Op sociale media lijken Nederlanders hartstikke sportief

#sport Hele volksstammen zetten aantrekkelijke foto’s van hun sportende zelf online. Krijgen die de niet-sporters van de bank?

Bradford Gregory

Meteen na haar hardlooprondje pakt Marjolein Delahaye (41) uit Leusden haar telefoon en kijkt om zich heen. „Daar, bij die boom is een mooie plek.” Ze opent de camera-app en tuurt aandachtig op het scherm. Nog een paar stappen dichterbij. Als ze de juiste framing heeft gevonden, zet ze de telefoon leunend tegen een waterflesje op de grond . Nog eens richten, de zelfontspanner instellen en dan wegsprinten en een paar meter verder nonchalant in een rechte lijn voor de camera langs rennen. Die drukt op precies het juiste moment af: de loophouding, positie en lichtinval (die later handmatig nog wat wordt bijgesteld ) zijn fraai vastgelegd, alsof iemand Delahaye van afstand heeft gefotografeerd.

Een uur later staat de foto op Instagram. Binnen een uur heeft hij 130 likes. Na 24 uur zijn dat er 500. Er staan 64 commentaren . „Mooie foto”, schrijft iemand. Een ander: “Dat moet vast heerlijk zijn geweest.”

Delahaye is een van de vele amateursporters die haar activiteiten op Instagram deelt. Onder hashtags als #sport, #running en #fitness zijn daar miljoenen berichten te vinden, dagelijks komen er duizenden bij. Vaak zijn de foto’s voorzien van de prestaties van de sporters, of tonen ze het lichaam dat de sporter dankzij hun inspanningen hebben gekregen. Ook apps waarop activiteiten worden gemeten (de populairste in Nederland zijn Runkeeper, Strava en Endomondo), hebben vaak sociale functies. Sporters kunnen prestaties vergelijken en reageren . De toon van die reacties is opvallend vaak positief en aanmoedigend. Wie alleen op sociale media afgaat, zou haast denken: we zijn hartstikke sportief en moedigen elkaar daarin aan.

Maar zoals vaker bij sociale media is de werkelijkheid anders . Nederlanders bewegen te weinig, blijkt al jaren uit diverse onderzoeken. Onderzoeksbureau I&O Research kwam eind 2018 tot de conclusie dat slechts 42 procent van de Nederlanders voldoet aan de nationale beweegrichtlijn (minimaal 150 minuten per week matig intensieve activiteit en twee keer per week bot- en spierversterkende activiteit). Voor het eerst werd bij dat onderzoek gekeken naar de invloed van sociale media op het beweeggedrag van Nederlanders.

Een sukkel voelen

Die onderzoeksvraag kwam voort uit twee hypotheses, zegt bewegingswetenschapper Roy van der Hoeve , die de studie als onderzoeker van I&O research uitvoerde. „Enerzijds dachten we dat sportgedrag van anderen op sociale media stimulerend kan werken. Anderzijds leefde het idee dat overmatig sociale-mediagebruik ervoor zorgt dat mensen geen tijd hebben om te bewegen.”

Volgers zien foto’s van sportende mensen en kunnen het gevoel krijgen erbij te willen horen. Dat kan ze aanzetten te gaan bewegen

Nico van Yperen, hoogleraar sportpsychologie

De uitkomsten van het onderzoek, waarvoor 4,375 Nederlanders werden ondervraagd, zijn helder: 87 procent van de ondervraagden zegt dat sociale media geen invloed hebben op hun sportgedrag. Kijkend naar de kleinere groep die wél invloed van sociale media ervaart, valt het op dat 58 procent een positieve invloed beschrijft. 16 procent spreekt van een negatieve invloed, 26 procent blijft neutraal. Het viel Van der Hoeve op dat de invloed bij jongere sporters groter is. „In de groep van 18 tot 34 jaar zei een kwart dat sociale media van invloed zijn.”

Hebben sociale media dus de potentie om mensen – zeker jongeren – aan het sporten te krijgen? „Dat is lastig te zeggen op basis van dit onderzoek”, zegt Nico van Yperen, hoogleraar sportpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „De respondenten hebben zelf aangegeven of er invloed is, terwijl het lastig is zelf aan te voelen wat van invloed is op jouw keuzes.” Dat onderkent ook Van der Hoeve: „Dat is altijd de kanttekening bij dit soort onderzoek.”

Lees ook: Op Instagram is een sportheld gewoon handel

Motivatie wordt aangestuurd door „duizend-en-een factoren”, zegt hoogleraar Van Yperen. „Sociale media kunnen daar één van zijn. Volgers zien foto’s van sportende mensen en kunnen het gevoel krijgen erbij te willen horen. Dat kan ze aanzetten te gaan bewegen. Ook sportapps kunnen een motiverende werking hebben: mensen zien hoe anderen presteren en vergelijken dat met hun eigen resultaten. Aan de andere kant kan die informatie ook bedreigend zijn. Je kunt je een sukkel gaan voelen als je de resultaten of toewijding van anderen ziet en er niet aan kan tippen: ‘Blijkbaar ben ik niet zo goed’.”

De toelichting van deelnemers aan het onderzoek bevestigen dat. Een van hen schreef: „Vrienden berichten erover, waardoor ik gestimuleerd word om meer te sporten.” Een ander: „Zien sporten, doet sporten.” Ook de negatieve invloed wordt beschreven. Bijvoorbeeld: “De lat ligt te hoog als je kijkt naar wat anderen doen. (…) Dat demotiveert.”

Meerwaarde

In het geval van hardloper Delahaye is duidelijk sprake van een motiverend effect. Gemiddeld rent ze vijf keer per week, even vaak zet ze een foto op haar Instagram-account. De teller staat inmiddels op ruim duizend foto’s, het aantal volgers op bijna vijfduizend. Ze wordt op Instagram aangemoedigd, wisselt tips uit en heeft er vrienden aan overgehouden („Die ik nu ook in het echt zie”). Ze kreeg zelfs een trainer toegewezen en een hardloophorloge cadeau via een speciaal (gesponsord) programma voor ‘runfluencers’, influencers op hardloopgebied – al heeft Delahaye zelf wat moeite met die term.

Een foto van de Instagram van Marjolein Delahaye.

Dat laatste is bijzaak, ze ziet vooral het sociale aspect als meerwaarde van Instagram. „Het is een soort gigantische sportclub; een virtuele stok achter de deur die ervoor zorgt dat ik soms wel ga rennen terwijl ik eigenlijk geen zin heb. Ik hou het er beter door vol en durf zelfs te zeggen dat ik niet weet of ik ooit de marathon had gelopen zonder het netwerk dat ik aan Instagram heb overgehouden.”

Van Yperen denkt dat de motiverende werking die Delahaye beschrijft, vooral geldt voor mensen die überhaupt al graag sporten. „Om mensen die nooit sporten aan het bewegen te krijgen, is veel meer nodig. Je moet dan een enorme omslag maken: je moet je tijd op een andere manier besteden dan je gewend was, moet anders gaan eten en misschien wel vrienden met andere gewoontes zoeken. Dat is allemaal zo ingrijpend dat daar echt hulp van buitenaf voor nodig is, in de vorm van een trainer of sportclub. Sociale media hebben niet de kracht dat te doen.”

Knoeien met resultaten

En dan hebben we het nog niet eens over volhouden. „Ook daarbij werken echte sociale contacten veel beter dan – anoniemere – contacten op sociale media. Als je een tijdje geen sportfoto plaatst, gebeurt er waarschijnlijk niks. Sport je regelmatig met vrienden, dan komen ze waarschijnlijk langs als je niks laat horen.”

Lees ook: Influencers zijn de nieuwe modebepalers

Ook belangrijk: sporten moet leuk of belonend zijn om het vol te houden. „Likes en online-reacties kunnen misschien ook belonend werken, maar als het je daar alleen om gaat, is er sprake van extrinsieke motivatie. Dan gaat het niet meer om de activiteit zelf, maar om een bijeffect . Je kan daardoor geneigd zijn zaken mooier te maken dan ze zijn, bijvoorbeeld door activiteiten te rapporteren die niet hebben plaatsgevonden of resultaten te veranderen.”

Delahaye kan zich één geval herinneren waarin een sporter met resultaten knoeide. „Die sneed een stuk af bij een marathon en deelde vervolgens trots de eindtijd op Instagram. Dat werd trouwens snel ontdekt en offline gehaald.”

Wordt Delahayes sportgedrag te veel beïnvloed door Instagram? „Ik hou rekening met de kleding die ik draag: het staat stom als ik drie keer in één week hetzelfde draag op de foto.” Maar echt verregaande invloed, „nee, ik denk het niet. Het gaat me in eerste instantie om het rennen, dat had ik ook gedaan als er niet zoveel likes en reacties aan verbonden zouden zijn.”