Recensie

Formule 1 als entertainmentmerk

Netflixserie De docuserie F1: Drive to Survive toont de rigide en gesloten wereld van de Formule 1, maar het ontbreken van Mercedes en Ferrari is bij voorbaat een groot gemis. ●●●

Daniel Ricciardo viert zijn overwinning in de Grand Prix van Monaco van 2018.
Daniel Ricciardo viert zijn overwinning in de Grand Prix van Monaco van 2018. Foto Benoit Tessier/Reuters

Oxfordshire, het Engelse platteland, thuis bij Red Bull-teambaas Christian Horner. „Kijk eens wie we hier hebben”, zegt hij tegen zijn dochtertje terwijl zijn vrouw, ex-Spice Girl Geri Halliwell, in hun achtertuin met twee ezels komt aanlopen. ‘Max en Daniel’. Hij verwijst naar Max Verstappen en Daniel Ricciardo, zijn twee coureurs. „Ze hebben wel wat weg van ezels soms. Ik denk zelfs dat het managen van ezels soms gemakkelijker is dan het managen van coureurs.”

Dit soort scènes werden beloofd, toen Netflix vorig jaar voor de eerste race in Melbourne in maart bekendmaakte een tiendelige docuserie te maken over het Formule 1-seizoen van 2018. „Ongeëvenaarde en exclusieve toegang” tot ’s werelds snelste coureurs, hun teambazen en het management van de koningsklasse van de autosport, een miljardenbusiness. In de cockpits, in de teamvertrekken, in de garages en in de privélevens van alle hoofdrolspelers.

F1: Drive to Survive is het zichtbaarste resultaat van de hand van Formule 1-eigenaar Liberty Media tot nu toe. Toen de Amerikanen, onder leiding van topman Chase Carey, in 2017 de macht over de sport kregen, was een hoofddoel om van de Formule 1 een entertainmentmerk te maken.

Grands prix zouden er idealiter allemaal uit gaan zien als de Super Bowl en door een slimme digitale strategie zou de Formule 1 populairder worden en dichter bij het publiek komen. Onder Liberty werd al de eigen streamingdienst F1 TV gelanceerd – de Pro-versie is sinds vorige maand ook in Nederland beschikbaar – en vanaf deze vrijdag is er de grote Netflix-productie.

Op papier leent de Formule 1 zich uitstekend voor een serie als deze. Het is een rigide wereld, een gesloten bolwerk, waarin de politiek het vaak wint van het racen zelf.

Écht onthullend wordt het nergens in de vijf afleveringen die vooraf beschikbaar werden gemaakt. Ook al levert de toegang die de makers kregen wel mooie beelden op. Een telefoontje van Haas-teambaas Günther Steiner aan eigenaar Gene Haas, waarin hij moet uitleggen waarom het team door liefst twee foute pitstops een race verknalde. De aankondiging bij het team van Force India aan werknemers waarin wordt verteld dat het team onder curatele is gesteld, maar dat ze nog wél betaald zullen krijgen. Meekijken met de moeder van Ricciardo, die nog elke race hoopt dat haar zoon die overleeft.

Uitvoerend producent James Gay-Rees, bekend van de geprezen documentaires Senna en het Oscarwinnende Amy, heeft met Drive to Survive in ieder geval een serie gemaakt die er prachtig uitziet en goed in elkaar steekt. De keuze voor een of twee verhaallijnen per aflevering is slim en werkt.

Al geldt dat voor de ene meer dan de andere: Ricciardo die uit onvrede bij Red Bull twijfelt over een nieuwe uitdaging is logisch en intrigerend – hij rijdt nu bij het team van Renault. Dat geldt ook voor het vechthuwelijk tussen dat team en motorleverancier Renault. Een aflevering wijden aan een Spaanse rivaliteit tussen Carlos Sainz jr. en zijn jeugdvoorbeeld Fernando Alonso is dan een wonderlijk gezochte keuze; daar is geen rivaliteit, beiden rijden voor teams van een andere orde en streden in 2018 om wat puntjes in de middenmoot.

Geen ‘Grote Twee’

Het is ongetwijfeld een gevolg van het ontbreken van Mercedes en Ferrari, bij voorbaat een groot gemis. De ‘Grote Twee’ van de huidige Formule 1 verleenden hun medewerking niet. Dus ontbreekt dé verhaallijn van het seizoen, de strijd om de titel tussen de Duitser Sebastian Vettel en de Brit Lewis Hamilton. De makers haalden eind vorige maand uit naar de twee teams door te stellen dat ze de fans een slechte dienst hebben bewezen.

Wat er wél in de serie zit, levert mooie tv op. Soms valt of staat dit bij de juiste personen; Ricciardo, Horner en Haas-teambaas Steiner zijn zeer camerageniek. Vaker nog door de structuur en het slimme bewerken. Door nét even in stiltes te knippen in een gesprek tussen Horner en Renault-teambaas Abiteboul bijvoorbeeld; zo is er spanning waar misschien geen spanning was. Soms slaan de makers daar in door: wanneer een inhaalactie van Verstappen in Monaco wordt vergezeld door geluid van de teamradio dat niet bij die race hoort.

Drive to Survive is een prachtig gemaakt, zij het oppervlakkig inkijkje in het Formule 1-circus. Het geheimzinnige wereldje is iets transparanter geworden. In het geval van acht van de tien teams dan. Want als Mercedes en Ferrari door hun weigering mee te werken iets aantonen, is dat zij de deuren het liefst altijd gesloten zullen houden. Ook voor het grote Netflix.

    • Frank Huiskamp