Ze serveren hier vis, maar het is meer dan een Rotterdamse ‘Seafood Bar’

Het is even zoeken naar de bescheiden pui, maar eenmaal binnen is het goed vis eten.

Seafoodbar Sylt aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam.
Seafoodbar Sylt aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Foto Walter Herfst

Sylt is de naam van het noordelijkste Duitse waddeneiland en van een restaurant aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Het eiland telt 21.000 inwoners, in het restaurant is plek voor voor een mannetje of veertig. Restaurant, heb ik nu al twee keer geschreven – of met deze keer meegeteld: drie keer – maar zelf spreken de eigenaren Ilse Bruijstens en Sten Limburg liever van seafoodbar . Dat houdt de verwachtingen van de bezoekers beheersbaar. Toch reiken de ambities verder dan die van een willekeurig vistentje ergens aan zee.

Dat blijkt om te beginnen uit de inrichting van de zaak, die ondanks de pijpenla-achtige verhoudingen ruimte suggereert. Dat komt doordat van de voorgevel tot voorbij de bar het plafond, en daarmee de vloer, van de eerste verdieping is verwijderd. Het voorste deel is dus een flinke vide, een effect dat wordt versterkt doordat je vanaf straatniveau een klein trapje afdaalt. Het gehandhaafde plafond achterin maakt van dat gedeelte een knusse doos waarvan de twee zijwanden, de vloer en het plafond zijn afgewerkt met een schuin weglopend blokkenpatroon in zwart, grijs en wit zodat je geen onverhoedse hoofdbewegingen hoeft te maken om niet gedesoriënteerd te raken.

Uit de kaart kiezen we enkele kleine gerechten en snacks (prijzen van 8 tot 10,75 euro) bij wijze van vóór. En omdat het nog net kreeftweek is de kreeftspecial (€ 37,50) met kreeftsoep, kreeftsalade en halve kreeft a la plancha — we gaan alles delen.

De oesters die we ook hebben besteld (gillardeau à 4 euro) komen tegelijk met de kreeftsalade en de tartaar van tonijn. We laten er een fles chablis (38 euro) bij komen omdat die op de kaart kalk, zilt, oesterwater en film belooft (dat ‘vette’ dat bij een goede chardonnay aan het glas blijft hangen), maar na een paar slokken vinden we de wijn eerlijk gezegd aan de waterige kant. Hij heeft weinig diepgang. Hadden we nu maar de albariño (25 euro) genomen die met de eigenschappen sappig, strak, peer, appel en zilt tot onze verbeelding sprak maar het moest afleggen tegen het gewoontedier in ons.

De tonijntartaar is zalig, de mayonaise geeft er precies de goede smeuïgheid aan. Ook de salade van kreeft is goed: frisse sla, dille, gedresseerd met fijne olie. De oesters zijn op voordat we er erg in hebben; ze hebben het bijgeleverde partje citroen of de rode-ui-azijn niet nodig.

Van de warme gerechten vinden we de gebakken inktvis nogal gewoon, ofschoon het bord rijkelijk is opgemaakt met blaadjes sla, blokjes tomaat en stukjes gedroogde tomaat. Het geheel is wat non-descript, het ontbeert ziel. De calamaris daarentegen wordt zo eenvoudig als wat opgediend op vetvrij papier bedrukt met hetzelfde motief als vloer, plafond en wanden en met een kommetje overheerlijke mayonaise. Goed beslag, goed gefrituurd, niks meer aan doen.

De kreeftensoep is romig en heeft een diepe rooksmaak, ook daarmee zijn we dik tevreden, maar nu treden de tekortkomingen van onze chablis hinderlijk op de voorgrond. We bestellen toch maar de sappig strakke albariño. Blijkt die er niet te zijn! (Mag ik ook eens een uitroepteken gebruiken?) Dan maar de pouilly-fumé die voor 30 euro op de kaart staat. Deze wijn houdt stand bij de hoofdschotel, de kreeft a la plancha, à point gegaard. Jammer dat het maar een halve is. Apart komen er frietjes bij, ook weer met mayonaise.

Bij het kreeftmenu hoorde nog een dessert van vanille-ijs met brownie en karamelsaus. Voor het evenwicht vragen we nog om de crème-brûlée van hazelnoot (7,50 euro).

Al met al komen we tot de conclusie dat Sylt zich dan wel quasi-pretentieloos seafoodbar mag noemen, maar dat het zichzelf daarmee tekortdoet. Dit is wel degelijk een prettig restaurant dat ambitie laat zien. Wij stappen blij op de fiets.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.