Amsterdam: nieuw middel tegen crimineel geld in de horeca

Ondermijning De helft van de nieuwe horecazaken in Amsterdam wordt gefinancierd met onderhandse leningen, zo blijkt uit onderzoek.

Foto SERDAR YAGCI

Geen bewijs dat je een bonafide startkapitaal hebt? Dan krijg je geen vergunning voor je café, restaurant of coffeeshop.

De gemeente Amsterdam heeft een nieuw middel gevonden in de strijd tegen crimineel geld in de horeca. Ondernemers moeten voortaan op voorhand kunnen aantonen dat ze geen zwart geld investeren in hun zaak. Lukt dat niet, dan kan de vergunning worden geweigerd. Vrijdag liet burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) aan de gemeenteraad weten deze nieuwe aanpak voortaan consequent te willen inzetten.

De nieuwe aanpak (‘Toon maar aan, waar komt uw geld vandaan’) wordt door het stadsbestuur gezien als een belangrijke stap in de strijd tegen ondermijning. Criminele geldstromen zijn een groeiend probleem in Amsterdam. Halsema ziet de aanpak ervan als een van de speerpunten van haar burgemeesterschap.

De methode komt uit de koker van IJgeld, een speciaal team tegen ondermijning waarin de gemeente samenwerkt met de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de arbeidsinspectie, de Belastingdienst en de Financial Intelligence Unit (FIU). Vrijdagmiddag stuurde Halsema de bevindingen van dit project naar de gemeenteraad.

Lees ook: ‘Ondermijningsduo’ Tops en Tromp onderzoekt criminele geldstromen in Amsterdam

IJgeld bekeek vijf maanden lang alle aanvragen voor horecavergunningen in de gemeente. De uitkomsten bevestigen het vermoeden dat er veel zwart geld in omloop is. Bij 51 procent van de nieuwe aanvragen was er sprake van een onderhandse lening. Dat betekent dat het geld niet afkomstig is van een bank – vaak een indicatie van criminele activiteiten. Bij zeker een kwart van de aanvragen bleef ook na het stellen van aanvullende vragen de herkomst van de onderhandse financiering onduidelijk, zo concludeert de Belastingdienst.

Van de financiers bleek bovendien 35 procent een strafblad te hebben en 3 procent verdachte financiële transacties op zijn naam te hebben staan. Die schattingen zijn volgens het rapport nog aan de conservatieve kant: van lang niet alle financiers konden de gegevens achterhaald worden.

Toch verstrekten gemeenteambtenaren in veel gevallen gewoon een vergunning. IJgeld wijt dit onder meer aan werkdruk, gebrek aan kennis en een versnipperde organisatie. Zo werkt het ene Amsterdamse stadsdeel nog met papieren dossiers, terwijl elders de aanvraag gedigitaliseerd is.

Interesse van andere gemeenten

IJgeld vroeg de gemeente om bij dubieuze aanvragen de bewijslast om te keren: toon van tevoren aan waar het geld vandaan komt, anders krijg je geen vergunning. Tot nu kon de gemeente een vergunning alleen naderhand intrekken via een zogeheten Bibob-procedure, een duur en tijdrovend proces. In de nieuwe aanpak wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij de aanvraag van een fastfoodrestaurant in het centrum kreeg de gemeente gelijk van de voorzieningenrechter. De vergunning was terecht niet verleend, zo oordeelde deze in november, omdat de Syrische ondernemer onvoldoende kon aantonen dat zijn leningen uit Saoedi-Arabië legaal waren. Ook voor een restaurant in Nieuw-West van een groep Turks-Nederlandse ondernemers werd de vergunning geweigerd.

Sinds het vonnis in november is de gemeente „platgebeld” door andere gemeenten die kampen met crimineel geld, zegt een woordvoerder van burgemeester Halsema. Onder meer Rotterdam en Utrecht zouden interesse hebben in de Amsterdamse aanpak.