RDM Makerspace stopt er mee

Innovatie De oprichters willen nu grote(re) bedrijven helpen met innoveren. Circa twintig kleine zelfstandigen en starters zoeken een nieuw onderkomen.

In de hallen van de voormalige Rotterdamse Droogdok Maatschappij zit nu onder meer de RDM campus en, nog even, de Makerspace.
In de hallen van de voormalige Rotterdamse Droogdok Maatschappij zit nu onder meer de RDM campus en, nog even, de Makerspace. Foto Lex van Lieshout

De vijf jaar oude RDM Makerspace houdt op te bestaan. Daarmee verliest Rotterdam een springplank voor startende bedrijfjes en zzp'ers die geen geld hebben om te investeren in dure machines, zoals lasersnijders, CNC-frezen en 3D-printers. In de gedeelde werkplaats konden zij tegen zeer schappelijke tarieven experimenteren met apparatuur en technieken die anders buiten hun bereik zouden vallen.

Het opdoeken van de openbare werkplaats, gehuisvest in het veel grotere RDM Innovation Dock van eigenaar Havenbedrijf Rotterdam, betekent dat circa twintig bedrijfjes direct op zoek moeten naar een nieuw onderkomen. Ze betaalden een maandbedrag van 225 tot 245 euro en hadden eigen werkplekken variërend van 8 tot 20 m2. Daarnaast kwamen tal van ondernemers puur en alleen voor de machines langs. En dan zijn er nog de mensen die cursussen volgen – sinds 2013 waren dat er duizenden – van lassen en houtbewerken tot leren tekenen met Rhino3D-software. Zij moeten hun heil nu elders zoeken.

Hoewel het altijd een belangrijk vertrekpunt is gebleven, waren het juist de schappelijke tarieven die initiatiefnemers Vincent Wegener en Jurjen Lengkeek uiteindelijk hebben doen besluiten ermee op te houden. Nee, verlies werd niet gedraaid, zegt de eerste. Maar hun salarissen eruit betalen, lukte niet. Bovendien betekende het flexibele karakter dat ondernemers doorgaans niet langer dan een paar maanden bleven. „We konden de waarde die we hier creëerden niet vasthouden”, aldus Wegener.

Vraag is waar de starter met een productie-idee voortaan kan binnenlopen

De reden dat de RDM Makerspace toch zolang heeft kunnen draaien, is omdat beide ondernemers ernaast andere initiatieven zijn gestart. Hun renstal bestaat inmiddels uit: Captain AI (autonoom varen), RamLab (printen van onder meer scheepsschroeven en kraanhaken), Dent (internet of things-oplossingen) en IoT Academy (workshops samen met partner KPN). Het zijn kleine, innovatieve ondernemingen. Elk met niet meer dan een handvol personeelsleden. De ideeën en experimenten slaan aan. Het Havenbedrijf Rotterdam investeerde eerder 400.000 euro in RamLab, dat met scheepsbouwer Damen ‘s werelds eerste 3D-geprinte scheepsschroef fabriceerde. Dit technische hoogstandje haalde wereldwijd de pers.

Vraag is, nu RDM Makerspace stopt, waar de kleine zelfstandige of starter met idee of productiewens voortaan kan binnenlopen. Een vergelijkbaar Rotterdams alternatief is er niet. Bouwkeet in Bospolder-Tussendijken komt enigszins in de buurt, maar is primair bedoeld voor mensen uit die wijk, de jeugd in het bijzonder. Bovendien wordt deze werkplaats volledig gefinancierd door stichting De Verre Bergen, de filantropische organisatie van de Rotterdamse familie Van der Vorm. Van de eigen broek ophouden is daar geen sprake.

Dan zijn er nog Stadslab aan de Wijnhaven en het recent in de Centrale Bibliotheek geopende Maakplaats010. Maar ook zij richten zich op een jongere doelgroep. Bovendien staan op deze locaties kleinere, minder zware lasersnijders en 3D-printers. Dat kan weinig professionals bekoren. Blijft over: iets laten maken door iemand anders, zoals in de Keilewerf mogelijk is. Daar kunnen klussers tevens een werkbank huren voor een paar uurtjes. Of uitwijken naar de nog overgebleven open werkplaatsen in Amsterdam (ZB45) en Den Haag (FabLab).

Makkelijk doorgroeien

Is het, gezien het gebrek aan alternatief, erg dat de werkplaats op Heijplaat verdwijnt? De gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf delen een stevige ambitie. Zij zien graag dat het RDM-gebied zich samen met de Merwe-Vierhavens ontwikkelt tot dé plek in de regio voor innovatie maakindustrie. In die zin is de beëindiging van de makerspace een verlies, alleen al vanwege het laagdrempelige karakter. Bovendien konden succesvolle ondernemers vrij eenvoudig doorgroeien naar een grote plek verderop in de hal.

Neem Studio Rap. Het jonge architectenbureau realiseerde een paar jaar terug het eerste, eigen project met de robotarm van de open werkplaats: een gewelf van tweehonderddertig unieke uit hout gefreesde panelen. Mede-oprichter Lucas ter Hall: „Vooral de vrije, creatieve sfeer die er heerst, sprak ons aan. Al met al hebben we een jaar lang gebruikgemaakt van de machine.” Het bedrijf huurt inmiddels een ruime kavel op loopafstand. Met drie eigen robotarmen experimenteert het bedrijf met het computergestuurd stapelen van stenen, printen van klei en frezen.

Jeroen Alblas startte er zijn onderneming die houten stadsplattegronden verkoopt. Ze worden vervaardigd met behulp van een lasersnijder. „Ik kon risicovrij beginnen in mijn studententijd, zonder grote investeringen te hoeven doen.” Hij betaalde 130 euro per maand om alleen de machines te mogen gebruiken en kwam doorgaans meerdere keren per week langs.

Succesverhalen

De succesverhalen zijn waar huisbaas Havenbedrijf graag op wijst in reactie op het sluiten van de werkplaats. „Er zijn veel mooie initiatieven begonnen en gegroeid”, aldus een woordvoerder. Ze ziet het stoppen bovendien niet als een aderlating, maar als „een voorbeeld van hoe innovatie werkt”.

Wegener en Lengkeek beginnen namelijk aan een volgend avontuur. De loft in de nok van het Innovation Dock wordt het nieuwe onderkomen van RDM Nex, de nieuwste loot aan de stam van de twee zakelijk compagnons. Waar ooit draaibanken en andere zware metaalbewerkingsmachines stonden te bonken, gaat het binnenkort om het aan de man brengen van nieuwe technologieën bij MKB en grote bedrijven. Van internet of things (IoT), machine learning en 3D-printen tot sensoren, connectiviteit en werken met big data.

De grote, open ruimte zal plek bieden aan circa honderd man die leren wat technologie kan betekenen in hun eigen organisatie, legt Wegener uit. Prototypes kunnen ter plekke worden gemaakt, zoals een apparaatje dat op afstand meetgegevens uitleest en doorzendt. „Nog te vaak wordt innoveren gezien als iets complex”, zegt hij. „Hier gaan we laten zien dat het allemaal wel meevalt.”