Door de droge zomers rotten de palen sneller weg

Fundering Dat veel Rotterdamse huizen op slappe bodem staan en daardoor kampen met funderingsproblemen is bekend. Maar door de klimaatverandering en de droge zomer van 2018 is de situatie nu alarmerend, zegt funderingsexpert Dick de Jong.

In de Lisbloemstraat zijn ernstig verzakte woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
In de Lisbloemstraat zijn ernstig verzakte woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

Twee weken geleden bleek tijdens een uitzending van het televisieprogramma de Monitor dat huizen in Nederland massaal door hun fundering dreigen te zakken. Rotterdam is een risicogebied vanwege de hoge concentratie van woningen die voor 1970 gebouwd zijn en op houten palen rusten. Door de steeds droger wordende zomers klinkt de grond in en daalt de grondwaterstand. De bovenste delen van de palen komen droog te staan, waardoor er schimmel op kan groeien en de palen verrotten. Als de bodem zakt door inklinking kan deze de palen bovendien mee omlaag trekken, en muren die erop rusten kunnen dan scheuren.

In Rotterdam staan volgens tellingen van de gemeente 64.000 panden op houten palen. Naar schatting 8.000 tot 10.000 daarvan lopen risico om door hun fundering heen te zakken. Dat gaat om ongeveer 20.000 woningen, omdat veel panden opgedeeld zijn in meerdere appartementen of etages.

Er staan zoveel woningen op palen omdat de grond onder Rotterdam grotendeels bestaat uit een dikke laag klei en een dikke laag veen. „Een hele zachte bodem”, zegt geoloog en onderzoeker Gilles Erkens bij onderzoeksinstituut Deltares en de Universiteit Utrecht. Dat vind vindt zijn oorsprong in de prehistorie. Toen de laatste ijstijd eindigde, meer dan tienduizend jaar geleden, spoelde de klei aan. De Noordzee, die daarvoor grotendeels droog lag, stroomde langzaam vol en aan de huidige kustlijn ontstonden dikke slibafzettingen. Er kwamen ook moerassen, waarin op de bodem veen ontstond; de zachte smurrie van verteerde planten die gedurende duizenden jaren samengeperst is tot een dikke, potgrondachtige grondlaag.

Direct op veen of klei bouwen kan niet; dan zakken de muren de bodem in. Daarom sloegen bouwers lange palen in de bodem tot aan de eerste draagkrachtige zandlaag, een laag die niet zakt. Op veel plaatsen in Rotterdam ligt die pas zo’n 15 tot 20 meter diep.

Droge Zomer

„Sinds de droge zomer van afgelopen jaar hebben we veel klachten gekregen over rottende funderingspalen”, zegt Dick de Jong, bouwkundig ingenieur en directeur van het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek. „Na de uitzending van de Monitor zijn het er nog meer geworden. Veel ook uit Rotterdam.” Niet verwonderlijk, meent De Jong. „Rond 1900 is Rotterdam enorm gaan groeien door de haven en de industrialisatie. Ze hebben toen een heleboel huizen gebouwd op veen en klei. Dat kon alleen maar als je palen in de grond sloeg.”

Wie betaalt er als je huis verzakt?

De zachte bodem klinkt elk jaar een beetje in, ook los van de klimatologische veranderingen. „Het grondwater zakt dan meestal ook. Omdat de waterschappen en de gemeentes willen dat iedereen droge voeten houdt, wordt het grondwater weggepompt tot aan het straatniveau. Maar die oude huizen staan nu eenmaal op palen die – als het goed is – niet mee zakken. Er is dus een kans dat op bepaalde plaatsen het grondwater lager is komen te staan omdat de straat ook lager kwam te liggen. Daardoor zijn de toppen van de palen droog gevallen en is er rotting opgetreden.”

Ook op plaatsen waar de bodem niet ingezakt is, kan het grondwater langdurig lager staan . De precieze oorzaak daarvan is niet duidelijk. „In de singels is de waterstand voortdurend op peil”, zegt woordvoerder Jurjen Jongepier van het waterschap Schieland-Krimpenerwaard. „Als er te weinig water in staat, kan er water uit de Nieuwe Maas bijgepompt worden. En als de waterstand in de Maas te laag is, halen we water uit andere rivieren zoals de Lek en het Amsterdam Rijnkanaal.”

Het niveau van het water in de singels communiceert wel met de grondwaterstand, zegt Jongepier, maar niet zo direct dat het al het grondwater in de stad op peil kan houden als er een periode weinig regen valt. Om dat te veranderen doet het waterschap samen met de gemeente en de bewoners van de Bloemenbuurt in het Kleiwegkwartier een proef. Water uit de Erasmussingel wordt naar de bodem onder de huizen wordt gepompt via een schoonwaterriool dat door de straten loopt, een buis met gaatjes waar het water doorheen gepompt wordt. De hoop is dat het grondwater onder de huizen hoog genoeg komt te staan om paalrot te voorkomen of te stoppen.

Er is genoeg water

Andreas van Rooijen heeft goede hoop dat het gaat werken. Hij is initiatiefnemer en bewoner van de Orchideestraat. „Zover ik weet, is er altijd voldoende water in de Erasmussingel om ons van grondwater te voorzien”, zegt hij. Dat zegt ook de woordvoerder van het betrokken waterschap, Jurjen Jongepier. „We pompen extra water in de Erasmussingel uit de Schie zodat er altijd voldoende inzit. Daardoor is de kans op droogte er minimaal.”

Een mogelijk complicatie is waterdruk: water loopt altijd naar de plek waar de druk het laagste is. Als de druk rondóm de Bloemenbuurt door extreme droogte lager is en het water daarheen stroomt, kan het experiment mislukken. „Het is ook een proef. Het kan best zijn dat het niet werkt als we weer zo’n droge zomer hebben”, zegt Dick de Jong van het kenniscentrum. „Wat dat betreft zijn de vooruitzichten niet goed. Er is nu al sprake van een neerslagtekort, terwijl de regen het grondwatertekort van vorig jaar nog moet aanvullen.” Maar ja, zegt De Jong, het kan óók meevallen. „Er is veel sneeuw gevallen in de Alpen dit jaar. Daardoor is er meer smeltwater en staat het water in de rivieren straks hoger.”

Als het pompsysteem van de Bloemenbuurt werkt, is dat wellicht een goede oplossing voor meer wijken, verwacht De Jong. „De aanleg van dat systeem kostte ruim drie ton. Daarmee kunnen ongeveer 300 huizen gered worden. Dat is duizend euro per huis. Als je een huis opnieuw moet funderen, kunnen de kosten per pand oplopen tot een ton.”

De Elektroweg

Foto Walter Herfst

Funderingsleed

Funderingsdeskundige Martine Coevert kan daarover meepraten. In 2011 ontdekten zij en haar buren dat de palen onder hun huizen aan de Lisbloemstraat verrot waren. Het hout was vermolmd, beschimmeld en in de muren zaten scheuren. „Tussen de muur van mij en mijn buurvrouw zat op een bepaalde plaats alleen nog maar behang.” Slapeloze nachten had ze ervan. „Je hebt geen zekerheid meer dat je huis goed is en gaat enorme kosten tegemoet waarvoor je niets terug krijgt.” Onder funderingsherstel uit komen kan niet. „Dan stort je huis in.”

Vier vragen over funderingsproblemen

Samen met haar buren renoveerde ze hun huizenblok, dat in 1923 gebouwd is door de Hillegersbergse architect Leendert Nicolaes Krijgsman in de stijl van de Amsterdamse School. Een klein graafmachientje groef een metersdiepe bak onder de huizen waar een damwandje omheen gebouwd werd. Vanuit die bak werden segmenten van buizen van twee meter lang één voor één de grond in geheid, tot op een diepte van zo’n 18 meter. Daarna werden de buizen met beton gevuld – de huizen rusten nu op betonnen palen, die hebben geen last van wisselende grondwaterstanden.

Hoewel het huis weer stevig staat en Coevert het huis tegen een goede prijs verkocht, waardoor ze de kosten er grotendeels uit wist te halen, kijkt ze met zweet in haar handen terug op het proces. Zij moest bijna een halve ton lenen voor het herstel van fundering en muren. Niet iedereen kan dat, de lening moet immers ook afbetaald worden.

Dan moet je verkopen, zegt Dick de Jong. Wie geen geld heeft om de hypotheek af te lossen en minder terug krijgt voor het huis eindigt met zware verliezen. Zeker als het huis vanwege instortingsgevaar onbewoonbaar is en gesloopt moet worden. Dat gebeurde in de Margrietstraat, om de hoek bij de Lisbloemstraat. „Dat is triest. Maar dat komt voor.”

De beste tip die Coevert Rotterdammers kan geven, is om zo snel mogelijk te beginnen met onderzoek naar de staat van de fundering onder een huis. Want hoe eerder je erbij bent, hoe minder schade er te herstellen is, en hoe lager de kosten. De gemeente heeft risicowijken in kaart gebracht en een projectbureau, Funderingskracht, in de arm genomen die deze wijken één voor één afwerkt. Huiseigenaren kunnen bloksgewijs onderzoek laten doen naar hun fundering en de gemeente vergoedt maximaal driekwart van de kosten. Huiseigenaren die gebruik maken van de regeling moeten in ruil het onderzoeksrapport ter beschikking stellen aan de gemeente, die zo een actuele kennisdatabase opbouwt.

Funderingen in kaart

De gemeente Rotterdam bracht de funderingen van huizen in de stad in het verleden al eens gedetailleerd in kaart. Tussen 1975 en 1992 onderzocht de dienst Gemeentewerken de funderingen straat voor straat in het kader van stedelijke vernieuwing. De rapporten zijn in te zien via een openbare funderingskaart. Ook de fundering van het huis van Coevert aan de Lisbloemstraat wordt daarin beschreven: goed tot matig. Dat deze fundering decennia later zeer slecht bleek te zijn, komt volgens een woordvoerder van de gemeente doordat de criteria destijds minder scherp waren dan nu. Maar ook was niet te voorzien wat de invloed van de bodemdaling en het klimaat in de jaren na het onderzoek zouden zijn. Dat zeggen Erkens en De Jong ook. „Er is geen peil op te trekken. We moeten meer onderzoeken om te weten hoe het precies werkt.”

Uit bodemonderzoek van het TNO, dat online is in te zien door raadpleging van het ‘DINO-loket’, blijkt dat de bodem in de wijk Kleiweg, waar de Lisbloemstraat en de Orchideestraat liggen, voor de eerste 8 meter bestaat uit veen, en de tweede acht meter uit klei. Zachter kan dus haast niet.

Achteraf zijn de problemen met de fundering in de Lisbloemstraat wel te verklaren, zegt Coevert. Het Kleiwegkwartier was voordat het bebouwd was akkerland; weiden met koeien. Daarvóór was het moerasland, dat droog gepompt werd in kavels met slootjes erom heen. „Ik heb een oude kaart gezien waar uit bleek dat onze straat ligt op een plek waar vroeger zo’n sloot lag. Dat zal toch een zwak punt geweest zijn.”

Voor sommige huizen is renovatie geen goed idee, zegt De Jong. „Je moet bedenken dat die huizen vaak al honderd jaar geleden gebouwd zijn. De mensen hadden toen geen mogelijkheden om de bodem te onderzoeken. Ze fundeerden op houten palen omdat dat alles was wat ze hadden. Tegenwoordig doen we dat niet meer. Sommige huizen kan je beter afbreken. Hun levensduur is gewoon ten einde. Daar kan je dan beter een nieuwe energiezuinige woning voor terugbouwen. Want de herstelkosten haal je er niet uit.”

    • Lucette Mascini