Vrij zijn is...freerunnen

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Kabouters die met hun vuistje zwaaien, sprekende pillen, een draak die een raket doormidden bijt. De gymzaal van ‘urban sportcentrum’ 010Trickz is beschilderd met fantastische graffiti. Er klinkt hiphop en de zaal staat vol turnbokken, fitnessapparaten, trampolines en blokken waar je op duizenden manieren overheen kunt springen. In het midden is de foampit , een bak sponzige kussens. En buiten ligt nog een enorm oefenpark, met muurtjes en constructies van steigerpijpen.

Midden in suburbaan Hoogvliet bouwden instructeur Jordy Beijersbergen en zijn vrienden deze ruimte voor ‘urban sporters’. Beijersbergen (muts, zwarte kleding, hij is 30 maar ziet eruit als 20):

„We zijn een zooitje bij elkaar geraapt. We freerunnen, skaten, BMX’en, beoefenen martial arts, calisthenics...”

Freerunnen is een soort vrij turnen in de openbare ruimte. Maar ook organiseert 010Trickz ‘The Stunt Academy’ waar mensen met stuntman-ambities terechtkunnen voor gevechtstechnieken of springen uit een rijdende auto. Beijersbergen leerde het freerunnen gewoon op straat. Verwend vindt hij de nieuwe generatie niet: „Dit is waar wij voor hebben gewerkt. Buiten is alles van steen. Om daar je salto’s te maken is een enorme stap.”

Collega Odin Bekkering (25 ) kijkt vanaf een verhoging naar een groep rondstuiterende kinderen van zo’n acht tot veertien jaar.

„Go get de bal!” roept Bekkering, en als iemand even staat te lummelen: „Tien push-ups.”

Als je zelf bepaalt wat je wilt oefenen, leer je meer

Maurice Knoppien

‘Freerunning kent geen regels”, zegt Beijersbergen. „Het gaat om zelfexpressie en creativiteit. Als je kinderen in een rijtje één voor één vaste oefeningen laat doen, gaan ze zich vervelen. Wij laten ze vrij. De enige verplichting is om iets te doen. En anders: push-ups.”

De meesten komen uit de regio onder Rotterdam. Zuidlanders Oscar Groenhuysen en Maurice Knoppien (beiden 14) zetten een blok op zijn kant en leggen er een turnmat achter.

Groenhuysen: „Wat gaan we doen?”

Knoppien: „Eerst effe eroverheen monkeyen.” Met zijn handen tussen zijn voeten door glipt hij over het blok.

Groenhuysen doet een e-twist, anderhalve draai. „In drie weken geleerd”, zegt hij nonchalant, om er drie frontflips (salto’s) achteraan te maken.

In Zuidland oefenen de jongens op een strandje. Een bankje, een prullenbak en zand, meer hebben ze niet nodig. Knoppien: „Als je zelf bepaalt wat je wilt oefenen, leer je meer.” Groenhuysen knikt: „En als we iets nieuws willen gaan we naar Jordy of Odin.”

Of het niets is holt een jongetje van tien over een hoge installatie van steigerpijpen. Beijersbergen: „Het gaat erom je eigen mogelijkheden te verkennen. Wat voor de een makkelijk is, hoeft voor een ander totaal niet te werken. Je moet zelf voelen waar je bent in de lucht.”