Recensie

De Renault Kadjar is bevrijdend gewoon

Autotest De Renault Kadjar is een volks-SUV uit de oude doos, vindt . Maar of dat turbomotortje het eeuwige leven heeft…

De Renault Kadjar.
De Renault Kadjar. Foto Roger Cremer

Terug van vakantie vond onze NRC -Ombudsman een bezorgde lezersbrief over de excessieve prijzen van mijn testauto’s. Mijn reactie kwam er in zijn eerste post-retraitecommentaar door de vloed aan achterstallig ombudsonderhoud niet helemaal zo uit als ik hem voorsorteerde, en het thema is te interessant om te negeren. Daarom een voetnoot bij mijn werkmethode.

Allereerst voerde ik aan dat de prijzen van nieuwe auto’s per definitie buitensporig zijn. Ik wees op hun gemiddelde nieuwprijs, die hier niet zoals de NRC-Ombudsman schrijft ‘rond’ maar ruim boven de 30.000 euro ligt, om precies te zijn 32.386 euro in 2018. De normale familiebakken die hij mij aanspoort vaker te bespreken, al heb ik dat ruimschoots gedaan, kosten zo 40 tot 50.000 euro. Voor mijn oordeel over de VW Passat, de Peugeot 508, de Ford Mondeo en de midsize-SUV’s uit alle werelddelen verwijs ik naar het NRC-archief. Als ik ze te duur vond, wat vaak voorkomt, luidde ik met gepaste toorn de noodklok.

Hoe kan het dat het Nederlandse volk niettemin massaal op stand rijdt? Omdat de ene helft het geld heeft en de andere op de bijtellingstarieven na niet zelf betaalt; dat doet de baas. De leaserijder rijdt zakelijk in auto’s die hij zich privé waarschijnlijk kan noch wil veroorloven. Die lucky bastard snijdt op de A1 in zijn VW van 40.000 euro de afgebeulde Volvo van de academische familievader met studerende kinderen, die ondanks zijn veel hogere inkomen geen nieuwe kan betalen. Hij dokt zelf.

Verder vroeg de briefschrijver zich af of ik soms neerkeek op goedkope auto’s. Een blik in het archief leert wederom dat ik er weinig heb gemist. Hoe stak ik niet de loftrompet over de simpele, pretentieloze Dacia’s, Nissans en Suzuki’s die ik na een reeks overbetaalde Volvo’s, Audi’s en Mercedessen als een warm consuminderbad ervoer?

Maar het kan niet elke week prijs zijn. De pest is dat die kleintjes meestal eindeloos in productie blijven. De Up is er alweer acht jaar, de Clio zeven en ik kan ze maar één keer doen, terwijl BMW, Audi en Mercedes aan de lopende band nieuwe modellen uitbrengen. Dat loont. De bovenbouw zwemt in het geld, de marges zijn giga. Daarmee is het gevaar van budgettaire onbalans in het besproken aanbod inderdaad niet denkbeeldig.

Maar ik ben ook gefascineerd door dure auto’s. Soms met, soms zonder goede argumenten. Het dekkende alibi is de interesse in technologische ontwikkelingen die zich het eerst manifesteren in de hogere regionen van de markt; autonoom rijden, elektrificatie, actieve veiligheidssystemen, digitalisering, connectiviteit. Een andere keer kan ik stompzinnig argumentvrij naar de nieuwe 911 uitzien. En mocht ik vinden dat hij om zijn zinloze bekwaamheden zijn geld waard is, dan deel ik het plezier van de ervaring gaarne in de hoop dat de kortstondige nabijheid van dat onbereikbare geluk ons troost voor het gebrek aan middelen. Ik weiger deze aarde te verlaten als Prinzipienreiter.

Herkansing

Dan nu als goedmaker een volks-SUV uit de oude doos, de Renault Kadjar. Hij zag het levenslicht vier jaar geleden en ik beken beschaamd dat ik hem toen verzuimde te bespreken, maar een facelift en nieuwe turbomotoren geven me de argumenten voor een herkansing. Over het resultaat van die aan de buitenkant vrijwel onzichtbare bewerking kan ik kort zijn: bevrijdend gewoon en met een ruimte waar de goedkopere maar minder familiewaardige Renault Captur (NRC, 26-10-2013) en Clio (NRC, 2-2-2013) niet aan kunnen tippen, laat staan de lieve maar benauwde Twingo (NRC, 4-10-2014). Of dat petieterige turbomotortje met 160 pk in een SUV van 1.400 kilo het eeuwige leven heeft is de vraag, maar tot nader order zijn trekkracht en loopcultuur een bron van genoegen, evenals de Frans-zachte stoelen en het laagdrempelige multimediasysteem. De maatschappelijke onrust over de prijs van de testauto kan ik wegnemen met de geruststelling dat de Kadjar er na een strafkorting van 20 paarden al voor iets over de 28.000 euro is. Ze geven mij gewoon altijd de duurste. Ditmaal met elektrische bestuurdersstoel, Bose geluidssysteem, meubels met stikseltjes en een glazen dak, een afgeladen multimediapakket – schandalig maar verrukkelijk. Eigenlijk gênant om dan te zeggen: maar u kunt best zonder. Terwijl ik dit schrijf, zijn de Kadjars en Audi’s immers onderweg naar een geestdodend seminar in een zaal vol griezels. Pak dat troostmoment, leasemensen! De baas betaalt en luxe is een mensenrecht.