie van blijvende invloed, vertelde hij. Die analytische benadering, het zoeken van verbanden, koppelde hij aan de surrealistische sfeer in zijn werk. „Dat heeft te maken met de sluizen openzetten, van je leven, je onderbewustzijn en verder door te werken.”

Hij ging later zelf doceren aan de Rotterdamse academie. Hij stond bekend als een intellectuele, kritische en gewaardeerde leraar.

De laatste jaren hield hij een blog bij, over kunst, filosofie en politiek. Ook was hij een tijd actief bij Leefbaar Rotterdam, maar vond dat hij daar zijn intellectuele bijdragen niet kwijt kon: „De voorzitter zei ‘O, een stukje verdieping.’ Dus dat werd hem niet.”

Afgelopen winter maakte hij nog nieuw werk, al vond hij dat ook moeilijk: het leegruimen van het atelier aan de snelweg in het Rotterdamse Overschie voelde ook als afscheid. Hij vertrok omdat de gemeente het pand had verkocht en de nieuwe eigenaar de huurders er in 2024 uit wilde hebben. Op de vraag of dat niet nog erg ver weg was, antwoordde hij „Ver weg komt altijd dichterbij.”

Otto Egberts, De kunst van het leven (1990) Foto ottoegberts.nl