We zijn in een moskee – o wacht

en wandelen in Marokko en doen verslag. „Op de weg raakt er altijd één als eerste in paniek.”
In (fris) Agoudal, een van de hoogste dorpjes in het Atlasgebergte.
In (fris) Agoudal, een van de hoogste dorpjes in het Atlasgebergte. Foto Anita Janssen

In een land als Marokko tref je overal moskeeën aan. Kleine, grote, oude, nieuwe, soms juweeltjes en even zo vaak spuuglelijke oogverblindende blikvangers, enfin je kent het wel... Het maakt niet uit, want Annie en ik hebben er nog geen een van binnen gezien. Dat komt, we mogen steeds niet naar binnen als vrouw zijnde en hoofddoek noch baard dragend en we hebben ook nog niet uitgevonden wanneer de damesuurtjes zijn. Maar geen nood, ruimte genoeg om te bidden, een beetje benzinepomp heeft tegenover de toiletten een speciale bidruimte voor vrouwen.

En als je die niet haalt, mag je ook in een parkeervak voor de McDonalds op je bidkleedje neerstrijken. We hebben zelfs mannen voor de etalage van een lingeriezaak heen en weer zien murmelen.

Je begrijpt, je moet snel wezen als de lokroep klinkt uit de minaret. Trouwens, een heel ander geluid dan in andere islamitische landen, zo’n laag aanzwellend gebrom. Toen ik het voor het eerst hoorde, vroeg ik aan Annie; „Hé, is hier ergens een kartbaan?” In mijn geboorteplaats Haarlem kon je vroeger als de wind goed stond het circuit van Zandvoort horen, vandaar.

U begrijpt, aanleiding te over voor verwarring.

Zo zag ik laatst in een moderne shoppingmall te Agadir een vrouw in een knalrode peignoir lopen met van die grote gele lachende berenkoppen erop – schrik niet, zoiets is hier comme il faut. Ik zag haar halt houden bij een openstaande deur en haar pantoffels uitdoen. Ik keek om de deur en zag een zaal vol vrouwen. De berenduster wenkte me. „Kom Annie”, riep ik achterom terwijl ik mijn schoenen uitschopte, „we mogen eindelijk een moskee binnen.”

Het was doodstil in de zaal, terwijl een vrouwelijke imam met een plastic bakje in haar hand gebeden door de microfoon knetterde.

Annie had het het eerst in de gaten: „We zijn op een Tupperware party”, fluisterde ze.

Van de weeromstuit hebben we het gaspedaal van onze gehuurde Clio diep ingedrukt en zijn we recht het Atlasgebergte ingespoten. Maar lieve mensen, wat is het daar onverwacht schitterend! Bloeiende appel- en arganbomen tegen enorme rotsformaties, die om elke hoek een ander landschap vormen. Soms bijna Tibetaans met kleine in de rotsen verscholen dorpjes, en richting Ouarzazate waan je je weer in de painted dessert (u weet wel, van de Marlboro-man). Het is niet wonderlijk dat hier veel Amerikaanse cowboy- en horrorfilms zijn opgenomen, zoals de blockbuster Babel, want het landschap oogt Amerikaanser dan Amerika zelf.

Op de weg raakt er altijd eentje het eerst in paniek, op grote hoogte waar het wegdek slecht is en een vangrail ontbreekt. We vroegen ons al af waarom we helemaal geen pensionado’s met campers meer tegenkwamen. In dit geval begon Annie te hyperventileren achter het stuur, dus ik moest de sterke spelen.

Later werd het arme kind nog beroofd ook, in Marrakesh want we hebben een vreemde route gereden. Morgen gaan we wandelen in de woestijn met zes kamelen.