De molenaarsdochter die francium ontdekte

Ongekend Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden in de schaduw. Deze week: natuurkundige Marguerite Perey 1909-1975.

Vraag mensen naar een vrouwelijke wetenschapper en ze noemen Marie Curie. Niet zo gek: Curie was zo vaak ‘de eerste vrouw’ dat het niet te overtreffen valt, en haar prestaties zijn ook verder ongeëvenaard. Curie won een Nobelprijs voor Natuurkunde (1903, met man Pierre, voor onderzoek aan radioactiviteit) én een Nobelprijs voor Scheikunde (1911, voor haar ontdekking van de elementen polonium en radium). In de Eerste Wereldoorlog verbeterde ze met mobiele röntgenapparatuur de medische zorg voor miljoenen frontsoldaten. Ze leidde in Parijs het beroemde Institut du Radium en de oudste van haar twee dochters, Irène Joliot-Curie, haalde daar alweer een Nobelprijs binnen (1935).

Het leidde zelfs tot de term ‘Marie Curie-complex’: Curies prestaties zouden zo groot zijn dat geen enkele andere vrouw zich nog met haar zou kunnen vereenzelvigen of vereenzelvigd zou kunnen worden. Maar het zou raar zijn om het Curie zelf na te dragen dat ze zo geweldig slim, koppig en standvastig was. Bovendien: Marie Curie was geen queen bee. Zij gaf ook andere vrouwen kansen. Zoals Marguerite Perey (1909-1975), de jongste van de vijf kinderen van een molenaar.

Een schim door het lab

Perey had medicijnen willen studeren. Maar toen haar vader overleed, en haar moeder als pianolerares niet genoeg verdiende, ging ze naar de laborantenschool. Zo belandde ze op haar negentiende als excellente laborante in dat prestigieuze radiuminstituut, waar Marie Curie zelf haar aannam. Curie waarde als een schim door het lab. Een paar maanden later al zou ze overlijden aan de leukemie die was veroorzaakt door het radium dat haar en anderen – denk aan de medische toepassingen – ook zoveel goeds had gebracht.

Dat radium en andere radioactieve materialen óók ziekmakend waren, begon langzaam door te dringen, maar bij het radiuminstituut leek ook Curies opvolgster, Irène Joliot-Curie, daarvoor een blinde vlek te hebben. Met blote handen vulde Perey eindeloos buisjes met uraniumerts waaraan ze ammonia, zuren, metalen en zouten toevoegde, om zo stap voor stap ongewenste elementen te binden en weg te vangen, net zo lang tot er zuiver actinium overbleef. Dat zwaar radioactieve actinium werd daarna door anderen verder geanalyseerd.

Perey was opmerkzaam én gedreven. Daardoor merkte ze niet alleen dat de straling in een van haar ertsmonsters afweek, maar vroeg ze ook of ze het afwijkende monster drie weken lang mocht onderzoeken. Zo vulde Perey in 1939 één van de nog lege vakken in het periodieke systeem van Mendelejev in: ze vond een nieuw element dat onder cesium in de kolom met de alkalimetalen kwam te staan. Catium wilde ze het noemen, naar bepaalde elektrochemische eigenschappen, maar het werd francium.

Verwoeste gezondheid

De vondst gaf haar kansen: Perey kreeg een studiebeurs en in 1946 verdedigde ze haar proefschrift aan de Sorbonne. Maar van haar vervolgonderzoek naar francium als bron voor het bestrijden van tumoren kwam weinig terecht. Francium ontstaat langzaam en vervalt snel. Dat alleen al maakt het ongeschikt voor toepassingen. Maar het onderzoek liep vooral spaak doordat Pereys gezondheid was verwoest. Ze kreeg botkanker en besteedde haar laatste jaren blind, met weggevreten handen en vol pijn, aan het waarschuwen tegen de gevaren van straling.

Eén ding lukt nog wel: in 1962 werd Perey als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Académie des Sciences . Dat was zelfs Curie niet gelukt, en het was te danken aan de kansen die Perey op het radiuminstituut had gekregen. Maar Perey was óók slachtoffer van de stoere cultuur in dat instituut waar offers maken als een noodzakelijk deel van de zoektocht naar ontdekkingen leek te worden gezien. Om de stralingsbelasting te verminderen, raadde Curie wandelingetjes in de tuin aan.

Lees over psycologie: De sekse-ongelijkheid in het verwijzen naar achternamen