Recensie

Écht Frans eten in Amsterdam leidt tot diep zuchten van geluk

Écht Frans eten in een van de Negen Straatjes. Hier hebben ze hart voor eten en wijn.

Foto Daniel Niessen

De chef komt uit Bretagne en de kaart is op en top Frans. Niet een petit peu Frans met steak tartare of bouillabaisse tussen pulled pork en sashimi van zalm, nee, écht Frans. Le Coeur Bistrothèque, een restaurant dat de hele dag geopend is, streek vorig najaar neer in één van de Negen Straatjes in het centrum van Amsterdam, in het pand waar ooit het befaamde Van Harte zat. De zaak werd voor een paar ton verbouwd en ziet er werkelijk wonderschoon uit met een lange bar met dito wijnkast, een klassieke tegelvloer en zachte kleuren: turquoise, wit en blauw. „Onberispelijk”, zeggen we tegen elkaar en dat geldt ook voor de bediening: jas aannemen, vriendelijk woordje, gratis kraanwater, glaasje wijn. Dit kan niet anders dan een fijne avond worden!

En dat wordt het ook, want bij Le Coeur hebben ze hart voor eten en wijn. De kaart meldt zowel de bekende bistroklassiekers, zoals oesters, steak, côte de boeuf met friet béarnaise en kreeft, er is een driegangenmenu à 37 euro én er zijn wat verfijndere gerechten. We besluiten te starten met zes Franse oesters, Fines de Claire (17,-) en bouillabaisse (10,-), vooral dat laatste is een goede test.

De oesters zijn inderdaad fijn, goed opengemaakt en volgens de traditie voorzien van fijngesneden sjalot in rode wijnazijn. Er komt brood en boter op tafel en samen met een glas Picpoul de Pinet (5,20) kan het feest beginnen. De bouillabaisse is volgens de regelen van de Franse kookkunst: mooie, fluweelzachte soep, hoog op smaak en gevuld met wat stukjes vis en mossel, voorzien van een pittige rouille (door de cayenne of rode peper) en geroosterd brood met gruyère… heerlijk!

Onze hoofdgerechten zijn wat vleziger: cuisse de canard, geconfijte eend dus, op zuurkool in ganzenvet met pommes dauphine (zachte aardappelballetjes) en eendenjus (26,50). Tsja, bij zo’n gerecht kun je alleen maar diep zuchten van geluk; de vettige smaak van de eend matcht goed met het zuur van de kool, die doordat ie gestoofd is in ganzenvet je mond niet tot een zuurbekje samentrekt. De in rode wijn gestoofde kalfswangen (26,50) zijn boterzacht, ze liggen op Le Puy-linzen die gelukkig nog en beetje bite hebben en kleur krijgen door de gestoofde tomaatjes, een prima gerecht. We hebben er wat extra groenten bij (4,50), een schaaltje met o.a. beetgare worteltjes en haricots.

Na wat getwijfel over een lichtere Beaujolais of een zware Faugères uit de Languedoc kiezen we voor de laatste (Domaine La Tour Penedesses Faugères 2015, 45,-) en dat blijkt bij de doordringende smaak van beide hoofdgerechten een prima keuze. De wijn is goed op temperatuur en krachtig vanwege de blend van stevige druiven, namelijk carignan, cinsault, grenache, mourvèdre en syrah… hoe ferm wil je het hebben?

De dames in de bediening hebben de pas er stevig in, voor ons ligt het tempo soms te hoog en verschijnen ze iets te vaak aan tafel, terwijl wij juist ouderwets uitgebreid willen tafelen. Puntje van aandacht, maar ook het enige vlekje op de avond.

We laten de desserts links liggen en nemen samen een kaasplateau (12,-), een wonder van eenvoud met slechts drie kazen (hard en zacht, geit en koe) die mooi rijp zijn en goddank niet worden vergezeld door honing, stroop, noten, druiven of andere fratsen die je vaak op het plateau tegenkomt. De dame komt vragen of we nog een drankje wensen en de tafelgenoot wil graag rode port, een oude traditie. Port hebben ze niet, maar de aanbevolen Baumard uit de Loire (8,-) valt goed… niet te zoet, een opwekkende chenin blanc.

Het loopt op rolletjes bij le Coeur, je treft hier geen uitglijders in de bediening, het eten of de wijn. Je zou wensen dat de zaak iets meer eigen karakter toont, dat de chef iets meer smoel laat zien. Anders gezegd: het leven moet er nog overheen. Maar dat komt wel met de tijd.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel