Van Gils heeft veertig jaar ervaring als bestuurder, maar nul jaar als politicus

Nieuwe d66-wethouder Arjan van Gils was eerder politiecommissaris en gemeentesecretaris in Rotterdam. Nu is hij de wethouder met de zwaarste portefeuille.

Foto Mirande Phernambucq

Een grote eindverantwoordelijke baan zou hij op zijn 63ste waarschijnlijk niet meer nemen, zei Arjan van Gils vorig jaar nog in een afscheidsinterview als gemeentesecretaris in Amsterdam. Hij werd interim-directeur bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en ontkende vorige maand nog politieke ambities te hebben. „Het idee!”, zei Van Gils tegen het AD Rotterdams Dagblad .

Maar sinds deze week heeft D66’er Arjan van Gils (1955, Velsen) de zwaarste portefeuille binnen het Rotterdamse college: het wethouderschap financiën, haven, organisatie en grote projecten zoals Feyenoord City en de Hoekse Lijn-metro.

Hij heeft zichzelf gemeld toen D66 een opvolger zocht voor wethouder Adriaan Visser die in februari opstapte wegens het lekken van een document over het Schiekadeblok, zei Van Gils deze week tijdens een hoorzitting door raadsleden. Hij onderschat de functie niet en heeft de stap vooraf met zijn vrouw Janny, wijknetwerker in Crooswijk, besproken, zei hij. Hij is al zo’n dertig jaar lid van D66 en het begon toch „te kriebelen”. Wandelen of fietsen naar zijn werk sprak hem ook wel aan. En: „Niets is leuker dan een invalbeurt.”

‘Zwaargewicht’

Van Gils is door D66 nadrukkelijk naar voren geschoven als een „zwaargewicht” die Vissers hele portefeuille kon overnemen – want daar wilde de partij niet opnieuw over onderhandelen met coalitiepartners VVD, PvdA, GroenLinks, CDA en ChristenUnie-SGP. Hij werkte zo’n twintig jaar bij de politie en twintig jaar als gemeentesecretaris (de adviseur van het college en algemeen directeur van de gemeente) in Enschede, Rotterdam en Amsterdam.

Als topambtenaar was Van Gils verantwoordelijk voor omvangrijke, complexe reorganisaties. Van 1992 tot en met 1998 was hij politiecommissaris in Rotterdam-Rijnmond en leidde hij de reorganisatie bij de vorming van het regiokorps. Als gemeentesecretaris in Rotterdam (2005-2012) moest Van Gils het ambtenarenapparaat tijdens de crisis drastisch inkrimpen met zo’n 2.500 van de bijna 13.000 voltijds banen. In Amsterdam moest hij van de losse diensten en deelgemeenten één concern maken, de bedrijfsvoering zoals financiën en ICT herinrichten en de decentralisatie vanuit het Rijk opvangen.

Hij heeft er veel bestuurlijke ervaring mee opgedaan én vijanden mee gemaakt. De Centrale Ondernemingsraad (COR) van de gemeente Amsterdam zegde in 2016 het vertrouwen in Van Gils op, omdat hij stelselmatig informatie over de reorganisatie zou weigeren te verstrekken. In totaal voerde de COR zo’n vijftien procedures tegen de gemeente. „De eindstand is 15-0 voor mij”, zei Van Gils in Het Parool.

Doorgezaagd

Tijdens de hoorzitting van deze week werd Van Gils doorgezaagd over dit soort incidenten uit zijn ambtelijke verleden. Zo vroegen raadsleden naar een wettelijk informatieverzoek (WOB) van De Telegraaf over het functioneren van de Amsterdamse dienst Openbare Orde en Veiligheid, dat Van Gils ten onrechte geweigerd had. Die afwijzing werd later teruggedraaid en burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) bood de krant vorig jaar excuses aan voor de vertraging.

In 2016 ontsloeg Van Gils in Amsterdam verder directeur jeugd, zorg en onderwijs Hetty Vlug, naar verluidt zonder de betrokken wethouders eerst te informeren. Als gemeentesecretaris kreeg hij het verwijt eigengereid te handelen en weinig draagvlak onder ambtenaren te hebben.

Van Gils had zich voorbereid op een kruisverhoor door de raadsleden en zette alle incidenten nog eens rustig uiteen. Met reorganisaties maak je je niet populair bij werknemers en de COR, zei hij: „Als je aardig gevonden wilt worden, moet je een labrador worden.” Informatie over interne veiligheid geeft de gemeente niet – vandaar zijn afwijzing van het WOB-verzoek van De Telegraaf. En het ontslag van Hetty Vlug vloeide voort uit een conflict tussen haar en een andere directeur, zei hij.

Van Gils’ drijfveer is het verbeteren van het functioneren, de integriteit en de transparantie van het openbaar bestuur, vertelde hij de raadsleden. Ondanks zijn lange overheidscarrière moest hij wel erkennen dat hij zelf geen enkele politieke ervaring heeft. „Ik heb het van heel dichtbij gezien, maar niet zelf gedaan, dus ook voor mij is het nieuw”, zei hij.

Op één moment liet hij zich uitlokken, toen Denk-fractievoorzitter Stephan van Baarle begon over de Noord/Zuidlijn in Amsterdam, die járen vertraging opliep en honderden miljoenen euro’s duurder werd. Het debacle voltrok zich deels onder het bestuur van Van Gils, dus hoe kon hij Van Baarle overtuigen dat hij een geschikte wethouder was voor grote projecten, zoals de vertraagde Hoekse Lijn?

„Niet”, zei Van Gils kortaf.

„Zwak antwoord”, mopperde Van Baarle buiten de microfoon.