Profiel

En tegen Real speelde hij zijn beste duel ooit

Dusan Tadic Ajacied Tadic kreeg een zeldzame tien van het Franse L’Équipe, voor zijn spel tegen Real Madrid. De Serviër paart fijne techniek aan de werkethiek van een stratenmaker.

Dusan Tadic (midden) viert de 3-0 tegen Real Madrid. „Inspiratie is vanzelfsprekend als je tegen de grootste club ter wereld speelt.”
Dusan Tadic (midden) viert de 3-0 tegen Real Madrid. „Inspiratie is vanzelfsprekend als je tegen de grootste club ter wereld speelt.” Foto Gabriel Bouys/AFP

Hij had zes jaar geleden eens een negen uitgedeeld, dat was wat hoor. Journalist Baptiste Chaumier is een van de rapporteurs voor de Franse sportkrant L’Équipe en wat hij dinsdagavond zag van Dusan Tadic, was een perfecte wedstrijd. „Dit herinneren we ons nog over tien jaar”, zegt Chaumier aan de telefoon. „Voor mij is dit de beste wedstrijd die ik in tien jaar gedaan heb als rapporteur, dat meen ik.”

Zijn beweging over het veld, de intelligentie in zijn spel, de klasse in de passing, die pirouette, de twee assists, die 3-0 – „un but merveilleux”. Toen Dusan Tadic na een uur de bal in de kruising joeg en de videoscheidsrechter geen bezwaar zag, was Real Madrid de facto uitgeschakeld en wist Chaumier het zeker. „Ik zat tot dan nog op een negen voor Tadic.” Hij appte zijn collega in het Estadio Santiago Bernabéu in Madrid: ‘Dit gaat een tien worden.’ „En hij was het volkomen met me eens.”

Lees ook: Het wedstrijdverslag Real-Ajax: Wie speelde er in Madrid eigenlijk thuis?

De krant is toonaangevend met rapportcijfers voor voetballers. Vaak meedogenloos: Casemiro van Real Madrid kreeg tegen Ajax een één. Maar Tadic speelde dinsdagavond le match parfait, in de 4-1 zege op Real Madrid in de return van de achtste finale Champions League. Na het eindsignaal liep Chaumier naar zijn chef, want een tien uitdelen doe je bij L’Équipe niet op eigen houtje. Opgewonden vertelde Chaumier zijn baas wat hij van plan was. „Hij zei: het staat je vrij, als je denkt dat-ie dat verdient.” En zo kwam de tiende tien in de geschiedenis van L’Équipe tot stand.

Neymar was de laatste die zich naar de hoogste waardering speelde, begin vorig jaar. Lionel Messi deed het twee keer. Matthijs de Ligt kreeg nog een negen van Chaumier, bijna terloops. „Het was allemaal ongelooflijk. Ajax uit tegen Real Madrid: 4-1. Buitengewoon. Dan moet je ook in je waardering buitengewoon zijn.”

Aan de halters

Drie dagen later, op trainingscomplex de Toekomst van Ajax. Anderhalf uur na de ochtendtraining komt de Serviër als laatste de gym uit, zoals gebruikelijk. Terwijl hij met de halters bezig is, wordt bekend dat hij speler van de week is geworden in de Champions League.

Tadic glimt een beetje als hij hoort hoe L’Équipe tot de conclusie kwam dat hij een tien verdiende. Maar je moet hem bijna forceren om zijn masterclass tegen Real uit de context van de teamprestatie te trekken. „Als je opponent Real Madrid is, dan heeft alles ook meer waarde natuurlijk. Het is heel mooi, die lof, maar het is het succes van het hele team, de directie, trainers, fysio’s, supporters, iedereen die van Ajax houdt, iedereen hier die ons helpt. Het toont aan dat we samen sterk zijn – dat is de werkelijke betekenis van wat er is gebeurd.”

In een gesprekje van tien minuten in de kantine wordt hij vier keer aangeklampt. „Ging redelijk, hè”, zegt Ronald de Boer.

Tadic is de personificatie van de aangescherpte ambitie bij Ajax. Hij is niet de duurste aankoop ooit [11,5 miljoen], maar wel de bestbetaalde speler in de eredivisie met een salaris van ruim 2 miljoen euro. „Wij zijn met een roeibootje gaan vissen”, zei financieel directeur Jeroen Slop eind vorig jaar in een interview met NRC. „Als je dan toch vissen in de Premier League vangt, doe je dat niet met lullig aas. Daar is pittig geïnvesteerd.” Onder meer de komst van Tadic en Daley Blind stuwde de salariskosten van het voetbalpersoneel met 14 miljoen euro ten opzichte van het vorige seizoen. Champions League-premies voor de selectie en opgewaardeerde contracten doen de rest.

Lees ook het interview met Jeroen Slop: Ajax heeft vrolijk weerzien met grote bedragen.

Tadic, toen bij het Engelse Southampton, was wel in voor een terugkeer naar Nederland. Hij wilde naar Ajax voor de Champions League, voor de kans op een prijs. Hij heeft alleen individuele prijzen gewonnen, zoals de titel ‘FC Groningen C1000 speler van het jaar’. Nederland was hem goed bevallen: twee jaar Groningen, twee jaar FC Twente.

Een voor hem belangrijk secundaire arbeidsvoorwaarde bij Ajax was het rugnummer tien. „Ik heb daar altijd in gespeeld, ook bij Servië”, zegt Tadic. „Het is een afspraak die we hebben gemaakt voor ik tekende.” Het werd ongemakkelijk toen spelmaker Hakim Ziyech tóch bij Ajax bleef en dus zijn nummer aan Tadic moest afstaan. Pijnlijke affaire, allemaal opgelost. De clubleiding bood Ziyech excuses aan en van kwaad bloed is geen sprake. Het was bijna sensueel zoals de twee in elkaars armen vielen na de 1-0 van Ziyech in Madrid. Aangever: Tadic.

De Servisch international paart een fijne techniek aan de werkethiek van een stratenmaker. Zijn lichaam is een schouwspel van spiergroepen. „Een betonblok waar je tegenaan loopt”, zegt Jan Kluitenberg, die als fysieke trainer bij Twente en Southampton met Tadic werkte. „Dat is het resultaat van jarenlang investeren. Zijn lichaam is sterk, maar hij moest zich ook aanpassen in dat eerste half jaar in Engeland. Sterk zijn is één ding, je moet het ook vol kunnen houden.” Kluitenberg merkt dat vaker bij „jongens uit die contreien”, zo’n profinstelling als Tadic. „Wij doen dat in Nederland nu ook al beter, maar het is natuurlijk lang geweest dat alles voor je geregeld werd. Ik spreek vaker met spelers daar [uit de Balkan]. Nou, daar moet je echt alles zelf doen om de top te halen.”

Lees ook: De column van Auke Kok: Weet je nog, zullen we later zeggen, 2019, toen we Madrid veroverden?

Moordend

Het leven is goed. Voor het eerst had Tadic weer een winterstop, na vier lange seizoenen zonder. „Hemels” was het op de Servische berg Zlatibor. Als aanvaller voelt hij zich in Nederland beter beschermd. Premier League-wedstrijden zijn „soms net oorlog”, zegt Tadic. Na elke wedstrijd werd hij ingepakt met ijs, zijn benen beurs getrapt. Hij grinnikt: „Daar word je gewoon afgebroken, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Maar het is niet zo dat hij nu pas, met meer rust in zijn benen, tot deze extreme topprestaties komt. „Ik ben erg tevreden over mijn tijd in Engeland. Ik stond drie seizoenen lang in de topvijf van assistsgevers, wat lastig is aangezien Southampton geen topzesclub is.” De competitie in Engeland mag moordend zijn, hij speelde nu al meer minuten voor Ajax dan hij ooit in een seizoen deed bij Southampton.

Voor het eerst in zijn leven zal hij de vijftig duels aantikken. Hij is teruggekeerd naar Nederland „met een inhoud die hij heeft opgebouwd in vier jaar Premier League-voetbal”, zegt Kluitenberg, die nu in dienst is van de KNVB onder bondscoach Ronald Koeman. „Vol hoge intensiteit, soms negen duels in een maand en zonder winterstop. Dat maakt hem sterk, natuurlijk. Maar je kunt moeilijk zeggen dat er bij Ajax nu rustig aan gedaan wordt. Daarvoor weet ik iets te goed hoe ze daar werken.”

Michel Jansen was trainer van Tadic in het jaar (2013-2014) dat FC Twente derde werd. „Veeleisend, constant bezig met het teamproces. Hij accepteerde het niet als iemand zijn eigen wedstrijd speelt. Iemand als Quincy Promes [nu 34 interlands voor Oranje] heeft heel veel aan hem gehad, daar ben ik van overtuigd.”

Je moest hem echt tegenhouden soms, volgens Kluitenberg. Vraag Tadic maar eens, zegt Jansen, naar die keer met FC Twente tegen Heracles. Dat hij pislink was om dat hij niet in de basis stond. „Hij is zo eergierig.” De medische staf schatte in dat hij een paar weken met een kwetsuur aan de kant zou staan. „Binnen één week was ik weer fit”, zegt Tadic. Dankzij „my guy”, de in Servië bekende personal trainer Andreja Milutinovic. Maar hij zat wel op de bank.

Voor elke wedstrijd, als alle spelers al richting kleedkamer lopen, schiet Tadic twee ballen de goal in. Altijd twee. Een dubbele schaar, kapbeweging en afwerken. Even het applaus van het publiek incasseren – zo ook in het gigantische Bernabéu afgelopen dinsdag. „Je voelt dan gewoon de omvang van die club.”

Hij weet het: zijn perfecte wedstrijd in Madrid staat in schril contrast met de dikke onvoldoende in het eredivisieduel vorige maand nog bij Heracles (1-0 nederlaag). „Inspiratie is vanzelfsprekend als je tegen de grootste club ter wereld speelt, op een perfecte mat. Niet dat kunstgras in Nederland”, zegt Tadic. „Dat is normaal, denk ik. Dan ziet alles wat je doet er ook beter uit.”

Net op dat moment in het gesprek pakt Sjaak Swart, ‘Mr. Ajax’, hem stevig beet en geeft hem liefdevol twee klapjes op de wang. „Geweldig, jongen. Now Fortuna, hè.” Zondag Fortuna Sittard. Tadic: „Zeker. Okay, okay. Ciao, legend.”