Draghi, de ECB-president die de rente niet verhoogde

Mario Draghi De ECB moest donderdag opnieuw de Europese economie en banken steunen. Daarmee verspeelde Draghi zijn laatste kans om de rente te verhogen.

Foto Francois Lenoir / Reuters

Één kans had hij nog, en die heeft hij zichzelf ontnomen. Mario Draghi, sinds eind 2011 president van de Europese Centrale Bank, verlaat later dit jaar de ECB-toren in Frankfurt zonder de rente één keer te hebben verhoogd.

Vlak voor Draghi’s aantreden, in november 2011, deed zijn voorganger Jean-Claude Trichet dat wel. De Fransman dacht destijds dat de Europese economie zowel de kredietcrisis als de schuldencrisis goed had doorstaan en verhoogde de rente twee keer, in april en in juli, met een kwart procentpunt van 1,0 naar 1,5 procent.

Draghi verraste op zijn eerste vergadering als ECB-president vriend en vijand door de route die Trichet had ingeslagen weer om te draaien: de weg naar beneden werd direct ingezet, tot uiteindelijk de 0 procent rente werd bereikt waar de belangrijkste rentevoet van de ECB nu al sinds 2016 op staat.

1,1 procent

Tot deze week had de ECB gezegd dat die extreem lage rente in elk geval tot en met de zomer van 2019 gehandhaafd zou blijven. Maar donderdag kondigde Draghi aan dat die 0 procent „ten minste tot en met eind 2019 op het huidige niveau” blijft staan. Dat is na het einde van zijn tweede en laatste termijn, die eind oktober afloopt.

Draghi kon nu niet anders, als hij het al gewild had. De economische groei in Europa valt dit jaar zwaar tegen. Waar de ECB eerder nog rekening hield met een groei van 1,7 procent voor dit jaar, is dat neerwaarts bijgesteld naar 1,1 procent. Belangrijker nog dan de groei is de inflatie, die volgens de ECB-statuten „op of rond de 2 procent” hoort te zitten. Draghi zei dat mede als gevolg van de tegenvallende groei ook de inflatie tegenvalt, van een eerder verwachte 1,6 procent naar 1,2 procent. De nieuwe groei- en inflatieramingen maakten duidelijk dat wachten geen optie meer was.

Lees ook: De beer van de recessie snuffelt vast wat rond

En dus heropent de ECB vanaf september 2019 zeven kwartalen lang het loket waar banken tegen zeer gunstige voorwaarden geld kunnen lenen bij de centrale bank. Deze zogenoemde targeted longer-term refinancing operations (TLTRO’s) bestaan eruit dat banken een deel van de leningen die zij uitzetten in het bedrijfsleven goedkoop en langjarig kunnen afdekken via de ECB. Twee eerdere rondes van deze TLTRO’s resulteerden in 720 miljard euro aan bankensteun. Via dit steunpakket wil de ECB banken stimuleren geld uit te lenen en zo de economische groei én de inflatie aan te jagen.

Goedkoop lenen

Anders dan in de eerste twee rondes (2014 en 2016) is de looptijd van de steun nu beperkt tot twee jaar in plaats van vier. Ook zijn banken iets duurder uit dan in de oude TLTRO’s: de ECB hanteert niet de depositorente (min 0,4 procent), maar het herfinancieringstarief, dat op 0 procent staat. Daarmee is het pakket minder interessant voor ‘gezonde’ banken in gezonde eurolanden, en is de verwachting dat wederom Zuid-Europese landen het meest zullen lenen.

Draghi maakte donderdag eveneens duidelijk dat de ECB het totale bedrag (zo’n 2.500 miljard euro) dat zijn bank in de Europese economie investeerde door middel van het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties tot in elk geval eind 2019 ongemoeid laat. Gevolg is dat lenen ook de komende tijd nog extreem goedkoop blijft, voor banken, maar ook voor bedrijven en consumenten.

Lees ook: ECB zakt weg in lage rentemoeras

Daarmee gaat Mario Draghi de boeken in als de centrale bankier die in acht jaar tijd de rente nooit verhoogde. De kwakkelende Europese economie was er ruim tien jaar na de crisis nog steeds niet klaar voor.