Texels scheepswrak voer op handelsroute in Middellandse Zee

Archeologie Het historische scheepswrak dat tien jaar geleden bij Texel werd gevonden, voer op een handelsroute naar de Middellandse Zee.

Boekband met het koninklijke wapen van de Engels-Schotse familie Stuart.
Boekband met het koninklijke wapen van de Engels-Schotse familie Stuart. Beeld uit ‘Wereldvondsten uit een Hollands schip’

Het Palmhoutwrak, ook wel bekend als het Texelse wrak met de zeventiende-eeuwse zijden japon, was waarschijnlijk een Hollandse Straatvaarder. Het hoorde bij de handelsvloot van de Republiek die via de Straat van Gibraltar op het Middellandse Zeegebied en de Levant voer. Dat is een van de belangrijkste conclusies van onderzoek waarvan de resultaten deze donderdag in het Rijksmuseum zijn gepresenteerd.

Een team van zestien wetenschappers en deskundigen uit diverse disciplines produceerde in opdracht van de provincie Noord-Holland een lijvig rapport van 450 pagina’s over het Palmhoutwrak, getiteld Wereldvondsten uit een Hollands schip.

De zeventiende-eeuwse zijden japon uit het wrak. Aanvankelijk werd nog geopperd dat de japon van een Engelse hofdame was geweest, maar die theorie werd al snel ontkracht. Beeld uit ‘Wereldvondsten uit een Hollands schip’

Uit het wrak, dat in 2009 is ontdekt door de Duikclub Texel, zijn ongeveer 1.100 objecten gehaald. Die zijn de afgelopen drie jaar door verschillende specialisten bestudeerd. Een grote lading stammetjes van palmhout (Buxus sempervirens) is samen met aardewerk uit onder meer Frankrijk en Italië een van de belangrijkste redenen om aan te nemen dat het schip een Straatvaarder was.

Exotische producten

Tot nu toe is de Straatvaart relatief weinig onderzocht, zegt zelfstandig historicus Maarten Hell in het rapport. Ten onrechte, want deze scheepvaart besloeg eenvijfde van het laadvermogen van de handelsvloot van de Republiek. De Straatvaart ontstond toen Spanje en Portugal in 1580 een politieke unie waren aangegaan en er door handelsembargo’s een einde was gekomen aan de invoer van exotische producten via Portugese handelaren. Daarop besloten Nederlandse handelaren zelf de gewenste spullen te gaan halen, zoals zijde, angorawol, katoen, zout, wijn, krenten en hardhout. Als exportproduct namen ze onder meer scheepshout, textiel, gezouten vis en graan mee. In 1599 deed een Republikeins schip voor het eerst Aleppo aan, en in 1612 tekende de Hollandse ambassadeur Cornelis Haga in Constantinopel een verdrag met de Turkse sultan.

De route naar de Levant, die drie maanden in beslag kon nemen, was vanwege piraten en kaapvaarders in Spaanse dienst niet zonder gevaar en dus waren de schepen uitgerust met kanonnen. Dat gold ook voor het Palmhoutwrak, waarin vijf kanonnen zijn gevonden.

De route naar de Levant was gevaarlijk vanwege piraten en kaapvaarders

Op basis van dateringen van onder meer het scheepshout, het aardewerk en de kanonnen gaat men ervan uit dat het schip tussen 1645 en 1660 moet zijn vergaan. Aan de hand van geschreven bronnen als couranten, notariële akten en de rekesten van de Domeinenrekenkamer in Den Haag, waar kooplieden na een schipbreuk hun eventueel geborgen lading konden claimen, is te achterhalen dat er in die periode 78 schipbreuken bij Texel zijn geweest. Maar het is nog niet gelukt om een echte scheepsnaam te koppelen aan het Palmhoutwrak. Wel denkt men het scheepstype te weten: een fluit of een pinas. Daarop wijzen de lengte van minstens 36 meter en de constructie.

Kaftans uit het Ottomaanse Rijk

Het schip heeft waarschijnlijk niks te maken gehad met het Huis van Stuart. Kort na de bekendmaking van de vondst van het wrak werd nog geopperd dat de japon van een Engelse hofdame was geweest, maar die theorie werd al snel ontkracht. Twee jaar geleden hebben onderzoekers van de School of Historical Dress in Londen ontdekt dat de jurk niet in Engeland, maar in Noordwest-Europa is gemaakt. Bovendien bleek het wrak ook kaftans uit het Ottomaanse Rijk en een tapijt uit Perzië te bevatten.

Ook de leren boekband met het wapen van het Huis van Stuart wijst niet op een Engelse connectie, zegt cultuurhistorica Janet Dickinson van de Universiteit van Oxford. Op basis van de decoratie en de stijl concludeert ze dat de band geen eigendom van de koninklijke bibliotheken van de Stuarts geweest is.

De in Duitsland gemaakte zilveren pronkbeker. Beeld uit ‘Wereldvondsten uit een Hollands schip’

Het was ‘gewoon’ een ‘handelsband’, een boek dat gebonden was voor de verkoop. Dat is al opvallend, omdat boeken in de 16de en 17de eeuw meestal ongebonden werden verkocht. In totaal zijn er in het wrak 36 banden gevonden. Zoveel boekbanden zijn nog nooit, ook internationaal niet, in een historisch wrak gevonden. De boeken zijn gezien de stijl ooit op verschillende plekken ingebonden, variërend van Amsterdam en Antwerpen tot Duitsland, Frankrijk, Polen en Litouwen.

Hoge functie

De kleding, de dure boekbanden en andere vondsten als een in Duitsland gemaakte zilveren pronkbeker, suggereren dat aan boord van het Palmhoutwrak iemand was uit de hogere sociale klasse, iemand die mogelijk namens de Republiek een hoge functie heeft vervuld in het Ottomaanse rijk.

Het antwoord op de vraag wie het was en op welk schip hij voer ligt misschien nog verborgen in het wrak. Onderwaterarcheoloog Arent Vos gaat ervan uit dat zeker de scheepsromp en zijn lading nog in de zeebodem liggen. Maar van opgraven is voorlopig geen sprake. De vindplaats is afgedekt in afwachting van een besluit over verder onderzoek.

Correctie 7 maart: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Portugal bij Spanje werd gevoegd. Spanje en Portugal gingen in 1580 een politieke unie aan. Dat is hierboven verbeterd.