Opinie

    • Pieter Van Vollenhoven

Handhavers die bij geweld een stap terug doen? Onzinnig

Buitengewoon opsporingsambtenaren voeren taken uit die de politie laat liggen, schrijft Pieter van Vollenhoven. Geef ze een volwaardige uitrusting.

Foto: Olivier Middendorp

Eerlijk gezegd heb ik mij enigszins verbaasd over de uitspraken van Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie en Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in het artikel Bij geweld moet een handhaver terugstappen (28/2).

De komst van één Nationale Politie om de bestaande versnippering in ons politielandschap te doorbreken – vroeger Gemeente- en Rijkspolitie en daarna Regionale Politie – heb ik als voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) altijd van harte ondersteund.

Van oudsher kent de politie twee taken, namelijk opsporing en handhaving van de openbare orde en hulpverlening. Helaas – mede ingegeven door uitspraken van politici dat de politie zich moet concentreren op haar eigenlijke taak ‘boeven vangen’ – heeft de politie zich steeds meer beperkt tot de opsporingstaak. Dit betekent absoluut dat er minder aandacht gaat naar de taak ‘handhaving van de openbare orde’. Een taak waarvan de burgemeesters de gezagsdragers zijn.

Omdat de bewoners van vele gemeenten bleven vragen om ‘meer blauw op straat’ en de politie zich steeds meer ging concentreren op haar opsporingstaak, konden de burgemeesters niet anders dan politiefunctionarissen gaan vervangen door buitengewone opsporingsambtenaren, de boa’s. Deze nieuwe boa’s zullen volgens de VNG zelfs in het jaar 2020 worden uitgerust met één nieuw landelijk uniform.

Er dreigt een nieuwe gemeentepolitie te ontstaan

De SMV kan gelet op deze beweging niet anders concluderen dan dat hierdoor een nieuw soort Gemeentepolitie dreigt te ontstaan, wat in principe totaal strijdig is met de komst van één Nationale Politie. Men wilde de versnippering immers bestrijden, maar sluipenderwijs neemt nu de versnippering weer hand over hand toe.

Lees ook: ik wil geen boa in mijn achtertuin

De SMV wilde deze versnippering voorkomen door de boa’s onder de regie van de politie te laten functioneren, maar daar voelden de VNG en vele burgemeesters en later ook de politie niets meer voor met als gevolg dat men nu is gaan spreken van een gelijkwaardige samenwerking. Dit proces heeft men ‘sluipenderwijs’ laten plaatsvinden en zal later ook de filosofie van de Nationale Politie zeker gaan aantasten.

De burgemeesters kunnen op het gebied van de handhaving van de openbare orde niet te allen tijde rekenen op de aanwezigheid van de politie. Vandaar de komst van deze nieuwe Gemeentepolitie, waar de burgemeesters wél op kunnen rekenen.

De roep om een betere uitrusting neemt, terecht, toe

De boa’s zullen vanzelfsprekend overal kunnen worden geconfronteerd met precies dezelfde zorgen als de politie. Om deze reden zal naar de overtuiging van de SMV de roep om meer uitrusting voor de boa’s alleen maar – terecht – toenemen.

‘Bij geweld moet een handhaver terugstappen’ is dan ook absoluut geen realiteit. Als iemand voor je ogen in elkaar wordt geslagen of wordt beschoten, dan moet de handhaver ‘terugstappen en de politie waarschuwen’…? Echt onzinnig!

De boa’s nemen in veel gevallen de taak van politiefunctionarissen over en moeten daar dan ook volledig voor worden opgeleid en uitgerust.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.