Opinie

    • Ellen Deckwitz

Opgelost

Soms weet je niet meer wat je moet lezen, vooral wanneer je huis zo vol staat met schuldstapels (= de boekenpijlers waar je ooit nog aan moet beginnen) dat je woning inmiddels brandgevaarlijker is dan een angorafarm naast een vuurwerkfabriek. Moedeloos van alle opties besloot ik het werk van Salinger (1919-2010) er maar weer eens bij te pakken. Na The Catcher in the Rye herlas ik Franny and Zooey, gevolgd door Raise high the Roof Beam, Carpenters en toen was het ochtend.

Het fijne van Salinger is dat in zijn oeuvre regelmatig dezelfde personages figureren. Een hoofdrol is weggelegd voor de kinderen Glass: een hele berg broers en zussen die als kleuter al zo overbegaafd waren dat ze liever in het Japans dichtten dan knikkerden. Eenmaal volwassen liggen ze door hun afwijkendheid regelmatig met zichzelf en de wereld in de clinch, wat resulteert in paginalange discussies waarin de onmogelijkheid echt contact te maken pijnlijk en prachtig wordt uitgesponnen. Wanneer de situatie helemaal dreigt te ontsporen komt er meestal net een toondoof fanfare-orkest voorbij.

Toen ik in bed kroop was ik ergens ook verontrust. Als tiener had ik alles van Salinger gelezen. Ik vond mezelf in die jaren, zoals waarschijnlijk iedere in literatuur geïnteresseerde jongvolwassene, superslim en herkende me in de Glasses. Ik voelde me even onbegrepen en vooral ongezien. En net als Holden Caulfield uit The Catcher vond ik iedereen een phoney, een poseur, terwijl ik op die leeftijd ongetwijfeld de grootste nepperd van allemaal was, gillende dat ik alles wist en dat het heel erg goed met me ging.

Decennia later en inmiddels meer dan overtuigd van al mijn beperkingen en vooral stupiditeit, zorgde het herlezen voor leegte. Waar ik dacht dat Salingers werk om begaafdheid draaide, blijkt het om isolement te gaan. Je maakt dingen mee die je doen verschillen van de ander, je wordt steeds minder een gemiddeld mens. Naarmate de jaren toenemen word je steeds unieker en dus in zekere zin ook eenzamer. Er is steeds meer uit te leggen, te vertellen, terwijl er steeds minder tijd is.

Toen ik een REM-fase later weer door Salingers werk bladerde, stuitte ik echter op een geruststellende uitspraak. „De menselijke stem is verwikkeld in een samenzwering om alles op aarde te ontwijden”, las ik. Daar zat wat in. Al lezend en doorredenerend had ik me redelijk diep de put in gekletst. Verderop stond er: „We maken onszelf gek door van het leven dingen te vragen die er gewoon niet inzitten.” Ook die gedachte fleurde me op. Wat was die man toch een genie, dacht ik. Wie sip wordt door Salinger, moet gewoon meer Salinger lezen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.