In de rij voor ‘burgerinkomen’ in Napels: ‘Ik wil geen geld, ik wil werk’

Burgerinkomen Een historische dag voor Italianen met een laag of geen inkomen. Ze konden vanaf woensdag een Reddito di Cittadinanza, een burgerinkomen aanvragen. De Vijfsterrenbeweging komt er een verkiezingsbelofte mee na.

Foto Gregorio Borgia/AP

Giuseppe Capasso stapt ongeduldig van de ene voet op de andere. Hij wil naar binnen, het postkantoor in. „Ik kan bijna niet wachten. Het zou heel goed zijn als ik een klein beetje meer geld zou hebben. Ik wil het formulier invullen.”

De veiligheidssluis die je door moet om binnen te komen in dit postkantoor aan de via Maddalena, middenin het historische centrum van Napels, gaat even op groen, maar Capasso is nog niet aan de beurt. Binnen, voor de blauw en geel geverfde balies, is het te druk. Want net als hij, een metselaar die al maanden zonder werk zit, hebben tienduizenden andere Italianen woensdag een aanvraag ingediend voor het zogeheten Reddito di Cittadinanza, te vertalen als ‘burgerinkomen’.

Het was de eerste dag dat dit kon, een historisch moment voor Italië. Voor het eerst komt er een soort bijstand, die in principe gekoppeld is aan de verplichting om werk te zoeken en acht uur per week ‘sociaal nuttig’ werk te doen. Het geld komt op een gele debetkaart. Voor een eenpersoonshuishouden als dat van Capasso is het maximaal 500 euro, plus 280 euro steun voor huur of 150 voor een hypotheek.

„Het is goede stap, want er is hier heel veel armoede”, zegt Roberto Garzulo, een jonge ondernemer met een klein reclamebedrijfje. Hij staat ook buiten in de rij, voor ander papierwerk. „En naast die hulp voor arme mensen hoop ik echt dat het lukt om zo ook meer mensen aan het werk te krijgen.”

Een inwoner van Napels heeft haar aanvraag ingediend.

Foto EPA

De armoede is afgeschaft

Het burgerinkomen is het paradepaardje van de Vijfsterrenbeweging. Die heeft hiermee bij de verkiezingen een jaar geleden vooral in Zuid-Italië goede sier gemaakt en veel kiezers getrokken. Toen de Vijfsterren vorig najaar bij de begrotingsonderhandelingen overeenstemming bereikten over de hoofdlijnen ervan, proclameerde partijleider en vice-premier Luigi Di Maio vanaf het balkon van palazzo Chigi, het Italiaanse Catshuis: „De armoede is afgeschaft.”

Anna Martone, eveneens in de rij, moet breeduit lachen op de vraag of dat waar is. „Laten we het hopen.” Maar ook zij wil zo snel mogelijk het aanvraagformulier invullen. Zij en haar echtgenoot hebben al maanden geen vast werk. Ze vertelt dat ze samen per maand met moeite 700 euro bij elkaar scharrelen. „Daar moeten we met onze twee kleine kinderen van leven. Ik betwijfel of het allemaal goed gaat, want het verloopt een beetje chaotisch, maar ik hoop echt dat er voor ons iets verandert.”

Zoals Anna Martone zijn er miljoenen in Italië. Het statistisch bureau Istat becijfert dat meer dan vijf miljoen mensen in absolute armoede leven. Volgens een ruwe schatting komen 1,3 miljoen huishoudens in aanmerking voor een uitkering, al dan niet gedeeltelijk. De maatstaf is de ISEE, de Indicator voor de Economische Situatie, een optelsom van het inkomen en twintig procent van het vermogen – waarbij ook de gezinssituatie een rol speelt. De ISEE mag niet hoger zijn dan 9.360 euro. Vooral in de verarmde zuidelijke regio’s Campania, met Napels als hoofdstad, en Sicilië kunnen naar verwachting veel mensen dit burgerpensioen aanvragen.

De Vijfsterrenbeweging wilde het koste wat kost geregeld hebben vóór de Europese verkiezingen. Daarom ging het in eerste instantie per decreet. Er was zo veel haast dat een reeks amendementen die begin dit jaar in de Senaat is aangenomen, niet meer in de huidige regels kon worden verwerkt. En dan moet de Kamer van Afgevaardigden zich er nog over buigen. Daarom moeten de regels binnen een paar weken weer worden aangepast.

Zo hebben buitenlanders die tien jaar of langer met geldige papieren in Italië wonen, nu nog zonder aanvullende voorwaarden recht op deze uitkering. Maar onder druk van de anti-migratiepartij Lega is dat aangepast. Zodra de regels zijn bijgewerkt, moeten ze ook een vermogensverklaring kunnen overleggen uit hun vaderland, met het stempel van een Italiaans consulaat – voor velen een moeilijk te nemen horde.

Een medewerker van een belastingkantoor verzamelt de eerste aanvragen.

Foto Gavin Jones/ Reuters

Werk is de gouden pot

De nadruk ligt nu op het moment, eind april, dat mensen voor het eerst hun kaart kunnen ophalen, dan met het saldo van april én mei – de Vijfsterren hopen daarna te cashen bij de Europese verkiezingen. In de haast is de tweede poot van deze maatregel, werkgelegenheidsbeleid, wat op de achtergrond geraakt.

„Voor mij gaat het vooral daarom”, zegt Salvatore Giuliano, als hij uit een ander, kleiner postkantoor in Napels komt, in de via Casanova. Hij zit al sinds 1991 zonder reguliere baan. Hij werkt nu eens hier, dan weer daar, heeft de meeste ervaring als beveiliger. „Als we mensen niet aan het werk krijgen, hebben we nog niets opgelost. Werk is de gouden pot. Daar draait alles om.”

Mensen die daar in de rij buiten staan te wachten, in een aangenaam lentezonnetje, vallen hem bij. „Nu kan je voor achttien maanden geld krijgen. Maar als je dan geen werk hebt gevonden, ben je nog niets opgeschoten”, zegt Pasquale Simone, een dertiger en ook werkloos. Emilia Cibillo, die met haar zoon Salvatore informatie komt vragen over deze maatregel, zegt: „Ik wil geen geld, ik wil werk.”

Lees ook: Meer armoede in Italië: ‘Nog nooit zo’n dramatische situatie gezien’

Wie een uitkering krijgt en kan werken, verplicht zich een baan te zoeken, cursussen te volgen en sociaal nuttig werk te verrichten, acht uur per week. Of dat in de praktijk ook zo functioneert? Er moeten eerst nog zo’n zesduizend ‘navigatoren’ worden aangenomen die mensen op hun beurt gaan helpen bij het zoeken naar een baan. Maar hoe precies? De 550 arbeidsbureaus zijn nauwelijks ingesteld op zo’n grote groep mensen, er is weinig informatie-uitwisseling tussen arbeidsbureaus in de verschillende regio’s, en er is überhaupt een tekort aan banen in een land met een gemiddelde werkloosheid van ruim 10 procent – in het zuiden en onder jongeren is dit percentage veel hoger.

Officieel kan iemand twee keer aangeboden ‘passend’ werk weigeren voordat hij of zij de uitkering verliest. Hierbij speelt ook de afstand een rol. De eerste keer mag je banen die verder dan 100 kilometer van je woonplaats zijn, afwijzen. De tweede keer is dat 250 kilometer, voor een eventueel derde aanbod geldt alleen dat de baan in Italië moet zijn.

Niemand durft te voorspellen of hierdoor meer mensen uit het zuiden hun aarzeling zullen overwinnen om in het noorden te gaan werken, waar in sommige sectoren een arbeidstekort is. „Mij maakt het niets uit”, zegt metselaar Capasso resoluut. „Werk is werk.”

Ook de 8 uur per week „sociaal nuttig werk” die formeel aan het burgerinkomen zijn gekoppeld, ziet hij als positief. „Dan heb je weer een rol in de samenleving.” Maar dit deel van het plan is nog blanco. De bedoeling is dat gemeentes, provincies en regio’s dit gaan regelen. „Er is hier in Napels genoeg te doen”, zegt Capasso en hij wijst op de sjofele omgeving. Maar concrete plannen zijn nog niet bekendgemaakt, nergens.

Lees ook: Italië staat al twintig jaar stil

Het rekenen moet nog beginnen

Dit burgerinkomen is, samen met de teruggedraaide pensioenhervorming die volgende maand ingaat, een van de redenen waarom Italië zich niet aan de begrotingsafspraken met Brussel wil houden en het tekort minder snel wil laten dalen dan was afgesproken. Voor dit jaar is op de begroting 5,6 miljard euro beschikbaar voor deze maatregel, voor volgend jaar 7,1 miljard. Daar komt nog 1 tot 1,5 miljard euro bovenop voor de arbeidscentra en hun legertje van ‘navigatoren’. Maar veel economen verwachten dat er meer geld nodig is. Gekoppeld aan de recessie waarin Italië nu officieel verkeert, betekent dit onvermijdelijk nieuwe discussies over de begroting met Brussel.

Het rekenen moet in Brussel nog beginnen, maar veel Italianen hebben dat de afgelopen maanden al gedaan, ook al omdat er naar de gezinssituatie wordt gekeken. Geheel volgens de Italiaanse juridische traditie is alles met veel details geregeld. Zo mag je geen onroerend goed van meer dan 30.000 euro bezitten naast een eigen huis, niet meer dan 6.000 euro in roerende goederen en contanten (10.000 voor een gezin) hebben. Inschrijven op een ander adres en scheiden kunnen handig zijn – veel gemeentes hebben gemeld dat er ineens druk wordt verhuisd.

Geheel volgens de Italiaanse juridische traditie is alles met veel details geregeld

Vice-premier Di Maio, die veel te winnen en te verliezen heeft, waarschuwde dat het kabinet streng zal letten op de ‘anti-divan normen’ – regels om te voorkomen dat mensen frauderen of simpelweg het geld aanpakken en op de bank gaan zitten. Ook is het nog een open vraag wat de gevolgen zijn voor de omvangrijke zwarte economie. En sommige economen waarschuwen dat de lonen in het zuiden zo laag zijn, dat sommige mensen in de verleiding kunnen komen hun deeltijdbaan op te geven.

De werkgevers stellen zich afwachtend op. De verwachtingen over het beloofde effect op de binnenlandse consumptie zijn niet erg hoog. Wat wel aantrekkelijk kan zijn, is iemand met een burgerinkomen een vaste baan aanbieden. Het resterende uitkeringsdeel waar de betrokkene dan recht op zou hebben gehad, mag de werkgever dan aftrekken. Het voorstel van een winkeliersvereniging voor verplichte winkelnering in kleine dorpen is afgewezen. Maar je kan het gele kaartje lang niet overal gebruiken om te betalen. Je burgerinkomen gebruiken om een lot in de loterij of een lottobiljet te kopen, is uitdrukkelijk verboden. Daar mag je je geluk niet van laten afhangen.