Opinie

Nog vier weken, dan zijn we van die scooters af

Column

Auke Kok

‘Zou het wel doorgaan?”, vroeg iemand mij afgelopen weekend op een feestje. Natuurlijk gaat het door, amsterdam.nl zegt het zelf: „Het staat vast. Per 8 april 2019 gaan snorfietsers in Amsterdam met helm op de rijbaan rijden.” Alleen, en daar had die feestganger gelijk in, je hoort er weinig over. Alsof straks al die scooters uit zichzelf de fietspaden zullen inruilen voor een hachelijk avontuur tussen de auto’s. We gaan er maar vanuit dat er een bliksemoffensief komt van de gemeente en de bokken van de schapen worden gescheiden.

Van mij, een schaap op twee wielen, mag het. Ik ben al lang klaar met die bokken. Met die brede zijspiegels van ze. Met die herrie en stank bij de stoplichten. Maar vooral met die toeters, die nare snerpende claxons die me opzij duwen alsof ik een, ja, dat is het, alsof ik een schaap op een berghelling ben dat het gemotoriseerde verkeer ophoudt. De beschaving blokkeer met mijn sullig drafje. Nog vier weken, dan is het voorbij. Het staat vast.

Er gaat een streep door het voorrecht om zonder helm op de fietspaden te mogen. De snorfietsers hebben het er zelf naar gemaakt. Hadden ze maar niet massaal de snelheidsbegrenzing van hun scootertjes moeten halen. Met het toegestane gangetje van vijfentwintig kilometer per uur was het nog gegaan — hoewel zelfs dat met de toegenomen drukte op de smalle fietspaden nog de vraag is. Ze rijden gewoon te hard en gedragen zich te arrogant en maken de schapen aan het schrikken.

De snorfietsers hebben het er zelf naar gemaakt. Hadden ze maar niet massaal de snelheidsbegrenzing van hun scootertjes moeten halen

Tussen de duizenden aanmerkingen van burgers op het nakende snorfietsenverbod kwam dat woord veel terug: schrikreactie. „Het gedrag van de snorfietser veroorzaakt gevaarlijke situaties”, aldus de Nota van Beantwoording van de gemeente. De snorfietsers „veroorzaken schrikreacties bij de fietsers door veelvuldig toeteren en gevaarlijke inhaalmanoeuvres”.

Mijn schrikreacties zijn niet meer te tellen. Tot op de vliering van mijn hersenpan liggen ze opgeslagen. En naast de schrikreacties liggen de flitsen van haat. Al die keren dat ik uit een overpeinzing of een gesprekje met een fietsende buurman/vrouw werd getoeterd door zo’n uit het niets opdoemende scooter was er de verwensing. Weggedrukt door het vernis van de beschaving, ingeslikt en opgeborgen, maar de stille verwensingen waren talrijk en nu is het genoeg.

In 1999 vertrokken de brommers (gehelmd) naar de rijbaan. Omdat helmen voor Zeeuwse draagsters van klederdracht ondoenlijk waren, kwamen er uitzonderingen. Niet te snel, blauw nummerplaatje, dan mocht je bij de fietsers. Grootschalig misbruik veranderde deze snorfietsen in verkapte brommers. Eigen schuld. De goeden, meestal vrouwen is mijn ervaring, zullen onder de kwaden met hun k**claxons moeten lijden. Buiten de ring en op ‘snelwegen’ als de Wibautstraat moeten we ze blijven dulden, maar op al die andere wegen kan ik mijn gedachten voortaan afmaken.

Als langgerekte mierenhopen trekken de fietsers door de stad, ze gedragen zich vaak als idioten, maar vanaf 8 april geen schrikreacties meer. Ik kijk er naar uit.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook dit artikel uit juni 2018: Snorfiets mag de rijbaan op